Abraham Mordechai Vaz Dias (1876 – 1939) Mercator & Autodidactus

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 13

Wie zeker in deze reeks een plaats verdient is deze autodidactische joodse historicus. Abraham M. Vaz DiasHij stamde uit een Amsterdamse Portugees-joodse familie en had al vroeg veel belangstelling voor de geschiedenis van de Portugese gemeente. Z'n vader had een sigarenwinkel. Abraham doorliep alleen de lagere school, kwam toen in het bedrijf van z'n vader en vestigde zich vervolgens als kleine sigarenfabrikant; eerst in Utrecht en vanaf 1921 in Amsterdam. Van 1902 tot 1910 was hij penningmeester van de vereniging "Handwerkers Vriendenkring" en schreef in het maandblad "De Handwerksman".

Op 17 augustus 1928 verscheen zijn eerste artikel in het Nieuw Israelietisch Weekblad. Hij ontdekte het belang van archivarisch onderzoek en werd een van degenen die kritiek hadden op het feit dat het archief van de Portugese Gemeente toen nog altijd gesloten bleef. Het jaar erop moest hij voor een familie-aangelegenheid in het Amsterdamse Archief zijn en zo kreeg hem de lust voor het bestuderen van oude akten te pakken. Hij verwierf in de praktijk vaardigheid in het lezen en interpreteren van archiefstukken.

De resultaten van zijn onderzoekingen verschenen vanaf 31 januari 1930 in De Vrijdagavond en later in Amstelodamum, T. voor Geschiedenis, Ned. T. voor Geneeskunde, NIW en Ha-Ischa. Zijn gedegenheid en methodische en kritische behandeling van zijn materiaal, maakten dat ook deskundigen zijn werk serieus namen. Van zijn pionierswerk werd dankbaar gebruik gemaakt.

Zijn artikel “Heeft Spinoza in “'t Opregte Tappeyt huis” gewoond?” in De Vrijdagavond van 8 mei 1931 was aanleiding voor Carl Gebhardt om hem te verzoeken systematisch onderzoek in het Archief te doen naar documenten die betrekking op Spinoza hadden. En het lukte Vaz Dias om al spoedig een aantal tot dan onbekende stukken, oorkonden en andere authentieke documenten betreffende de jeugd en betrekkingen van Spinoza op te sporen die, tezamen mét een toelichting door W.G. van der Tak, secretaris van de Vereniging Het Spinozahuis, in 1932 kon uitkomen onder de titel Spinoza, mercator en autodidactus.

Latere ontdekkingen omtrent Spinoza en Uriël da Costa nam Van der Tak op in enkele jaarverslagen van de Vereniging Het Spinozahuis. Door al deze research waarmee hij zaken boven tafel bracht, in alle nuchterheid - het ging hem om feiten en hij had niet de behoefte om met gewichtige theorieën te komen - heeft hij een flink aantal zaken over het Amsterdamse jodendom en in het bijzonder over Spinoza weten op te helderen. Voor al deze verdiensten ontving hij in 1932 de eremedaille van Spinoza die de VHS in 1927 had laten slaan.

Sinds 1929 nam hij weer actief deel aan het verenigingsleven in "Handwerkers Vriendenkring" als bestuurder van haar bouwfonds en vanaf 1937 maakte hij opnieuw deel uit van het bestuur ervan. Voor het Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland, waarvan hij lid was, hield hij op 29 oktober 1933 een voordracht over "De biographie van Uriël da Costa" en 20 november 1935 over "Nieuwe Bijdragen tot de Geschiedenis der Amsterdamse Hoogduitsch-Joodsche Gemeente" (naar aanleiding van het 300-jarig bestaan van die gemeente).

Op het eind van zijn leven schreef hij samen met Jerohm Hartog een historisch leesboek voor de jeugd, Amsterdam van toen en nu I & II (W. Versluys, Amsterdam, z.j. [1938]).

Bij elkaar schreef hij meer dan 73 titels op Nederlands joods-historisch terrein.

Z’n overlijden op 62-jarige leeftijd kwam nogal plotseling.

De historicus J. d'Ancona schreef een levensbericht [PDF] en L. Hirschel een "Bibliographie van de geschriften van A.M. Vaz Dias, samengesteld naar gegevens van wijlen den auteur." [PDF] Beide verschenen in Bijdragen en Mededelingen van het Genootschap voor de Joodsche Wetenschap in Nederland, dl. 6 . - Amsterdam, 1940.

Zoals blijkt had hij goed contact met de secretaris van de Vereniging Het Spinozahuis, W. G. van der Tak die diverse publicaties van hem opnam in de jaarverslagen van de VHS. Die samenwerkig leidde vooral tot deze bekende, boven al genoemde uitgave die verscheen bij gelegenheid van Spinoza’s 300e geboortedag:

Spinoza, mercator en autodidactus. Oorkonden en andere authentieke documenten betreffende des wijsgeers jeugd en diens betrekkingen. Verzameld door A. M. Vaz Dias. Uitgegeven en toegelicht in overleg met W.G. van der Tak. Met 13 facs, s-Gravenhage, 1932

Waarvan later, bij de350e geboortedag, aangevuld met nog een viertal artikelen een vertaling verscheen in Studia Rosenthaliana, Vol. XVI, Number 2, 1982.
Daarvan werd een aparte reprint op de markt gebracht als: A.M. Vaz Dias, W.G. van der Tak.
Spinoza, Merchant & Autodidact.

Uit de genoemde bibliografie haal ik de volgende Spinozana naar boven:

Heeft Spinoza in “'t Opregte Tappeyt huis” gewoond? De Vrijdagavond VIII, 6. (1931)

Spinoza als koopman. Zijn ervaring met een wanbetaler. Alg. Handelsblad, 31 Maart 1933

De firma Bento y Gabriel de Spinoza. Door A. M. Vaz Dias en W[illem] G[erard] van der Tak. Mededelingen van wege het Spinozahuis nr 1. Leiden, Brill, 1934. 23 pagina's

Van den Enden en Kerckrinck door A. M. Vaz Dias en W. G. van der Tak. In: Het Spinozahuis, 37e jaarverslag [1934]

Nieuwe gegevens betreffende Baruch de Spinoza en diens familie door A. M. Vaz Dias en W. G. van der Tak. In: Het Spinozahuis, 38e jaarverslag [1935]

Uriel da Costa. Mededelingen vanwege het Spinozahuis nr 2. Leiden, 1936 Spinoza en Simon Joosten de Vries door A. M. Vaz Dias en W. G. van der Tak. In: Het Spinozahuis, 39e jaarverslag [1936]

                                                 * * *

Aan de filosofie van Spinoza heeft hij zich niet gewaagd, maar aan concrete feiten inzake de biografie van Spinoza en zijn relaties heeft hij uit diverse archieven interessante gegevens opgedoken. Daarin ligt zijn grote verdienste voor de Spinoza-studie.

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie #1, #2, #3, #4, #5, #6, #7, #8, #9, #10, #11, #12,

Bronnen

Levensbericht door J. d’Ancona in Bijdragen en mededeelingen van het Genootschap voor de Joodsche Wetenschap in Nederland. Vol. 6 (Amsterdam, 1940) [PDF]  

Biografische notitie door dr. Jaap Meijer, opgenomen in de Preface van Spinoza, Merchant & Autodidact. [1982] 

Herdenkingsartikel van ‘Bekend geschiedvorscher’ in Nieuw Israëlietisch weekblad, van 16 juni 1939 [vandaar ook zijn foto - kranten-kb]