Alan Donagan (1925-1991) was een groot Spinoza scholar

Toen ik zijn artikel "Spinoza’s Proof of Immortality" waarover het vorige blog ging, had bestudeerd, wilde ik meer van hem te weten komen en toen ik zag hoe serieus hij met Spinoza is bezig geweest, werd het tijd voor een blog over hem. Aan zijn Spinoza-boek dat in 1988 verscheen, waren diverse artikelen en lezingen vooraf gegaan. In dat boek schreef hij in de inleiding (p. xiv):

“The number of possibly true philosophies there is some reason to believe is very small indeed, and the philosophical interest of every one of them is correspondingly great. Spinoza's is of that number.”

Volgens wikipedia was hij een invloedrijk 20e eeuws filosoof vooral vanwege zijn theorieën over de geschiedenis van de filosofie en de aard van de moraal. Zijn bekendste boek was The Theory of Morality (1977) waarin hij zich hard maakte voor de Hebreeuws-christelijke traditie, zoals die door Thomas van Aquino en Kant gedeeld werden. In het herdenkingsartikel van Curley, dat ik aan het eind van het blog noem, is te lezen dat hijzelf in een transcendente God geloofde. Des te opvallender is het dat hij zich zo met Spinoza heeft verstaan en daarbij Spinoza volstrekt in zijn waarde laat. Als hij Spinoza kritiseert over onduidelijke en/of niet-overtuigende plaatsen in zijn werk, doet hij dat niet om Spinoza te bestrijden, maar om hem zo diepgaand mogelijk te begrijpen. Zo eindigde hij zijn 1987-paper voor de Hebreeuwse Universiteit van Jerusalem met: “It is not discreditable to Spinoza that he himself now and then lost sight of what he was doing, and fell back into familiar and accepted ways of thinking. What matters is that the structure of his thought is clear enough to reveal his lapses from it.”

Zijn eerste stukken over Spinoza schreef hij voor het boek van Marjorie Grene uit 1973, dat verder vooral een verzameling al bestaande essays betrof:

  Alan Donagan, “Spinoza’s Proof of Immortality.” In: Marjorie Grene (Ed.), Spinoza: A Collection of Critical Essays [Garden City, N.Y.: Anchor Books, 1973]

  Alan Donagan, “Essence and the distinction of attributes in Spinoza’s metaphysics.” [in: Idem]

Het eerste artikel is ook opgenomen in het eerste deel (van de twee delen), The Philosophical Papers of Alan Donagan. University of Chicago Press, 1994; in z’n geheel te lezen bij books.google.
In dat deel zijn verder ook opgenomen de drie volgende Spinoza-opstellen van zijn hand:

• “Spinoza's Dualism (oorspr. in Richard Kennington (ed.), The Philosophy of Baruch Spinoza. Washington, DC: The Catholic University of America Press, 1980)

• “Substance, Essence, and Attribute in Spinoza, Ethics, I” (oorspr. In Yirmiyahu Yovel (Ed.), God and Nature - Spinoza's Metaphysics; Spinoza by 2000 - The Jerusalem Conferences, Volume I 1991) [Dit was een zekere herziening van zijn  bijdrage aan de bundel van Marjorie Grene; zie hierna ’t PDF van het paper]

• “Language, Ideas, and Reasoning in Spinoza, Ethics II” (oorspr. In Yirmiyahu Yovel (Ed.), Spinoza on Knowledge and the Human Mind: Spinoza by 2000; The Jerusalem Conferences, Volume I1993)

• Alan Donagan, "Homo cogitat: Spinoza's Doctrine and some Recent Commentators". In: Edwin M. Curley, Pierre-François Moreau (Eds.), Spinoza: Issues and Directions: the Proceedings of the Chicago Spinoza Conference, [1986]. Leiden, BRILL, 1990, p. 102-112 [in z’n geheel bij books.google te lezen]

• Alan Donagan, SUBSTANCE, ESSENCE AND ATTRIBUTE IN SPINOZA, ETHICS I [paper presented to a conference on Spinoza sponsored by the Hebrew University of Jerusalem, April 1-7, 1987] [PDF]

In dit paper benadrukt hij - weer eens - het naturaliserende van Spinoza (Diane Steinberg: "Donagan was the first commentator to stress Spinoza's naturalism.” [On Spinoza, 2000, p. 7 eindnoot 3], verzet hij zich tegen de benadering van Curley en Bennett die Spinoza als een ‘causal rationalist’ zien en tegen Gueroult voor wie Spinoza’s God is opgebouwd uit een oneindigheid aan substanties van één attribuut en die dus een complexe ‘eenheid’ zou zijn. Voor Donagan zijn attributen uitdrukkingen van één en dezelfde essentie van de substantie - God oftewel de natuur. Kortom, een Spinoza scholar naar mijn hard. Ook in zijn ontkenning dat Spinoza als een pantheïst kan worden gezien, want dat Spinoza’s God niet is ‘‘the totality of finite things”.

En toen verscheen zijn boek in twee achtereenvolgende edities [cf.]

• Alan Donagan, Spinoza. Prentice Hall / Harvester Wheatsheaf, 1988
Alan Donagan, Spinoza. Chicago : University of Chicago Press, 1989

Zijn laatste tekst verscheen posthuum:  

• Alan Donagan, “Spinoza’s theology”. Chapter 8 in Don Garrett (Ed.), The Cambridge Companion to Spinoza. Cambridge University Press, 1996, p. 343 – 382 books.google

In dit boek lezen we na de titelpagina:

This volume is dedicated to the memory of Alan Donagan,
our friend and colleague.

En onder CONTRIBUTORS:

 

Ik neem hier de samenvatting uit de Inleiding over: “In Chapter 8, Alan Donagan interprets Spinoza's natural theology, as embodied in Parts i and 2 of the Ethics-, Spinoza's account of revelation and revealed theology, as embodied in the Theological-Political Treatise; and also Spinoza's account of practical theology or human action in relation to God.
Spinoza saw the Bible as a work of great importance, capable of exacerbating social conflict and motivating persecution, but also capable of exercising a beneficial influence on the unphilosophical masses, depending on the manner in which it was interpreted. In consequence, he himself sought to interpret it with great care, as a historical product of nature, on the basis of careful attention to the meaning of its authors, philological understanding of its language, and historical knowledge of its composition and transmission. In addition to writing a Compendium of Hebrew Grammar, he devoted considerable attention to the interpretation of scripture in the Theological-Political Treatise. He concluded, from the content of scripture itself, that prophets are distinguished not by the strength of their intellects but by the vividness of their imaginations; that revelations were accommodated to the minds of the prophets who received them; and that Scripture itself teaches nothing as essential to salvation except justice (i.e., obedience to the laws of the state) and charity toward one's neighbor.”

Tenslotte is nog interessant kennis te nemen van het uitgebreide stuk dat Edwin Curley schreef voor de “memorial conference for Alan Donagan” en waarvan hij het PDF op zijn website geeft:

Curley, Edwin, “Donagan's Spinoza.” In: Ethics 104, 1 (1993), 114-134 [PDF]

Het is een apart stuk, waarin je veel waardering voor Donagan merkt en e.e.a. over hem te weten komt, maar waarin Curley vooral nog eens aan de dode filosoof zíjn kijk op Spinoza’s metafysica uiteenzet en a.h.w. alsnog in discussie treedt met de overledene. Interessant is dat Curley in dit stuk toegeeft dat hij in zijn oorspronkelijke boek Spinoza’s Metaphysics (1969) een iets te anachronistische benadering te hebben gebezigd. Het stuk gaat meer over Curley’s dan over Donagan’s Spinoza, zoals de titel luidt.

________________

foto

Zijn foto komt van hier, terwijl hij hier op een groepsfoto te zien.

en.wikipedia.org/wiki/Alan_Donagan

Reacties

De groeten van Wim Klever. Met Alan Donagan heb ik 2x geruime tijd gediscussieerd. In 1987 in Chicago; in 1992 in Jeruzalem. Beide keren moest ik zijn on-Spinozistische epistemologie bestrijden. Toch heb ik prettige herinneringen aan hem.

Reageren

Naam   E-mail Mijn url
Voer onderstaande code hiernaast in:
4bfba9
Onthoud mijn gegevens!