Donderdag 1 augustus wordt Antonio Negri 80 jaar

’s Avonds om 19:05 uur zendt het Oostenrijkse ORF-radioprogramma, "Dimensionen - die Welt der Wissenschaft,” een programma over en met Antonio Negri uit: “Revolutionärer Optimismus. Zum 80. Geburtstag des italienischen Soziologen, Philosophen und Politaktivisten Antonio Negri” Het is live te volgen via internet.

 

Grepen uit de toelichting:

 

“Antonio Negri geht es um eine Alternative des Zusammenlebens in einer Gesellschaft, die nicht mehr von Profit, Konkurrenz und Besitzdenken beherrscht wird. Realisiert werden soll solch ein Zusammenleben in einer Demokratie, die nicht länger von einem herrschenden Apparat von Politfunktionären dirigiert wird, sondern durch die Macht der "Multitude", der Menge. […]

 

Lees verder...

Toch een vraagteken bij komend boek van Charlie Huenemann

Nog eens over het boek dat op 31 oktober 2013 zal uitkomen van

 

Charlie Huenemann, Spinoza's Radical Theology. The Metaphysics of the Infinite. Acumen Publishers, [cf. blog]

 

Wat mij opvalt als ik naar deze inhoudsopgave kijk (zie hierna): ik zie wel een hoofdstuk over “God, as known by reason,” maar niet een “God, as known by intuition.“ Ik vraag me af of datgene waarnaar Spinoza in het 5e deel naartoe werkt wel aan de orde gaat komen in dit boek.

 

Ook het stuk dat Charlie Huenemann een aantal jaren geleden op z’n website plaatste over dit boekproject, SPINOZA’S THEOLOGICAL PROJECT [PDF], geeft hierover geen enkele indicatie – integendeel.

 

"Dat is een boek waarvan ik nu al weet dat ik het zal gaan aanschaffen en lezen,” schreef ik op 26 maart 2013 in het blog waarin ik de komst van het boek in oktober aankondigde. Inmiddels weet ik dat nog niet zo zeker en zal ik eerst eens wachten tot Google of Amazon er t.z.t. wat in laten snuffelen.

Stan Verdult

 

Lees verder...

Rudolf Carnap (1891-1970) moet toch wel eens wat van Spinoza gelezen hebben

Rudolf Carnap was wel de belangrijkste vertegenwoordiger van de Wiener Kreis of de beweging die bekend staat als het logisch empirisme of het logisch positivisme en die aan de basis ligt van de analytische filosofie.

 

Hij had een sterke antipathie tegenover metafysica, waarschijnlijk - hier volg ik Gottfried Gabriel, zie onder -  voortgekomen vanuit z'n piëtistische jeugd. Piëtisme is sterk gericht op praktijk en gekant tegen theorie; dogmatiek werd als scholastiek gezien en vooral metafysica was daarin de dienstmaagd van de theologie. Hij verwierp dus metafysica als theorie, maar was sterk overtuigd van het belang van Lebensgefühle als praktische oriëntatie. In scherp scheiden van theoretische en praktische kwesties verschilde hij dan ook sterk van andere leden van de Wiener Kreis, wellicht vanwege deze opvoeding door zijn moeder die sterke 'mystieke' tendensen kende op basis waarvan hij in z'n jeugd een 'ethisch pantheïsme' aanhing - niet gebaseerd op theoretische of metafysische overwegingen, maar meer "a matter of the attitude toward the world and fellow human beings." [Hieronder de hele passage in zijn autobiografie]

 

Lees verder...

Boekentip

Bij Polare, de boekwinkels waarin Selexyz en De Slegte opgingen, loopt momenteel een zomerboekendump. Veel interessante boeken, tegen lage prijzen. En elk tweede boek krijgt nog eens 50% korting. Ik wijs op één boek, dat eerder al eens werd afgeprijsd en nu nog slechts 4,99 euro kost (of de helft daarvan). Ik doel op dit werkelijk schitterende boek:

 

Herbert de Vriese; Geert Eekert; Guido Vanheeswijck en Koenraad Verryken, De koningin onttroond. De opkomst van de moderne cultuur en het einde van de metafysica. Pelckmans, 2005

 

Het lijkt weinig met Spinoza te maken te hebben, maar toch… iemand die zich met Spinoza bezighoudt, zal hiervan zeker kunnen genieten. Over hoe na de dood van Hegel er diverse denkbewegingen opkwamen die een groter accent op ‘echte’ wetenschap en minder op speculatieve metafysica wilden leggen; hoe van 1830-1848 de jong-Hegelianen meenden een einde gemaakt te hebben aan elke metafysica. En hoe ook nu nog de discussie loopt tussen degenen die het erover hebben dat we leven in de tijd van de postmetafysica, bestookt worden met het verwijt dat dat op zich een metafysische positie is.
Een echt informatief én goed geschreven boek. Aanbevolen door deze webmaster... Tegen d
e kosten van een wegwerpkrant...

William Shakespeare (1564 - 1616) en Spinoza [2]

"Ausser Shakespeare und Spinoza wüsst ich nicht, dass irgend ein Abgeschiedener eine solche Wirkung auf mich getan." Schreef Goethe in 1816. 1) 45 jaar eerder al was Goethe een bewonderaar van Shakespeare. Zijn “Studie nach Spinoza” moest toen nog volgen.

 

Op 14 oktober 1771, de dag die protestantse kalenders aan Wilhelm wijdden, organiseerde Goethe die dat jaar 22 zou worden en nog (of liever, weer) bij zijn ouders in Frankfurt woonde, bij hem thuis een viering ter ere van William Shakespeares waarbij hij een rede hield, waarin hij o.a. zei:

 

“Die erste Seite, die ich in ihm las, machte mich auf zeitlebens ihm eigen, und wie ich mit dem ersten Stück fertig war, stund ich wie ein Blindgeborner, dem eine Wunderhand das Gesicht in einem Augenblicke schenkt. Ich erkannte, ich fühlte aufs lebhafteste meine Existenz um eine Unendlichkeit erweitert, alles war mir neu, unbekannt, und das ungewohnte Licht machte mir Augenschmerzen. Nach 'und nach lernt ich sehen, und, Dank sei meinem erkenntlichen Genius, ich fühle noch immer lebhaft, was ich gewonnen habe.

 

      Ich zweifelte keinen Augenblick, dem regelmäßigen Theater zu entsagen. Es schien mir die Einheit des Orts so kerkermäßig ängstlich, die Einheiten der Handlung und der Zeit lästige Fesseln unsrer Einbildungskraft. Ich sprang in die freie Luft und fühlte erst, daß ich Hände und Füße hatte. Und jetzo, da ich sähe, wieviel Unrecht mir die Herrn der Regeln in ihrem Loch angetan haben, wieviel freie Seelen noch drinne sich krümmen, so wäre mir mein Herz geborsten, wenn ich ihnen nicht Fehde angekündigt hätte und nicht täglich suchte ihre Türme zusammenzuschlagen. [...] Schäkespears Theater ist ein schöner Raritätenkasten, in dem die Geschichte der Welt vor unsern Augen an dem unsichtbaren Faden der Zeit vorbeiwallt. Seine Plane sind, nach dem gemeinen Stil zu reden, keine Plane, aber seine Stücke drehen sich alle um den geheimen Punkt, in dem das Eigentümliche unsres Ichs, die prätendierte Freiheit unsres Wollens, mit dem notwendigen Gang des Ganzen zusammenstößt. [. ..] Und ich rufe Natur! Natur! nichts so Natur als Schäkespears.” 2)

 

    

Lees verder...

Angela Roothaan blij dat ze het slagveld van de Spinoza-studies de rug kon toekeren

Vijf dagen geleden, zo vond ik serendipisch, schreef Angela Roothaan een blog getiteld: Spinoza Wars.

 

Het is een best wel schokkende beschouwing over al dan niet academische Spinoza-oorlogen die er gevoerd kunnen worden.

 

Maar het schokkendst vind ik wat ze vertelt over wat haar tijdens het proces van promoveren overkwam: dat de hoogleraar die haar in haar werk het meest had begeleid, tenslotte weigerde haar te promoveren en haar in de “wereld van Spinoza” toe te laten. Na zeventien jaar geeft ze haar gemoed eindelijk deze opluchting. 

Uiteindelijk promoveerde ze op 14 juni 1996 aan de Universiteit van Amsterdam op Vroomheid, vrede, vrijheid : een interpretatie van Spinoza’s Tractatus theologico-politicus (handelsuitgave Assen, 1996). 1e supervisor was prof. dr. B. Vedder, Universiteit Tilburg; ass. supervisor was dr. F. Jacobs, Universiteit van Amsterdam. [Cf.] Ze is zo netjes de naam van die professor die zich terugtrok niet te noemen.

 

Ooit schreef ik, niets wetend van deze voorgeschiedenis, vanuit verbazing een blog: “Angela Roothaan is volledig van Spinoza af.” Hoe kon iemand, zo was mijn gevoelen, die jaren met Spinoza bezig was geweest en op hem gepromoveerd was, nu een boek over geesten schrijven en niet denken aan Spinoza’s briefwisseling met Hugo Boxel! Ja, zeer verbaasd was ik. Dat ze op dat blog reageerde vond ik wel leuk, maar in mijn ogen bleef het wat mager. Maar nu begrijp ik het en kan ik meevoelen dat en waarom ze indertijd dacht: "stop trying to be a Spinoza-scholar!"

Ik heb haar proefschrift tweemaal met interesse gelezen en vind het jammer dat ik daar nooit een blog aan gewijd heb, want ik vond het een boeiend betoog en een geslaagde studie. Maar ik voel(de) steeds terughoudendheid op het terrein van de politieke theorie en wilde mij eerst door en door in de Ethica thuis voelen; dus stel(de) ik schrijven over politieke boeken (die ik wel las) telkens uit. Misschien ook wel een beetje uit angst voor die Spinoza-oorlogen. 

 

 

Die werklikheidsbeeld van mense word vir 'n belangrike deel bepaal deur hulle kennis van die werklikheid

Dit beteken dus dat elke egte toename in die kennis van mense ook invloed moet hê op hulle werklikheidsbeeld. 

Zo begint de studie van

J. S. Oosthuizen, Van Plotinus tot Teilhard de Chardin. Rodopi, 1974. [books.google]

Het hoofdstuk over "Die antieke werklikheidsbeeld" eindigt zo:

Die stormagtige ontwikkeling in die moderne wetenskap het van die begin van die sewentiende eeu af allerhande veranderinge in die heersende werklikheidsbeeld van die Weste teweeg begin bring, waardeur die algemene heerskappy daarvan geleidelik aan ondergrawe is. Dit het die antieke werklikheidsbeeld egter nie verhinder om nog lank sy invloed in die Westerse denke te laat geld nie. By denkers soos byvoorbeeld Spinoza en Kant mag ons rustig stel dat die antieke werklikheidsbeeld nieteenstaande al die nuwe demente in hulle denke, nog steeds 'n dominante rol gespeel het. Dit was eers omstreeks die wisseling van die agtiende na die negentiende eeu dat die buitelyne van 'n nuwe werklikheidsbeeld duidelik sigbaar begin word het. Die opkoms en uiteindelike oorheersing van hierdie nuwe werklikheidsbeeld het egter nie tot 'n algehele verdwyning van die antieke werklikheidsbeeld gelei nie. Reste daarvan is selfs in ons eeu nog in die Westerse denke aan te wys — selfs by twintigste-eeuse denken soos Alexander, Whitehead en Teilhard, wie se denke duidelik beheers word deur 'n ander werklikheidsbeeld as die antieke. Omgekeerd moet ons hier egter daarop wys dat die werklikheidsbeeld van prakties alle toonaangewende antieke denken op hulle beurt ook weer elemente bevat het wat duidelik vreemd was aan die antieke werklikheidsbeeld. Die ontwikkelingsgedagte, wat so sentraal staan in die moderne denke, was byvoorbeeld nie geheel en al afwesig in die antieke denke nie. By Aristoteles, die Stoa en Plotinus — om maar heeltemal te swyg van natuurfilosowe soos Anaximander, by wie die moderne ewolusieteorie in 'n sekere sin reeds geantisipeer is -- is diverse passasies aan te wys waarin die een of ander vorm van ontwikkeling geïmpliseer word. Hierdie "grensoorskrydinge" neem egter vir geen oomblik weg dat daar 'n grondige verskil tussen die "antieke" en die "moderne" werklikheidsbeeld bestaan en dat daar sedert die begin van die moderne era 'n duidelike omskakeling van die "antieke" na die "moderne'. werklikheidsvisie te konstateer is nie. Aan die wesenstrekke en die geskiedenis van die moderne werklikheidsbeeld sal ons later (in paragraaf 4) aandag bestee. Op hierdie stadium moet ons oorgaan tot 'n noukeurige analise van die denkbeelde van Plotinus, om van daaruit 'n nog skerper beeld van die antieke werklikheidskonsepsie te kry.”(p. 52)

 

Ter herinnering: Spinoza-excursies

De volgende data van de excursies "In de voetsporen van Spinoza" die Jossi Efrat organiseert, zijn:
4 augustus, 8 september en 6 oktober 2013.

 

Voor méér informatie zie dit blog van 14 juni.  

De Volkskrant besprak Weststeijn’s "De radicale republiek"

Telkens als een boek van uitgeverij Prometheus (waartoe Bert Bakker behoort) besproken wordt, geven ze daarvan een persbericht uit. Zo ook vandaag:

 

“Vier sterren voor De radicale republiek in de Volkskrant

 

De radicale republiek van Arthur Weststeijn is dit weekend lovend besproken in de Volkskrant. Marcel Hulspas noemt het boek 'de welkome kennismaking met de radicale gebroeders De la Court, die al in de 17de eeuw de lof zongen van de democratie.' Vorige week verscheen al een groot artikel in Trouw: ”De radicale republiek geeft een raak beeld van de hoofdpersonen en de tijdgeest.” Ook besteedde de Dagelijkse Standaard aandacht aan het boek over de gebroeders De La Court: “Met dank aan de zeer lezenswaardige filosofische biografie van Arthur  Weststeijn worden de ideeën van de gebroeders De la Court en het intrigerende tijdperk waarin zij leefden terecht onder de aandacht van een breder publiek gebracht.”

Een uitgever plukt uit een recensie wat hem uitkomt en geeft niet  de kritische noten door. Maar Marcel Hulspas schreef in de Volkskrant van zaterdag ook deze slotalinea:

Lees verder...

Es tut nichts...

“Es tut nichts, daß Spinoza auf scholastischen Weg zu seiner einheitlich großen Weltanschauung kommt. Auch Jesus kam auf einem Esel.”

 

[Fritz Mauthner, Wörterbuch der Philosophie, Band 1. Jazzybee Verlag, 1910 - books.google]

 

William Shakespeare (1564 - 1616) en Spinoza [1]

Nee, ik was er  niet naar op zoek. Ik zou er uit mezelf niet zo snel toe komen om naar een verband tussen Shakespeare en Spinoza op zoek te gaan. Maar zo'n verband blijkt te construeren te zijn en dat is dan ook gedaan, ontdekte ik toen ik dit eerste draadje te pakken had. Toevallig naar iets anders op zoek, stuitte ik op een tekst van Johannes van Vloten die hij schreef in IJselkout: Mengelingen en bijdragen [A. ter Gunne, 1855] onder de titel (ja, hij was soms ook eigenzinnig in schrijfwijzen): “Spinoza en Shakspere.”

Aanvankelijk dacht ik nog te maken te hebben met een luchtig verzonnen stukje, want hij schreef van alles bij elkaar, zoals in deze IJselkout over onder meer: Oranje en Granvelle, Boekjes van vroeger en thans, Antirevolutionaire bezwaren, Goethe en Werther, Spinoza en Leibniz. En zo ook dus Spinoza en Shakspere.

En daaruit leerde ik – was dat nooit eerder tegengekomen -  dat net als Bach’s Mathäus Passion (herondekt in 1829 door Felix Mendelssohn Bartholdy), Spinoza (herontdekt door de Duitse filosofen eind 18e, begin 19e eeuw) ook Shakespeare jarenlang uit beeld zou zijn geweest en door Herder zou zijn herontdekt. Of dat een mythe is weet ik niet – je vindt er niets over op de wikipedia-pagina over Shakespeare.  

Ik kom hier in een volgend blog op terug en geef hier eerst die tekst uit 1855 van Johannes van Vloten, waarin hij een samenvatting geeft van een tekst van Kuno Fischer.

 

      Lees verder...

Hoe Dionijs Burger uitglijdt bij het onderuit halen van Spinoza’s metafysica

Dionijs Burger (1820 - 1891)Van Dionijs Burger [cf. dit blog] die omstreeks 1860 een concieze vertaling van de Ethica maakte, kwam ik enige artikelen tegen die hij inbracht in De nieuwe recensent, Tijdschrift voor wetenschap en smaak. Onder medewerking van een aantal vaderlandsche geleerden en letterkundigen, 1861, Tweede Stuk, Mengelwerk. Amsterdam, J. & J. Mannoury, Firma Ipenbuur & van Seldam. Er staan verhalen, novellen enz. in, er is Poëzij en er is de Portefeuille Proza. Daarin stonden drie artikelen van D. Burger:

Spinoza en de Onsterfelijkheid [p. 241]. Onsterfelijkheid en Herinnering [p. 344] en De Metaphysica van Spinoza [p. 680]

Die eerste twee stukken, waarin hij ‘onsterfelijkheid’ en ‘eewigheid’ door elkaar haalt (hetgeen  wel vaker gebeurde en gebeurt) laat ik zitten. Dat laatste korte stuk, waarin hij meent Spinoza’s metafysische systeem onderuit gehaald te hebben, neem ik hier graag over, daar er een fraaie denkfout in aan te treffen is. Hij meent het hele stelsel onderuit te halen door te wijzen op een grote fout aan het begin. Die ontdekt hij in stelling 1/5 welke in Burgers vertaling luidt: "Stelling V. In het heelal kunnen geen twee of meer zelfstandige wezens van dezelfde natuur of eigenschap bestaan." [cf. zie aldaar ook het bewijs].

Daarmee gaat Burger in zijn stukje aan de slag. Hij probeert het principe toe te passen dat Spinoza hier kennelijk gebruikt en dat sinds Leibniz bekend staat als het “principe van de ononderscheidbaarheid”. Dat principe kan op twee manieren voorkomen: [1] het principe van de ononderscheidbaarheid van identieke dingen [voor elke x en y geldt, als x identiek is aan y, dan hebben x en y volledig dezelfde eigenschappen; daar gaat het om een duidelijke logische waarheid];

[2] het principe van de identiteit van dingen met ononderscheidbare eigenschappen [voor elke x en y geldt, als x en y dezelfde eigenschappen hebben, dan zijn x en y identiek]. Hier kunnen addertjes onder het gras zitten, n.l. wat telt als eigenschappen en wat laat je buiten beeld. Daar neem Burger als een echte jongleur zijn speelruimte.

Ik geef nu eerst de tekst van Dionijs Burger en geef daarna mijn commentaar; dit blijven immers leuke denkoefeningen. Of er iemand destijds nog commentaar aan Burger heeft gegeven is mij onbekend (het zou iets voor Johannes van Vloten geweest kunnen zijn).

Lees verder...

27 juli, dag van Spinoza’s Herem

27 juli 1656 werd de banvloek over Spinoza uitgesproken - wegens ‘vreselijke ketterij’ en ‘schandelijke daden’. Zie op stadsarchief.amsterdam.nl de afbeelding uit het Escamoth, het register van besluiten en reglementen van de joodse gemeente Talmud Tora, met de banvloek over Spinoza.

Zie hier hoe hij "uitgeschreven" werd:

 

 

 

Ik citeer hier, bij deze afbeelding van de doorhaling van de naam Baruch Espinosa in het register van Ets Haim, uit het verslag van Carel Peeters dat op 5 juli 2008 in Vrij Nederland verscheen over de Spinoza-tentoonstelling in de Bibliotheca Philosophica Hermetica te Amsterdam:

 

“Een choquerende illustratie van de afkeer die Spinoza opriep, is meteen aan het begin van de tentoonstelling te zien: daar ligt het grote boek waarin de namen werden geschreven van de nieuwe leden van het Portugees-joodse genootschap Ets Haim. De naam van Spinoza is er met vette, hatelijke krassen doorgehaald. Woedend weggekrast. Hier heeft de visuele excommunicatie van een filosoof plaats. Dat gebeurde in 1656 toen Spinoza uit de joodse gemeenschap werd verbannen vanwege zijn ketterse ideeën.”

Dit blog herdenkt dus tevens dat vijf jaar geleden die interessante tentoonstelling Libertas Philosophandi in de Bibliotheca Philosophica Hermetica werd gehouden.

Stan Verdult

                  
                                    [ let wel, dit was in 2008 ]

Julius Hermann von Kirchmann (1802 – 1884) stichter Philosophische Bibliothek met Spinoza’s sämmtliche philosophische Werke

Hier hebben we weer een Duitse filosoof, jurist en politicus die enige eer in de Spinoza-studie heeft verdiend, waarover de de.wikipedia-pagina over hem volledig het zwijgen toe doet – hetgeen ik nu al zo vaak heb moeten constateren. Ik geloof niet in samenzweringen, maar wel in onwetendheid, brede ongeïnteresseerdheid of bevooroordeeldheid als het om Spinoza gaat. Gelukkig is er dit blog om te wijzen op b.v. zijn Erläuterungen zu Benedict von Spinoza’s Ethik.

Na z’n gymnasium ging Kirchmann rechten studeren in Leipzig, vervolgens in Halle. Na zijn studie kreeg hij een aanstelling bij justitie en vier jaar later werd hij strafrechter. In 1835  Landgerichtsdirektor in Querfurt en vier jaar later in Torgau. In 1846 verkreeg hij de hoge justitiefunctie van Staatsanwalt in Berlijn die hij twee jaar behield. Hij verloor die positie wegens opvattingen die te radicaal zouden zijn voor zijn ambt. Nadat hij in 1847 zijn beroemde rede had gehouden over Die Werthlosigkeit der Jurisprudenz als Wissenschaft,*) werd hij een jaar later weggepromoveerd tot Vizepräsident des Oberlandesgerichts in Ratibor.

 

Ook was hij politiek actief. Voor de Fortschrittspartei zat Kirchmann van 1862 tot 1870 en van 1873 tot 1876 in het Preußische Abgeordnetenhaus. Tevens was hij van 1867 tot 1877 lid van de Reichstag.

 

Lees verder...

Te verwachten Spinoza-boeken

Zie hier een overzichtje van aangekondigde boeken die naar verwachting de komende tijd zullen verschijnen, of (het eerste boek) reeds verschenen zijn:

•  15 juli 2013 is verschenen: Martin Saar: Die Immanenz der Macht – Politische Theorie nach Spinoza. Suhrkamp, €22  - ISBN: 978-3-518-29654-7  [cf. blog]

•  begin september 2013: Miriam van Reijen, Spinoza in bedrijf. Van passie naar actie, Klement [cf. blog]

•  Medio oktober 2013: Rudi Rotthier, De naakte perenboom. Op reis met Spinoza. Atlas Contact, 2013 - 352 pagina’s - 9789045025520 - €21,95 [cf. blog]

•  September? Waarschijnlijk later: Jonathan I. Israel, Democratische Verlichting, uitgeverij Van Wijnen, ISBN: 9789051944358- 1280 blz.

•  September? Dat was 't laatste bericht, maar waarschijnlijk wordt het later, mogelijk eind van het jaar?: Henri Krop: Spinoza. Een paradoxale icoon van Nederland. Bert Bakker, 2013. Intekenprijs €49,95 daarna €59,95. Gebonden, ca. 600 blz. ISBN 9789035138711 [cf blog en blog]

[Bert Bakker vermeldt het overigens nog niet in de najaarsprospectus van boeken die van okt t/m jan 2014 uitkomen. Te vrezen valt dus dat het later wordt].

Lees verder...

Spinoza-blog wordt door de Koninklijke Bibliotheek gearchiveerd

Naar aanleiding van de reacties op het blog “Kaddisj voor de website van Siebe Thissen”, soms per e-mail, kan ik berichten dat de Koninklijke Bibliotheek ook Spinoza.blogse.nl in zijn web-archief zal opnemen.

 

In beginsel worden zelden blogs opgenomen, vooral vanwege de reacties op de afzonderlijke blogberichten. Dit zou hebben te maken met auteursrecht, zo werd mij meegedeeld. Daar echter nog lange tijd het web-archief alleen binnen de muren van de Koninklijke Bibliotheek te raadplegen zal zijn, zag men een mogelijkheid om iets ruimer te selecteren en ook het Spinoza-blog in het web-archief op te nemen.

 

Overigens gebeurt dat archiveren slechts éénmaal per jaar, zodat – mocht blogse.nl er ooit opeens mee stoppen - er toch flink wat blogs verloren kunnen gaan. Bij blogs zou minstens een wekelijkse archivering wenselijk zijn. Maar toch: van dit "culturele erfgoed" zal in elk geval iets worden bewaard.

Lees verder...

Filip Schrooyen (1964) en zijn 'Tractatus Singularis'

Joris Van Leuven stuurde mij vanmiddag deze mail:

 

Beste Stan,
vorige week liep ik een galerij in Antwerpen binnen en mijn blik viel op een schilderij van Spinoza. De schilder is Filip Schrooyen. Deze kunstenaar is blijkbaar gefascineerd door Spinoza, hij maakte ook een object (in de vorm van een boek) dat expliciet verwijst naar de TTP.
Omdat ik er van uit ga dat alles aangaande Spinoza u interesseert, dacht ik dat het een goed idee was om deze u door te sturen.
met vriendelijke groeten,
Joris Van Leuven 

 

Dit bijgevoegde fotootje is erg klein - een grotere kon hij me niet leveren. Maar een dag later vond ik hier een grotere afbeelding.  

 

De galerij waar hij binnenliep was Ivonne [Vlasmarkt 16, 2000 Antwerpen], waar van 18 juli tot 4 augustus 2013 de groepstentoonstelling loopt “Ist das Kunst oder kann das weg?” van het kunstenaarscollectief 'Like' met o.a. Ronny Broeckx, Colette Cleeren, Filip Schrooyen en Marie Verdurmen. [cf. hier en hier]

 

Lees verder...

Veer voor Spinoza van Aristoteles-scholar

Even wijzen op een passage in het boek van

Eugene Garver, Aristotle's Politics: Living Well and Living Together. University of Chicago Press, 2011 - 312 pages,

een passage op blz 79 die zich liet opsporen via books.google en die ik wel aardig vond om in dit blog naar voren te halen. Ik keek er even naar n.a.v. het review van het boek dat deze week op NDPR verscheen.

 

 

 

Spinoza en de 'kabood JHWH' [4]

Nog niet was ik ingegaan op waar Warren Zev Harvey [cf. het vorige blog] op wees, namelijk zijn noot 26 bij zijn artikel "Spinoza's Metaphysical Hebraism,” waarin hij verwees naar "Wolfson, Spinoza, vol ii: 311-25, cites other pertinent texts." [cf.]

 

Daar had ik zelf eigenlijk ook bij  terecht moeten komen, want ik bezit Harry Austryn Wolfson’s The Philosophy of Spinoza [oorspr. 1934, herdruk 1958]. Ik had het me even voorgenomen nog te doen, maar had die op zich goede gedachte niet uitgevoerd. Daar was nu dus, via die tip uit Israël, alle reden voor.

En inderdaad, Wolfson geeft uitvoerige beschouwingen over wat Spinoza kan hebben voorgehad met het verwijzen naar gloria in de bijbel, waarvoor hij uitvoerig te rade gaat bij joods-middeleeuwse auteurs, zoals hij steeds doet in zijn ‘Spinoza-bijbel’. Ik citeer:

 

“To show that he was merely reaffirming an old traditional belief, Spinoza adds that “this love or blessedness is called Glory in the sacred writings, and not without reason.”
   Now, to what particulair passage in the Bible does Spinoza have reference here when he says that “glory  means this blessedness or lo ve or union or peace of mind?
   The verse “the whole erth is fulle of GHis glory” (Isaiah 6,3) is generaly taken tob e the reference. But there is nothing in the context of that verse to make it more applicable to Spinoza’s particular purpose here than any of the other one hundred and ninety-odd passages in the Old Testament in which the word kabod [note: ] occurs, or the one hundred and fifty-odd passages in the New Testament in which the word δοξα occurs.” [p. 311-12]

 

Hierna gaat Wolfson uitvoerig in op de vraag of Spinoza Leo Hebraeus’ “eterna gloria” in gedachte zou hebben gehad, hetgeen hij afwijst. Vervolgens gaat hij pagina’s lang in op Psalm-verzen 16, 8-11 die volgens hem Spinoza op ’t oog gehad zou hebben. Erg overtuigend is dit niet, terwijl de teksten met kabod van Jeremias die Spinoza in de TTP behandelt, waar Zev Harvey op wees, door Wolfson niet genoemd worden. Ik denk dan ook dat Zev Harvey’s suggestie overtuigender is.

Lees verder...

Compleet programma VHS zomerweek 2013

Het programma van de VHS zomerweek 2013 over het thema "De actualiteit van de Ethica" die van 29 juli t/m 2 augustus in Barchem zal worden gehouden (cf. blog van 21 mei) is inmiddels gecompleteerd. Graag bewaar ik in dit blog dit uitgebreide programma, ook al neem ik zelf hieraan dit jaar geen deel. Opvallend is dat een aantal eerdere cursusdeelnemers nu als inleider ingepland staan (dat is overigens niet de reden waarom ik niet deelneem, ik had dat juist graag willen meemaken).
De cursus is geheel volgeboekt, zodat men niet meer kan inschrijven. Zie voor méér informatie de website van de VHS.

Lees verder...

Spinoza en de 'kabood JHWH' [3]

Warren Zev HarveyNa het vorige blog “Spinoza en de 'kabood JHWH' [2]”, heb ik de ‘stoute schoenen’ aangetrokken en de daar genoemde professor Zev Harvey om informatie gevraagd. En hij was zo vriendelijk direct zijn antwoord te mailen.

Hij verwees naar de “English summary of my Hebrew article in Iyyun 49 (2000), p. 111”, maar bij dat artikel is niet zo eenvoudig te komen. Ik had mij, denk ik, slordig uitgedrukt door te zeggen dat ik zijn Hebreeuwse artikel “The Term Gloria in Spinoza’s Ethics” had gevonden, terwijl ik slechts in secundaire literatuur de titel ervan was tegengekomen.

Het volgende echter bracht me verder, waar hij schreef:

“See also my article, "Spinoza's Metaphysical Hebraism," in H.M. Ravven and L.E. Goodman, Jewish Themes in Spinoza's Philosophy, Albany: SUNY, 2002, p. 111, and p. 114, n. 26.

Spinoza's use of "gloria" = "beatitudo" in Ethics, V, 36, refers in particular to Isaiah 58:8.  See Spinoza's comments on this verse in TTP, ch. 5. See also Maimonides, Guide, III, 51.”

Lees verder...

Spinoza's zonnesteek op de via perardua

Hoe kan een God van Spinoza zichzelf in 's hemelsnaam met een oneindige verstandelijke liefde liefhebben...

Lees verder...

Lotte Brunner (1883 – 1943) Dagboeken over Constantin Brunner en Spinoza [6]

Veel genoegen heb ik beleefd aan het lezen van Lotte Brunner, Es gibt kein Ende. Die Tagebücher [Hansa-Verlag, 1970]. Ik deed daarvan verslag in enige blogs. Vervolgens heb ik mij ermee bezig gehouden om alle aantekeningen in deze dagboeken over Spinoza bijeen te brengen uit de complete dagboekteksten die Barrett Pashak van constantinbrunner.info zo vriendelijk was mij te bezorgen: Lotte Brunner Tagebuch 1903-1932 [Vollständige Fassung auf der Grundlage des Berner Manuskriptes Erfaßt]. Het ging me daarbij alleen om de uitlatingen en discussies van Constantin en Lotte Brunner over Spinoza. Ik liet daarbij achterwege opmerkingen over Wienbrack’s Spinozabüste, over Brunners geschrift »Spinoza gegen Kant«, over Kolbenheyers Spinoza-Roman; verder alles wat te maken had met Friedrich Kettner en het Czernowitzer Ethische Seminar; of Professor Liebert’s Aufsatz »Spinozarenaissance« en opmerkingen van andere derden over Spinoza.

 

Tot mijn verrassing bleek dat een forse selectie is gemaakt voor de uitgave Lotte Brunner, Es gibt kein Ende. Die Tagebücher [Hansa-Verlag, 1970], zonder dat daarover iets werd gezegd door de bezorgers van die uitgave; daarover heb ik al eerder een opmerking gemaakt.

 

Lees verder...

'The Spinoza Problem' nu ook in het Farsi

Vandaag meldt de Iran Book News Agency [IBNA}:  

‘The Spinoza Problem’, a book by Irvin D. Yalom which is rendered into Persian by Hassan Kazemi, has been published in Iran.

 

In ‘The Spinoza Problem’, Irvin Yalom spins fact and fiction into an unforgettable psycho-philosophical novel. A psychiatrist with a deep interest in philosophical issues, Yalom jointly tells the story of the seventeenth-century thinker Baruch Spinoza, his philosophy and subsequent excommunication from the Jewish community, and his apparent influence on the Nazi ideologue Alfred Rosenberg, Amazon says.

 

Talking about the book, Kazemi said: “The novel is divided into two chapters; one about the life of Spinoza and the other about the life of the German theorist, Alfred Rosenberg.”

 

Baruch Spinoza was a Dutch philosopher. Revealing considerable scientific aptitude, the breadth and importance of Spinoza's work was not fully realized until years after his death.

 

By laying the groundwork for the 18th century Enlightenment and modern biblical criticism, he came to be considered one of the great rationalists of 17th-century philosophy.

 

The Persian translation of ‘The Spinoza Problem’ has been released in 460 pages by Sobh Sadegh Publications.

 

Lees verder...

Spinoza houdt goed stand in het (post)moderne denken

In de zomerse komkommertijd heeft Tinneke Beeckman voor haar blog een artikel uit de kast gehaald dat zij bijdroeg aan Marc Van den Bossche & Chris Bremmers (Red.), De actualiteit van Martin Heideggers 'Zijn en tijd'. Essays ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Heideggers 'Sein und Zeit' [Damon, Budel 2007, ISBN 9789055737895]

 

Haar hoofdstuk luidde: "De ontologische differentie als aanzet om de alledaagsheid te denken: het belang van Heidegger voor de hedendaagse Franse filosofie (Deleuze)", p. 25-46

Wie nog eens wil gruwelen (of juist genieten) van het denken van Heidegger en Deleuze kan hier terecht. Beide filosofen zijn sterk in het verzinnen van nieuwe woorden, die zij nodig achten om hetgeen waarop zij willen wijzen op ons over te dragen. Vooral Deleuze staat erg bekend om zijn vele nieuwvormingen, maar Heidegger kon er ook wat van (het lijkt wel kanker). Dus moeten we om een woordenbrij heen, het is niet anders, maar Tinneke doet haar best die uit te leggen.

Lees verder...

Italiaanse roman met Spinoza

Diego Guadagnino (1951), openbare aanklager van de rechtbank van het Italiaanse Agrigento, schreef al meer literair werk, zowel poëzie als romans. Vorige maand verscheen 

Diego Guadagnino, I filosofi della Quarta Sezione. Edizioni Clandestine, juni 2013 - ISBN 9788865964330

 

De roman speelt in het midden van de jaren tachtig in Cabiria, een fictieve plaats in de kleine provincie Sicilië. De hoofdrolspelers vormen een groepje militante dissidenten binnen de communistische partij— overwegend kleine provinciale bourgeois en intellectuelen die verdreven werden uit de andere drie orthodoxe secties van de partij in de stad, en daarom een eigen ‘vierde kamer’ oprichtten. Ze ontvingen de bijnaam ‘de filosofen’ omdat ze utopisch geïnspireerd willen denken. Zonder de Gramsciaanse interpretatie van het marxisme te ontkennen, vinden ‘de filosofen’ hun referentiepunt in de Nederlandse 17de eeuwse filosoof Baruch Spinoza. Inderdaad, een van de dissidenten, de landmeter [!] Calogero Vinci, begint aan een studie Latijn met het enige doel om de Ethica more geometrico demonstrata in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen.

 

Misschien nuttig om te weten - om in de gaten te houden.
Méér informatie hier en hier
en hier.

Braziliaanse Spinozasite heeft nieuwe url

De Braziliaanse site, uitgever van Revista Conatus - Filosofia de Spinoza (waarvan hieronder de covers) heeft een nieuw domeinadres (url), nl. benedictusdespinoza.pro.br

Ook heeft een speelse webmaster een cursor volg programmaatje aangebracht. Ik herinner me dat ik een jaar of acht geleden ook zoiets op een website had, maar dat al gauw erg irritant vond. Benieuwd hoelang ze het in Brazilië volhouden. Ik zal een poos de link rechts onder het rijtje links opnemen om er makkelijk eens te gaan kijken.

Spinoza en de 'kabood JHWH' [2]

Misschien heeft het een beetje met zomerloomheid te maken, maar het verbaast mij dat er zo weinig reactie is op de ontdekking die we bij de SKL deden inzake Spinoza’s klaarblijkelijke verwijzing naar de Hebreeuwse ‘kabood JHWH’ [cf. blog]. Hij hoefde dit voor niemand te doen. Hij hoefde zijn vroegere joodse gemeenschap die hem in de ban deed niet te pleasen. Het feit dát hij die link met die Hebreeuwse uitdrukking legde, zegt o.i. iets over zijn zich nog verbonden voelen met zijn herkomst – hoewel hij die joodse traditie geheel anders uitlegde.

 

Warren Zev HarveyIk blijf zoeken en ontdekte dat mogelijk de enige die ooit over dit onderwerp schreef de joodse hebraïst en kabbala-geleerde Warren Zev Harvey is. Hij schreef, maar in het Hebreeuws, zodat ik er niet bij kan:

 

Warren Zev Harvey: “The Term Gloria in Spinoza’s Ethics” [in Hebrew], Iyyun 48 (1999), 447-449. Ik zou graag willen kunnen constateren dat hij daarin de relatie met de kabod JHWH legt. Wie weet zal ooit een bezoeker van dit blog daarover uitsluitsel kunnen geven.

 

Ook kom ik op wel drie plaatsen tegen dat van hem in aantocht is een artikel

 

Lees verder...

Weer een boek van Kolakowksi

In de loop van de tijd worden telkens 'nieuwe' boeken van Leszek Kolakowski (1927-2009)uitgegeven, doordat verspreide opstellen, vaak niet eerder in het Engels vertaald, aan het Angelsaksische publiek worden voorgelegd. Over The Two Eyes of Spinoza (2005) schreef ik enige blogs (zie zoekvenster) .

Een tijdje geleden had ik het uitkomen van dit boek gesignaleerd, maar dat nog niet in een blog gedaan. Een mooie review, "Why Kolakowski Matters", dat vandaag verscheen op Frontpage Magazine van iemand die kennelijk net zo weg is van Kolakowski als ik ben, Vladimir Tismaneanu, geeft mij aanleiding op dit boek (dat ik niet las) te wijzen. Het review geeft een impressie van het boek zelf, maar plaatst dit mooi in de biografie en eerdere werken van de van origine Poolse filosoof.

Leszek Kolakowski, Is God Happy? Se

lected Essays. Basic Books, 2013 - 237 pp ISBN 9780465075744 [books.google] Zijn dochter Agnieska Kolakowska bracht weer een aantal verspreide teksten bijeen, die ze vertaalde en van een inleiding voorzag. Uit die inleiding haal ik deze passage:

Lees verder...

Op komst: Spinozareisboek van Rudi Rotthier

In oktober 2013 zal bij uitgeverij Atlas Contact het volgende boek verschijnen van schrijver van reisverhalen

 

Rudi Rotthier, De naakte perenboom. Op reis met Spinoza. Atlas Contact, 2013 - 352 pagina’s - 9789045025520 - €21,95

 

"Jaren geleden las Rudi Rotthier een onbegrijpelijk boek waarin de schrijver zich verzette tegen berouw en zich hard maakte voor de idee dat vrijheid en inzicht samenvallen. Die schrijver was Spinoza, het betreffende boek was de Ethica. Rotthier gaat in De naakte perenboom op zoek naar Spinoza, naar de betekenis van zijn werk, en naar het land waarin dat werk ontstond, Nederland. De ontdekkingsreis leidt van de woonplaatsen van Spinoza naar Almere ('de meest spinozistische stad van Nederland'), naar Waddinxveen (het dieptepunt van het land), naar Deventer en Zwolle. Terwijl hij reist langs rechte wegen ontdekt en toont Rotthier zijn wellicht kronkelige versie van Spinoza, iemand die de mislukking een kans gaf, en met de mislukking de democratie."

 

              Om met grote verwachtingen naar uit te zien.

Lees verder...

Spinoza en de 'kabood JHWH'

Maandag 15 juli hadden we de laatste bijeenkomst van dit seizoen met de Spinoza Kring Limburg en behandelden we het laatste deel van Ethica deel V. En dit werd een heel bijzondere blij makende bespreking. Eén van de deelnemers, Ad Appels, had ons vooraf een stuk toegezonden, waarin hij zich afvroeg en ons de vraag voorlegde: Is ‘Gloria Dei’ Spinoza’s vertaling van ‘Kabood Jahweh’? Ik neem het begin van zijn notitie over:

In het scholium bij stelling 36 van hoofdstuk V schrijft Spinoza: “Op grond hiervan zien we met helderheid in waaruit ons heil, onze gelukzaligheid en vrijheid bestaat, namelijk uit de bestendige en eeuwige liefde voor God, met andere woorden in de liefde van God voor de mensen. Deze liefde of gelukzaligheid wordt in de Heilige Schriften  “heerlijkheid” (gloria) genoemd…” [cursief van AA]

Naar welke term verwijst Spinoza hier? Mijn vermoeden is dat Spinoza hier het woord “kabood” in gedachten heeft. Dit woord komt in het oude testament veel voor. Exegeten hebben het geteld en komen tot 202 keer.1 Er is echter geen directe evidentie die mijn vermoeden ondersteunt dat Spinoza bij het gebruik van het woord Gloria denkt aan de “kabood Jahweh”. Ik ken ook geen auteur die naar dit begrip verwijst. Aldus Ad Appels.

Lees verder...

Spinoza gezien als grondlegger van de pornografie, parbleu!

"Par exemple!" aldus markies Q.X. de C. de B., "Zelden is de opmars van het grauw huiveringwekkender aan het licht gebracht dan in voorliggend imprimé, dat door prentjes verduidelijkt is ten behoeve van het ongeletterde janhagel."

 

Gisteren liet een van de deelnemers aan de Spinoza Kring Limburg het april nummer zien van EOS-Memo dat over geschiedenis gaat. EOS-medewerker Raf Sauviller had in dat nummer het artikel “Vuile boekjes met inhoud. Hoe porno de Verlichting in de kaart werkte.” Over de combinatie van politiek radicalisme en platte pornografie ging het. In z’n ‘research’ ervoor was hij uiteraard ook terechtgekomen bij hoogleraar Cultuurgeschiedenis van de Vrije Universiteit Amsterdam, Inger Leemans. En die haalde maar weer eens “de Nederlandse politieke denker en wiskundige Baruch Spinoza” van stal, die niet alleen het heelal van goddelijke aanwezigheid ontdeed, maar ook de menselijke vrije wil onttroonde en – nog veel belangrijker – zorgde voor de emancipatie van de libido, want door hem werd het principe van mind over matter weggeveegd en kon het libido, de seksuele drift, zijn rechtmatige plaats opeisen binnen de psyche van de mens. “De geest van Spinoza waarde ook rond in het werk van de pornografen.” En om Spinoza als een soort grondlegger van de pornografie erin te rammen werd er ook nog eens deze afbeelding van zijn Haagse monument erbij geplaatst.

 

Over beeldvorming gesproken. Wordt zo’n Inger Leemans er niet moe van altijd weer dit verhaal dat ze in elkaar heeft gedraaid met behulp van het door Margaret Jacobs in 1981 publiceerde The Radical Enlightenment, waarin ze libertijnen, vrijmetselaars, pornografen en dergelijke als Verlichters beschreef [cf dit blog]

 

Och, och, die "arme kuise filosoof zonder behoefte" (“Le chaste philosophe sans besoin", zoals Antonin Artaud dichtte), almaar in verband gebracht met pornografie!

 

 

Het Spinozaïsche genie zet z'n verbeelding op afstand

Via de Spinoza-site van mijn Mexicaanse broeder in Spinoza, Alfredo Lucero-Montaño, werd ik attent gemaakt op een recent artikel van Aurelio Sainz Pezonaga: “La imaginación distanciada. Lo bello, lo sublime y el genio en Spinoza [youkali.net/ of rechtstreeks PDF]

 

Als we over het sublieme en het genie lezen begrijpen we: dat wordt veel Kant. En inderdaad zit het genoemde artikel vol Kant. Hoewel Spinoza nauwelijks over schoonheid schreef, laat staan een esthetica ontwikkelde, zijn er enige bescheiden reconstructie-pogingen gedaan, maar toch is over Spinoza’s kunstopvatting weinig geschreven. Lorenzo Vinciguerra deed enige jaren terug een poging. Die wordt overigens in dit artikel van Aurelio Sainz Pezonaga niet vermeld. Dat schiet dan niet echt op. En als ik dan tegenkom “El genio es la multitud, las multidudes históricamente determinadas,” dan doe ik verder geen pogingen meer om iets van het stuk te begrijpen. Maar ik vermeld het graag voor degenen die Spaans lezen en in het onderwerp geïnteresseerd zijn. Wie weet hebt u er iets aan.

 

Lees verder...

Uit Lotte Brunner’s Dagboek [5]

Zo af en toe weer bezig met het Dagboek dat Lotte Brunner over Constantin Brunner bijhield en waarvan ze hoopt hem "entgenialisiert wiedergegeben [zu] haben," stootte ik weer op een fraai staaltje, deze keer over de "Jacobi-Mendelssohn Streit". Ik heb op dit blog al vaker mijn twijfel geuit aan de 100% betrouwbaarheid van wat Jacobi over Lessing heeft verteld en waarvan alleen hij de getuige was. Brunner noemt Jacobi een 'genie' en het komt mij voor dat dat ironisch bedoeld was.    

4. Juni 1913
“Der Jacobi-Mendelssohnsche Streit – würdest du mich fragen, wer nun recht hat, so könnte ich dir nicht antworten, und niemand könnte es. Aber wenn ich sagen soll, wohin ich mich neige – Jacobi hat das Recht des Genies auf seiner Seite. Aber auch weiter nichts! Und der dumme Mendelssohn hat seine guten Gründe und ist ehrlich gestorben, ganz ehrlich. Ich stelle mir vor, daß Jacobi Lessing genial gesehn hat. Die Äußerungen, die er Lessing zuschreibt, sind so geworden, wie er sie überliefert, durch das Medium Jacobischen Geistes. Daß Lessing Spinozist gewesen, glaube ich keinesfalls. Denn wirklich, wie hätte er vor Mendelssohn dies verschweigen sollen? Dafür gab es keinen Grund. Und etwas davon müßte man doch auch merken in dieser schafigsten aller Philosophien, der ‘Erziehung des Menschengeschlechts’! Die ganze Sache ist eben ein Wunder, vom lieben Gott aus den Wolken erfunden, schlecht erfunden, weil die Geschichte so etwas brauchte.”
 

Eens een andere cover...

Op 3 april 2011 had ik al eens een blog over het werk van Josef Ratner over Spinoza. Zijn The Philosophy of Spinoza Selected from His Chief Works (New York: The Modern Library, 1927) was meermalen heruitgegeven. Onlangs is zijn selectie van werk van Spinoza uit oktober 1962 weer eens heruitgegeven, nu door The Library of Alexandria die er deze cover aan meegaf. [books.google]
Eens iets anders - wilde ik even laten zien.

Uit Lotte Brunner’s Dagboek [4]

Ben nog bezig alle teksten waarin het in Lotte Brunners dagboek, Es gibt kein Ende, over Spinoza gaat, te verzamelen en ben van plan daar later nog eens op door te gaan.

 

Intussen vind ik het wel aardig één zo'n tekst te geven, die een indruk geeft van de intensieve omgang met Spinoza in huize Brunner én van een aantal aspecten waarin Constantin Brunner van Spinoza afwijkt.

 

Lees verder...

Wie mist met mij een soort 'DBNL' voor de filosofie?

Gisteren in Trouw’s zomerbijlage een recensie door Jaap Goedegebuure, die zich als recensent die al wat langer meegaat, zeer had laten prikkelen door Thomas Vaessens’ Geschiedenis van de moderne Nederlandse literatuur [VanTilt, Nijmegen, 2013] en dan uiteraard met name hoe die zich afzet tegen eerdere auteurs van literatuurgeschiedenissen. Die zou hij zien als een zelfbenoemde, ‘vergrijzende kennersgemeenschap’, die haar waarden en normen fundeerde op de grote, zogeheten ‘klassieke’ kunst en literatuur uit het verleden en deed alsof het daarbij ging om absolute kwaliteit waaraan niet te tornen viel. Die eerdere zgn. literatuurwetenschap zou voor Vaessens volkomen achterhaald zijn, want volgens hem zijn ‘historisch belang’ en ‘literaire waarden’ kwesties van subjectieve voorkeuren en particuliere meningen. ‘Romantisch’, ‘avant-garde’, ‘postmodern’ e.d. zijn door ons zelfgekozen ‘frames’. Enfin, Goedegebuure ergert zich groen-en-geel hieraan, want volgens hem is het nooit anders gezien. Daartoe haalt hij C. de Deugd aan die in 1966 ook al beweerde dat het romantische etiket (nu ‘frame’ genoemd) zo ongeveer op alle kunst van de laatste tweehonderd jaar kan worden toegepast.

 

Hé, daar werd nog weer eens naar De Deugd verwezen! Opmerkelijk. En dit werd voor mij aanleiding voor dit blog, want ik wil hier wijzen op het grote verschil tussen de sector van de Nederlandse literatuur en die van de filosofie: de eerste heeft een DBNL, de tweede heeft zoiets niet.

 

Lees verder...

Spinoza lectures van Cristina Lafont wel uitgegeven

Probeer mij minder te verbazen over de desinteresse, waarmee door de Afdeling Wijsbegeerte van de UvA en door de Koninklijke Van Gorcum b.v. de Spinoza lectures worden uitgegeven. Noch op de website van de Afd. Wijsbegeerte [of hier], noch op die van de Koninklijke Van Gorcum b.v., vind je er iets over. Vroeger werd op de website van de Koninklijke Van Gorcum b.v. (ik schrijf die niet voor niets nog eens helemaal uit) een lijst uitgegeven van Spinoza lectures, maar die wordt al jaren niet meer bijgehouden. En als je nu op hun website Spinoza of Lafont ingeeft, weet die van niks.
Enfin, ik ben er nu toch achter gekomen en nu weet u het van mij:  

Cristina Lafont, Global governance and human rights, Spinoza lectures, Koninklijke Van Gorcum b.v., oktober 2012, 56 pagina's. Verder vindt u het wel als u er belangstelling voor hebt.

Lees verder...

Spinoza in de Filosofiebank

Uitgeverij Boom/Sun begon enige jaren terug met het opzetten van een “filosofiebank” waarop geleidelijk door hen uitgegeven boeken  digitaal beschikbaar zullen worden. Om daartoe toegang te krijgen dient men een abonnement te hebben of men krijgt toegang via een wetenschappelijk instituut. Hoe dat precies werkt en wat de voorwaarden zijn wordt op de website niet toegelicht.

 

Op deze website worden tevens lemma’s over filosofische begrippen (waarbij verwezen  wordt naar betreffende plaatsen in die boeken, waarvoor men dus ingelogd moet zijn) en de auteurs (die iedereen kan raadplegen). Sinds kort is ook Spinoza beschreven. Er staat geen naam van een auteur bij, maar het is duidelijk iemand die Spinoza wat positiever over Descartes laat zijn dan een ander zou doen... (we kunnen dus een vermoeden hebben). De Ethica-vertaling van Corinna Vermeulen is daarbij online toegankelijk (voor abonnees).

Het is altijd nogal een hele opgaaf om in kort bestek een treffend beeld van Spinoza op te roepen, maar in dit stukje zitten wel erg aanvechtbare beweringen, zoals...

Lees verder...

Lotte Brunner (1883 – 1943) en haar Dagboek over Constantin Brunner en Spinoza (3)

Almaar meer kom ik onder de indruk van Lotte Brunner en ben ik dankbaar voor het schitterende boek over haar vader en haarzelf dat zij ons nagelaten heeft.

 

Dat zij zich op 47-jarige leeftijd nog herinnerde dat ze tussen haar 10e en 12e jaar haar - toekomstige  – vader Constantin Brunner vroeg: “Hoe kan iets tegennatuurlijk worden genoemd, als alles tot de natuur behoort?”… dat zij zich die vraag waarin al zoveel wijsheid merkbaar was, later nog herinnerde zal alles te maken hebben met de enthousiaste reactie van Brunner die in haar een jong Spinozistje moet hebben ontdekt.

 

Zojuist herlas ik – en kwam ik weer onder de indruk van – de prachtige en uitvoerige inleiding van de bezorgers van Lotte Brunner’s Es gibt kein Ende. Die Tagebücher, te weten Leo Sonntag en Heinz Stolte. Ik gíng die herlezen om nog eens te checken dat ik toch niets over het hoofd had gezien, hoewel ik bij eerste lezing al op had gelet of dit dé dagboeken en wel de hele dagboeken waren. Er wordt niet verantwoord dat het een keuze (hoe ruime keuze ook) betreft, noch wordt meegedeeld dat zij daarnaast nog (meer echte eigen) dagboeken schreef - met de hand schreef, terwijl deze zgn. ‘dagboeken’ al vanaf het begin af aan door haar getypt werden. Ook daaraan kon je al zien dat ze deze aantekeningen, zoals ik al schreef, voor anderen, voor het nageslacht bedoelde. Dat het hier om een typoschrift van haar eigen hand ging én dat ze nog een ander dagboek schreef, ontdekte ik doordat ik uit groeiende bewondering vanwege haar op zoek ging naar méér informatie over haar (aan het boek over haar dat vorig jaar verscheen, ben ik nog niet toe – ik kan niet alles aanschaffen).

 

Ik ontdekte nu namelijk dat – net als dat van Constantin Brunner – ook alles van haar is gedigitaliseerd bij het Center for Jewish History Digital Collections. Daar krijg je haar aantekeningen, waaruit Es gibt kein Ende is samengesteld te zien en kon ik direct zien dat er dingen zijn weggelaten. Geen belangrijke dingen. Ik geloof zeker dat er met grote integriteit is voldaan aan de bedoeling van Lotte, maar toch: dit had in die inleiding meegedeeld en verantwoord moeten worden. En door het bestaan van ‘echtere’ dagboeken had de term “Die Tagebücher” niet gebruikt moeten worden, maar was een andere aanduiding passender geweest. Nu kon ik in mijn eerste blog over dit boek mij er enigszins over verbazen dat (vooral de eerste jaren) zijzelf en (alle jaren) haar moeder nauwelijks in het gepubliceerde dagboek voorkwamen. Nee, daarvoor was dus dat andere dagboek (neem ik aan, want haar handschrift lezen lukt me niet).

 

Lees verder...

Uit Lotte Brunner’s Dagboek

In het vorige blog, "Lotte Brunner’s Dagboek over Constantin Brunner en Spinoza," gaf ik al aan daaruit nog enige teksten die handelen over Spinoza door te geven. Eerst een paar 'onschuldige' maar interessante uitspraken en daarna een brief van juni 1923, waarin Brunner voor het eerst, en dan en privé, iets meer laat zien van waarin hij verschilt met Spinoza.

    

Lees verder...

Lotte Brunner’s Dagboek over Constantin Brunner en Spinoza

Door de blogs die ik voorbije weken schreef, over Georg Wienbrack’s Spinoza-buste en over Ernst Altkirch, kreeg ik interesse in dit boek: Lotte Brunner, Es gibt kein Ende. Die Tagebücher (Hansa-Verlag, 1970). Het bleek voor slechts een paar euro te koop en ik kreeg het keurig toegezonden door een Duitse antiquair (de post verdient er meer aan). Het boek was nog helemaal ‘als nieuw’ – ik was duidelijk de eerste lezer van dit exemplaar.

 

Het is niet zomaar een dagboek: het is een notitieboek dat Lotte in 1903 begon om er opmerkingen van haar stiefvader Constantin Brunner die haar frappeerden en die zij waard vond vast te houden, in te noteren. Opdat ze niet verloren zouden gaan. Misschien deed ze dit aanvankelijk alleen voor zichzelf, maar vanaf een gegeven moment moet ze beseft hebben dat dit voor anderen, biografen en andere studenten van Brunners filosofie, van belang kon zijn. Ze moet al vroeg beseft hebben dat zij in de bevoorrechte positie verkeerde dat ze het ontstaan van denkbeelden van nabij meemaakte. Zij moet zich ervan bewust zijn geweest dat ze de door haar genoteerde gedachten van haar vader, die ze soms door vragen van haar kant uitlokte, voor begrijpen en interpreteren van gepubliceerde werken van groot nut konden zijn. Als zij, terwijl ze behoorlijk begaafd was, dingen niet begreep konden ook latere lezers wellicht sommige dingen niet begrijpen. Wat zij zou opschrijven in haar ‘dagboek’ is pas vele jaren na haar dood op 30 april 1943 in het vernietigingskamp Sobobor, in 1970 uitgegeven als ‘Die Tagebücher.’

Zelf kwam Lotte de eerste jaren niet in haar ‘dagboek’ voor. Haar eerste notitie is van 3 september 1903, maar pas op 13 oktober 1911 noteerde ze een herinnering over haar eigen leven. En nog pas weer later zou ze zichzelf in haar dagboek inschrijven doordat ze ook wandelingen en uitstapjes met haar vader beschrijft (nooit met haar moeder, ze was een duidelijk vaderskind; hij was niet haar biologische maar werd wel haar geestelijke vader). En ook ging ze meer en meer eigen gedachten formuleren om daar vervolgens de reactie van haar vader over te vragen, die ze steeds met aanhalingstekens weergeeft. Het is nooit onduidelijk van wie welke woorden zijn. En het gaat haar vooral om haar vader. Ze ziet zichzelf als een soort Eckermann en zijn gesprekken met Goethe. Waar het Lotte om te doen is, blijkt duidelijk uit een aantekening van 1 oktober 1916: “Ich habe Inge [von Holtzendorff] gebeten, was sie kann und mag von Vaters worten niederzuschreiben, damit es erhalten bleibt.”

 

Lees verder...

Een belangwekkend interview van Sonja Lavaert met Jonathan Israel

Op zijn website “Spinoza in Vlaanderen” nam – met toestemming uiteraard – Karel D’huyvetters een interview over dat Sonja Lavaert in 2012 had met Jonathan Israel:

 

Sonja Lavaert, ‘Spinoza’s ongehoorzaamheid. Een gesprek met Jonathan Israel‘. In: De Uil van Minerva, driemaandelijks tijdschrift voor Geschiedenis, en Wijsbegeerte van de Cultuur (Vrije Universiteit Brussel) 25 (2012), pp. 185-6. [Cf. hier]

 

Ik kende het niet en beschouw het als een zeer nuttige daad, want zie het als een zeer belangwekkend interview, dat meer een debat is, doordat Sonja Lavaert én zeer geïnformeerd is én duidelijk eigen, marxistisch getinte, opvattingen heeft. Maar zoals het een echte interviewer betaamt alle ruimte geeft aan haar gesprekspartner in wiens zienswijzen ze echt geïnteresseerd is. Een interview van blijvende waarde. Let vooral op als het over de in de titel vermelde ‘ongehoorzaamheid van Spinoza’ gaat, waarnaar Lavaert vraagt.

Israel: “Mhm…Ongehoorzaamheid tegenover wie? Toch niet tegenover de wet en de staat? Ik denk dat Spinoza subversief en ongehoorzaam is, doch niet op een gewelddadige manier. Hij is niet direct ongehoorzaam tegenover de wet. Hij is ongehoorzaam op een subtiele manier, ja en neen, misschien… Misschien is hij ongehoorzaam in een zekere zin maar je moet echt voorzichtig zijn met dit soort uitspraken. Een anarchie kan erger zijn dan om het even wat. Diderot en ook de andere revolutionaire filosofen waren zeer beducht voor de gevolgen van wetsbreuk en anarchie.”

 

In haar inleiding, waarin ze een samenvatting van Israels werk geeft en van zijn stellingname, schrijft Sonja Lavaert: “Het blijft moeilijk om wat uiteindelijk een filosofische stelling is ‘wetenschappelijk’ te bewijzen – misschien kan dat alleen filosofisch? “

 

Dit deed mij denken aan Constantin Brunners opvatting: “Man überzeugt doch nicht mit Beweisen – man beweist mit Überzeugungen!”

 

Je bespeurt de wederzijdse overtuigingen en of er voor de lezer wat wordt bewezen hangt dan af van de overtuigingen die de lezer al aanhangt. Dat geldt bij filosofie, maar heel sterk ook bij ideeëngeschiedenis.  

 

[In de lijst van publicaties van Jonathan Israel is het opgenomen onder nummer 173; cf.]

Jongens, er moet een plaatje van Spinoza bij…

… wat zullen we eens nemen?

 

Eergisteren nam HOVO Zuid een Facebook-account. En plaatste Spinoza in de kop.

                  

 

Er komt het komende seizoen geen gedrukte cursusgids meer: een eenvoudige bezuinigingsmaatregel. Maar uiteraard wordt er in positieve zin uitgebazuind hoe modern men meegaat met de digitale moderniteit. “Tijdens de seizoensopening op maandag 23 september nemen we in stijl afscheid van de gedrukte cursusgids met een ode aan het digitale tijdperk. U kunt luisteren naar een lezing over de toekomst van het wereldwijde web van internetspecialist Laurens Vreekamp en bovendien een workshop Facebook volgen. Aansluitend proosten we met elkaar op een prachtig nieuw seizoen en de toekomst.”

 

En dat alles onder het hoofd van Spinoza. Dat was uiteraard het eerste dat mij opviel. Ooit bracht iemand deze afbeelding naar internet en sindsdien is het een van de meest gebruikte Spinozaplaatjes. Dit plaatje had de maker van de facebookpagina  van HOVO-Zuid ontleend aan hetzelfde plaatje dat de Woodbrookers eerder hadden gebruikt om een cursus van Jan Knol over Spinoza aan te kondigen, die het weer gebruikten van... en dit ad infinitum. Je staat ervan te kijken hoe vaak dit wordt gebruikt. En niemand die interesseert waar het vandaan komt.

 

Lees verder...

Het altijddurende dooremmeren van een theoloog

Gisteren had Trouw een interview met de schrijver, theoloog en PKN-predikant uit Schoonhoven Frans Willem Verbaas (1962), die zegt troost te vinden bij de Zwitserse theoloog Karl Barth (1886 – 1968) en diens 14-delige Kirchliche Dogmatik. Hij schreef een roman over Barth. Fotograaf Jürgen Caris nam hem in de tuin bij al die delen KD. Betere illustratie van altijd maar door emmerende theologie is nauwelijks denkbaar... Het is dat hij 45 jaar geleden moest overlijden, anders zou die stapel tot in het oneindige doorgroeien.
Neem er in gedachten het bescheiden stapeltje boeken van Spinoza eens naast.

Lees verder...

Ernst Altkirch (1873 - 1926) en zijn verhouding tot Constantin Brunner "den ersten Spinozisten nach Spinoza"…

Ernst Altkirch… zei Altkirch ene arts Eduard Bäumer na.

Hij kreeg bij zijn geboorte de naam mee Ernst Theodor Knopf. Zijn vader was postdirecteur in Westfalen, maar werd na de Duits-Franse oorlog naar Altkirch in de Elsass overgeplaatst waar op 9 maart 1873 Ernst geboren werd. Hij werd koopman en kantoorman, maar ging ook schrijven en koos als schrijversnaam Altkirch.

Sinds hun gemeenschap-pelijke Hamburgse tijd was Brunner voor Altkirch "immer eine starke seelische Stütze geblieben." Altkirch en Brunner hadden "eine beständige, innige Freundschaft". Zo lezen we in: Renate Stolte-Batta, "...dass ich zur Menschheit gehöre". Lotte Brunner (1883-1943). Eine Biographie [p. 97 en p. 98]. Ik kom daarop terug, want heb daar mijn twijfel over.

 

 

In oktober 1894 werd Altkirch door Brunner aangesteld als redacteur van Der Zuschauer, Monatschrift für Kunst, Literatur und Kritik, uitgegeven door Leo Berg, Otto Ernst en Constantin Brunner. Een succes werd het niet.

Lees verder...

Hoe construeer je een relatie tussen Kafka en Spinoza?

Onlangs verscheen

Brendan Moran & Carlo Salzani (Eds), Philosophy and Kafka. Lexington Books, 2013

"Philosophy and Kafka is a collection of original essays interrogating the relationship of literature and philosophy. The essays either discuss specific philosophical commentaries on Kafka’s work, consider the possible relevance of certain philosophical outlooks for examining Kafka’s writings, or examine Kafka’s writings in terms of a specific philosophical theme, such as communication and subjectivity, language and meaning, knowledge and truth, the human/animal divide, justice, and freedom. [books.google]  

Daarin in het deel “Philosophical Investigations” een hoofdstuk van Dimitri Vardoulakis, "Kafka's Empty Law: Laugther and Freedom in The Trial.”

Ik hoopte dat Vardoulakis, die al vaker over Kafka en Spinoza schreef (zie dit blog) iets méér zou weten te vertellen over wat Kafka nu echt van Spinoza afwist en met hem op had, maar hij construeert alleen maar een “intellectuele affiniteit”, door een overeenkomst te ‘zien’ tussen de TTP en Kafka’s Het Proces. Maar naar wat ik er van kon waarnemen, lukt dat alleen maar door een nogal idiosyncratische lezing van de TTP te ontwikkelen. Ik geef hier de samenvatting van zijn hoofdstuk uit de inleiding van het boek: 

Lees verder...

Constantin Brunner beoogd voor »Weihespruch« bij Spinozaherdenking in 1927

Al meermalen heb ik in blogs (b.v. dit) aandacht gewijd aan het feit dat op 21 februari 1927 in Den Haag bij Spinoza’s 250e sterfdag een grootse herdenking werd georganiseerd door de Societas Spinozana, die daarmee tegelijk het Domus Spinozana aan de Paviljoensgracht in gebruik nam. In de Rolzaal in Den Haag werd de openingstoespraak gehouden door de toenmalige burgemeester van Den Haag, mr. J.A.N. Patijn. Daarna spraken achtereenvolgens de volgende vijf sprekers: Léon Brunsvicg (Parijs), Johan Herman Carp (Den Haag), Carl Gebhardt (Frankfurt am Main), A. Ravà (Padua) en Adolph S. Oko (Cincinnati). Ook werd bij die gelegenheid een gedenksteen geplaatst op het terrein buiten de Nieuwe Kerk, waar Spinoza’s resten, samen met die van anderen, verstrooid zijn.

Wat voor mij nieuw was – en wat ik aardig genoeg vind om het hier aan de vergetelheid te ontrukken – was het feit dat het eigenlijk de bedoeling was van het bestuur van de Societas Spinoza dat Constantin Brunner - wat tegenwoordig heet - de keynote speaker zou zijn. Dat gegeven lees ik in Lotte Brunner, Es gibt kein ende. Die Tagebücher [Hansa-Verlag, Hamburg, 1970]. (Ik kom op dit boek nog terug).

Constantin Brunner in Berlijn, 1932. Foto: ICBIToen Brunner in 1933 met vrouw en stiefdochter Lotte naar Den Haag kwam zou volgens Abraham Suhl Johan H. Carp hebben gezegd - Carl Gebhardt leefde toen nog, die stierf 25. Juli 1934 - dat hij hem, Brunner, "als der gröszte lebende Spinozist begrüszt." *)

Maar bij die herdenking konden ze Brunner dus niet begroeten. Die wees alle uitnodigingen om lezingen te geven altijd af – bleef liever 'Einsiedler'. Hier dan die tekst uit Lotte’s dagboek:

Lees verder...

Encyclopedieën van de Verlichting

Heerlijk om niet alles te hoeven begrijpen. Bijvoorbeeld de vreugde van Karel D’huyvetters dat hij weer iemand heeft weten te strikken om zich te laten bijschrijven in de lijst van personen die het initiatief Spinoza in Vlaanderen steunen. Die lijst omvat sinds vandaag 85 personen. Ik ben blij als een ander verheugd is – ook zonder dat ik die vreugde geheel begrijp. "Want, als wij ons voorstellen dat iemand een geliefd voorwerp met blijdschap aandoet, worden wij door liefde voor hem aangedaan" (Ethica 3/22 eerste deel). Nogmaals, heerlijk dat ik niet alles hoef te begrijpen, want  “[w]ij proberen [toch] ook alles te doen, wat de mensen, naar wij ons voorstellen graag zien…” (3/29)

Nu heeft hij professor Alan Charles Kors kunnen opnemen in die lijst en dat was voor mij aanleiding om even te googlen. En uiteraard is dan te vinden de vierdelige Encyclopedia of the Enlightenment. Edited by Alan Charles Kors. Oxford University Press, 2002. Ik heb hem niet in de kast staan.

En ook het eendelige jongere broertje niet trouwens:

 

Encyclopedia Of The Enlightenment (series: Facts on File Library of World History). Edited by Peter Hanns Reill & Ellen Judy Wilson. Facts On File, Inc. Rivised Edition 2004 (1e 1996)

En wat ontdek ik vervolgens: het PDF van dat boek wordt zomaar gratis en voor niks aangeboden door een Iraanse Universiteit. Ja, in dat land van de ayatollahs waar Allah zo veel verboden heeft, staat hij kennelijk wel toe deze boeken van westerse uitgevers te jatten en aan de hele internationale gemeente door te geven. Uiteraard haal ik ‘mijn’ exemplaar daarvandaan naar binnen, want ik vind het altijd leuk om in zo’n encyclopedie het Lemma over Spinoza te lezen en dat kan bij books.google maar gedeeltelijk, maar hier helemaal.

Dat lemma vinden we op p. 568: Spinoza, Benedict de (1632–1677) Dutch philosopher, one of the major systematic rationalist philosophers of the 17th century.

Encyclopédie van de Verlichting is uiteraard die waarvan Diderot samen met D’Alembert redacteur was en die van 1749 tot 1776 verscheen en waaraan denkers als Voltaire en Rousseau meeschreven. Maar dit zijn – hoewel met een andere doelstelling - de waardige opvolgers ervan, zullen we maar denken.

Berthold Auerbach (1812–1882) eens van een andere kant

De joods-Duits auteur Berthold Auerbach die zijn rabbijn-opleiding in Karlsruhe (1827–29) afbrak en voor zijn filosofie-opleiding naar de universiteiten van Tübingen, München en Heidelberg ging, is al vaker op dit blog langs geweest. Auerbach’s belangstelling voor Spinoza leidde tot zijn beroemde roman Spinoza. Ein Denkerleben (1837) en zijn vijfdelige vertaling van Spinoza’s werken in 1841: SPINOZA'S SÄMMTLICHE WERKE: AUS DEM LATEINISCHEN MIT DEM LEBEN SPINOZA'S [Stuttgart, J. Scheible, 1841]. De eerste complete Spinoza-vertaling in Duitsland. [Zie blog, blog, blog en blog]

Maar ook in zijn latere roman-reeksen, z’n geliefde Schwarzwälder Dorfgeschichten [Erzählungen, 1843-1854], of in Auf der Höhe. Roman in acht Büchern [1865] bracht hij als een echte emancipator waar maar mogelijk z’n Spinozistische ideeën onder. Vandaag kwam ik in het laatste boek een scène tegen, waarin een oude zieke graaf wordt bezocht en hem door een van de bezoekers een tekst wordt voorgelezen die de oude man zelf ooit heeft geschreven:  »Für den Tag und die Stunde, da sich mein Denken verdunkeln will, sei mir dies zur Erleuchtung.« Zie hier die ‘zwaar-Spinozistische tekst' – eerst in afbeelding van het Gothisch of beter de Walbaum-Fraktur en daarna het hele fragment in hedendaags schrift.

Lees verder...

Spinoza’s zeer weinige Spaans

 

Diego Tatián, de Argentijnse Spinoza-geleerde  die vele publicaties over Spinoza op zijn naam heeft staan en over wie Miriam van Reijen in De Argentijnse Spinoza zulke lofwaardige dingen schreef, schrijft in zijn laatste boek, Baruch (2012) een enigszins melancholieke passage over Spinoza en het Spaans, zoals het alleen door een Spaanstalige geschreven kon worden. [Ik heb het van de Spinoza-site van de Mexicaan Alfredo Lucero-Montaño].

Ik vermoed dat het Diego ergens een beetje verdriet doet, dat hij bij Spinoza, die immers Spaans geleerd had en Spaanse literatuur in zijn boekenkast had, zo weinig in het Spaans gesteld tegenkomt. In feite zijn bij Spinoza - zo leer ik van hem - slechts drie woorden Spaans, te vinden in het XXe hoofdstuk van het Compendium gramatices linguae hebraeae – te weten de woorden pararse, pasearse, andarse die moeten helpen de Hebreeuse woorden hythyasseb, - Latijn se sistere (Hispanicè: pararse) - en hithal-lek, - Latijn se ambulationi dare (Hispanicè: pasearse, andarse) – te helpen toelichten. Hij heeft nog een typisch ingewikkelde Giorgio Agamben-uitleg uit diens En La potenza del pensiero, volgens wie “en particular del ladino—de ‘vértigo de la inmanencia’  en de  ‘movimiento de la autoconstitución y la autopresentación del ser’,” hetgeen mij enigszins boven de pet gaat.

Enfin, deze drie woorden zijn al het Spaans dat Diego Tatián in Spinoza kon vinden. Hij wijst erop dat bij Ets Haim, waar Spinoza z’n basisvorming kreeg, Spaans een verplicht vak was. Hij verwijst naar een door Bayle in de wereld gebrachte legende dat Spinoza na zijn verbanning uit de joodse gemeenschap een Apologie in het Spaans geschreven zou hebben. Als die al ooit bestaan heeft, is die voor altijd verloren gegaan. Hij stelt zich de vraag waarom Spinoza niet net als Menasse ben Israel, Abraham Pereyra en de Amsterdamse kabbalisten in hun Spaans schreef dat meestal enigszins laatdunkend als Ladino wordt aangeduid? Daarop geeft hij direct zelf het antwoord: daar Spinoza niet voor de joodse gemeenschap schreef maar zich tot anderen, niet-Spaanstaligen, richtte.  

Hij verwijst ernaar dat Spinoza in zijn in het Nederlandsch geschreven brief aan Willem van Blijenbergh liet weten dat hij het jammer vond z'n ideeën niet te kunnen geven in de taal “waarin ik ben opgebrocht” en waarvan men tegenwoordig meestal vermoedt dat dit hoogst waarschijnlijk het Portugees was. Maar hij wijst erop dat volgens K.O. Meinsma Spinoza dan wel in het Latijn schreef, maar in het Spaans dacht. En Tatián eindigt zijn stukje met de droeve vaststelling dat als de Ethica in het Spaans gedacht was,  dan moet de gepubliceerde Latijnse tekst beschouwd worden als een vertaling van een origineel dat voor altijd verloren is.
{Foto van hier]

 

Over joodse en nazi-receptie van Spinoza

In het zomernummer van De Vrijdenker is het artikel verschenen dat Michiel Wielema eigenlijk voor de Amsterdamse Boekengids (ABG) had geschreven, maar dat blad is ter ziele. Nummer 97, met maart-nummer van dit jaar was het laatste. Nummer 98, waarin het stuk zou worden opgenomen is niet meer verschenen. Jammer, want als dat wel het geval was geweest, dan was het ook meteen op internet gepubliceerd, waardoor er makkelijker naar verwezen kon worden. Merkwaardig is wel dat de uitgever (Athenaeum) niet eens de moeite heeft genomen er op de website van het ABG iets over uit te leggen. Maar ja, het was een gegeven paard en dat mag je niet in de bek kijken.

Nu staat het essay dus in De Vrijdenker en daar zal het t.z.t. ook op internet voor iedereen toegankelijk worden gemaakt. Als het zover is, zal ik er zeker nog eens op attenderen, want het is een belangrijk stuk. Titel “Schepper van een nieuwe Tora. Spinoza tussen zionisten en nationaal-socialisten.”

Wielema brengt informatie bijeen zoals je niet vaak tegenkomt. Aan de hand van enige boeken (zie afbeelding) zet hij tegenover elkaar hoe de joden, gelovige en seculiere, in de Weimar-periode in Duitsland met Spinoza ‘omgingen’ en hoe de nationaalsocialistische wetenschappers Spinoza zagen in de zgn. "Judenforschung". Het eerste ontleent hij voornamelijk aan het boek van David Wertheim en nog iets aan Daniel B. Schwartz [The First Modern Jew. Spinoza and the History of an Image, Princeton University Press, Princeton-Oxford 2012 – hij vergat het in de ‘overige literatuur’ te vermelden] het tweede aan het gedegen boek van Dirk Rubnow; dat was dan ook diens Habilitationsschrift.

 

Lees verder...

Spinoza-tekening van Pieter Zandvliet

Pieter Zandvliet (1969) woont en werkt in Nieuwleusen, volgde zijn opleiding aan het Grafisch lyceum 1983/1987 en de Vrije Academie 1988/1991. Zijn werkt neigt sterk naar het komische. Op zijn website is veel te vinden. Hij maakt al lange tijd “Drawings of the day.”

4 juni 2013 was Spinoza aan de beurt met deze Drawing of the day: Spinoza

Spinoza
Quality paper
35/27 cm
60 Euro [zie hier]

Het verhaal over hoe Spinoza 'Spy Nozy' werd

Deze maand gaat dit verschijnen:

Kenneth R. Johnston, Unusual Suspects. Pitt's Reign of Alarm and the Lost Generation of the 1790s. Oxford University Press, 2013 Daarin in Hfst VI. “The Romantic Poets and the Police” o.a. de § “Spy Nozy in Somerset: 'A Gang of Disaffected Englishmen'”

Zoals tegenwoordig te doen gebruikelijk verschijnen er vooraf blogs en andere attenderingen om op deze nieuwe uitgave te wijzen. Zo verscheen het blog “Suspicious young men, then and now”, waarin de auteur een parallel trekt tussen Edward Joseph Snowden nu en Samuel Taylor Coleridge ten tijde van de Robespierre-terreur en alarmfase in Engeland onder William Pitt the Younger.

Hij vertelt er het veraal dat Coleridge 20 jaar na dato van het gebeuren erover deed in zijn Biographia. In augustus 1797, in die tijd van angst en verdachtmakingen, was van overheidswege een agent, James Walsh, afgestuurd op de jonge dichters Coleridge en Wordsworth, die tijdelijk de radicale redenaar John Thelwall, publieksvijand nr. 1, te gast hadden. Die agent zou over hen gerapporteerd hebben dat zij geen Franse revolutionairen waren, maar in werkelijkheid “een bende ontevreden Engelsen." Coleridge noemt die James Walsh achteraf in zijn biografie ‘Spy Nozy’, daar hij een gesprek van de dichters over Spinoza zou hebben verstaan alsof zij het over een Spy Nozy hadden. Ik ben benieuwd of het boek ook vertelt hoe Coleridge daar dan weer achterkwam, of dat het slechts een door hemzelf bedachte grap was (ik denk het laatste).

[In dit blog méér over de voor de cover gebruikte cartoon]

Julius Fürst (1805 – 1873) Duitse oriëntalist zag voor Spinoza rol in Vormärz en Revolutie van 1848

Opmerkelijk hoe vandaag in Trouw op meerdere plaatsen n.a.v. de gebeurtenissen in Egypte (commentaar van de krant, column  van Rob van Wijk, column van Schouten) erop wordt gewezen dat revoluties altijd tegenvallen en dat “nog nooit een revolutie werd gewonnen door degenen die haar begonnen.” Het heeft dan weinig zin Spinoza te laten opdraven om te zeggen: "I told you so, long ago"!” Ik kijk in dit blog eens om naar hoe Spinoza werd ingezet in de Duitse Revolutie van 1848 – door Julius Fürst.

Fürst, geboren uit joodse ouders – zijn vader Jacob was darshan (wet- en bijbel-uitlegger)  -studeerde in Berlijn bij Hegel alsook in Breslau en Halle. Hij werd een erkend geleerde van de semitische talen en vertegenwoordiger van de Haskala (de joodse Verlichting). Voor de Bijbeleditie van Leopold Zunz van 1838 vertaalde hij de boeken Daniël en Esra. Hij werd vooral bekend als uitgever van het tijdschrift Der Orient. Berichte, Studien und Kritiken für jüdische Geschichte und Literatur [Leipzig 1840-1851] dat zich wijdde aan de studie van culturele, historische en linguïstische wortels van het jodendom. Op grond van zijn wetenschappelijke prestaties kreeg hij in 1857 een aanstelling aan de Universiteit van Leipzig, eerst als docent en vanaf 1864 werd hij de eerste jood die tot professor aan een universiteit benoemd werd. Hij leidde de afdeling oosterse talen en literatuur van 1864–1873 en publiceerde talrijke geschriften.

Lees verder...

Friedrich/Frederick Kettner (1886-1957) zag Spinoza als 'biosoof' en stichtte de 'biosofie'

Een reactie op het eerste blog over Harry Waton zette mij op een spoor en bracht de inspiratie voor dit blog. In het herdenkingsjaar van Spinoza’s geboorte 300 jaar geleden, 1932, verschenen in de VS van Amerika diverse boekjes:

Lewis Browne, Blessed Spinoza [New York, The MacmiIlan Co, 1932]
Benjamin De Casseres, Spinoza. Liberator of God and man [Courtland, 1932 – cf
blog]
Frederick Kettner, Spinoza, the Biosopher [New York, Roerich Museum Press, 1932]
Abraham Wolfson, Spinoza. A Life of Reason [Modern Classsics Publishers, 1932]. Alsook het in een vorig blog vermelde van 
Harry Waton, Kabbalah and Spinozas Philosophy as A Basis for an Idea of Universal History. New York, Spinoza Institute of America, Vol I 1931, Vol. II, 1932.

In deze reeks valt vooral de enigszins aparte titel van het boekje van Friedrich Kettner op: Spinoza, the Biosopher. Wat kon dat betekenen en wie was deze Kettner? Dr. Friedrich Kettner

Friedrich Kettner begon in het Roemeense Czernowitz, waar hij in 1886 geboren was, na zijn promotie in de filosofie in Wenen in 1919, in datzelfde jaar een zgn "Ethische Seminar" - in Czernowitz dus. 

Lees verder...

Harry Waton (1871 - 1959) kabbalist, marxist, spinozist (merkwaardige -) [2]

Harry WatonNaar aanleiding van het vorige blog overkwam mij vandaag een aangename verrassing. Ik kreeg nl via het contactformulier een reactie, uit Canada, van de maker van een blog over Constantin Brunner, dat ik al vaker bezocht. Hij was content over mijn recente aandacht voor Constantin Brunner. De aanleiding was echter het blog over Waton. Hij kon mij vertellen dat een goede foto van Harry Waton als frontspice opgenomen is in zijn boek A True Monistic Philosophy. Zoals ik in het vorige blog al zei, is het niet bij books.google te raadplegen, maar – zo vertelde mijn informant – het is wel openbaar gemaakt bij hathitrust.org

Dit werd voor mij een aanleiding om nog een blog aan Waton te wijden. Daar het blog gisteren al zo lang geworden was, liet ik daar de bespreking Van Morris Short van dit boek [In: The Journal of Philosophy, Vol. 46, No. 20 (Sep. 29, 1949), p. 654] achterwege, maar die komt nu goed van pas.

Tevens kan ik hier naar voren halen wat ik gisteren, na verder speuren, kon toevoegen aan het eind van dat blog:

Harry Waton is in 1871 in Rusland geboren, in 1891 in de V.S. van Amerika aangekomen, waar hij op 18 juli 1896 het Amerikaans staatsburgerschap verkreeg. Hij verbleef toen in New York.  [Volgens de U.S. Naturalization Record Indexes, 1791-1992 cf. hier]. Nu over naar dit boek

Lees verder...

Harry Waton (1871 - 1959) kabbalist, marxist, spinozist (merkwaardige -)

Dit wordt een pionier-blog over iemand van wie veel uitspraken op internet te vinden zijn (hij wordt vooral naar voren gehaald als iemand die de joodse wereldheerschappij voorstond), maar van wiens data en biografie verder niets te vinden is. Ik zal aan het eind van het blog laten zien hoe ik zijn data reconstrueerde die vanaf nu dus op internet staan.

Harry WatonHarry Waton is “one of the more erratic theorists of Marxist and radical thought” - een van de meer grillige theoretici van het marxistische en radicale denken,” aldus Walter Goldwater. 1 

Ik begon voor dit blog enig onderzoek te doen daar je op internet veel aanbiedingen van herdrukken van dit boek aantreft:

Harry Waton, Kabbalah and Spinozas Philosophy as A Basis for an Idea of Universal History. New York, Spinoza Institute of America, Vol I 1931, Vol. II, 1932.

     

Maar als je zijn naam op Google ingeeft krijg je veel merkwaardige citaten, die vooral zijn geput uit zijn Program for Jews and Humanity [by Rabbi Harry Waton published by Committee for the Preservation of the Jews, New York City: Astoria Press, 1939 - op archive.org te vinden], zoals

Lees verder...

Voortdurende discussie over de (al dan niet vrije) wil

De filosofen vechten terug…

In het laatste blog van vorig jaar kon ik al signaleren dat dit boek in april van dit jaar zou uitkomen: Palmyre Oome (red.), Vrije wil: een hersenkronkel? Hernieuwd debat over een brandende kwestie. Klement, 2013, 280 pagina’s - ISBN: 9789086871216

Van de vele boeken over het (al dan niet) bestaan van ‘de vrije wil’ die er intussen op de markt zijn (ik heb er in diverse blogs aandacht aan gewijd) is dit wel een van de betere. Ook al hebben er vele auteurs aan meegeschreven, het is al met al een zeer leesbaar en behoorlijk informatief boek geworden. Het biedt een duidelijk inzicht in het maatschappelijk belang van het thema én een handig overzicht van de verschillende benaderingswijzen, alsmede een redelijke ‘state of the art’ van de wetenschapskritiek. Neurowetenschappers (op één na) werden er niet bij uitgenodigd – maar die hadden met De vrije wil bestaat niet (Victor Lammers) en Wij zijn ons brein (Dick Swaab) al genoeg invloed uitgeoefend. Dit uit een in augustus 2012 gegeven vijfdaagse masterclass voortgekomen boek (dat bewonderenswaardig snel eruit ontstaan is) is te zien als een interpretatie van en tegenwicht tegen die boeken; hoewel, zo schrijft redacteur Palmyre Oomen in de heldere inleiding, dit “niet een welles-boek [is] als reactie op hun nietes-boeken.”

Lees verder...

Spinoza, les juifs et la modernité

Bij uitzondering breng ik hier voor degenen die Frans verstaan dit bericht:

29 juni was op France Culture in Répliques par Alain Finkielkraut een uitzending over het thema Spinoza, les juifs et la modernité.  

Invités:

Jean-Claude Milner, linguiste, philosophe et essayiste français né en 1941 à Paris; auteur de Le sage trompeur. Libres raisonnements sur Spinoza et les Juifs  [cf dit blog]
Laurent Bove, professeur émérite de philosophie à l’université d’Amiens:  auteur de La stratégie du conatus. Affirmation et résistance chez Spinoza

De strijd om de Verlichting is weer eens opgelaaid

Voorbije maanden verscheen een nieuw boek over de Verlichting, waarover de uitgever(s) zoals gebruikelijk de trompetten in de lucht steken. Het gaat om dit boek dat in twee jasjes werd gestoken

 

Anthony Pagden, The Enlightenment: And Why It Still Matters. Oxford University Press, 2013 - 436pp. [ISBN 978-0-19-966093-3] 

 

"One of our most renowned and brilliant historians takes a fresh look at the revolutionary intellectual movement that laid the foundation for the modern world."

 

 

 

 

 

Ook Random House Digital, Inc., 2013 - 528pp [ISBN 9780679645313]

Bij Amazon is te zien dat de naam Spinoza er niet in voorkomt! *) En wellicht nóg opvallender: de naam van Jonathan Israel komt er óók niet in voor. Alsof je diens drie delen over de Radicale Verlichting gewoon kunt negeren (ook Radical Enlightenment komt niet voor).
*) Hier moet ik iets corrigeren. De zoekfunctie werkt deze keer blijkbaar niet bij Amazon: Spinoza komt wél voor, zo is te zien in de Index die deels te zien is. Israel is daarin niet te zien.

Dit is duidelijk een oorlogsverklaring van "our most renowned and brilliant historian"  over hoe de Verlichting gezien moet worden. Je hoeft het niet op alle fronten met J. Israel eens te zijn (ik ben dat ook niet t.a.v. het hele beeld dat hij schetst), maar doen alsof zijn bijdrage aan de geschiedenis van de Verlichting niet bestaat, is uiteraard ver onder de maat.

Lees verder...

Signalement: boek over Johan en Pieter de la Court

Deze bekende vertegenwoordigers van de ‘staatsgezinde partij’ in de 17e eeuw zijn bekend om hun politieke werken. Met name de Consideratien van staat, ofte politike weegschaal (1661, Johan was toen al gestorven) had invloed op het politieke denken van Franciscus van den Enden en Benedictus de Spinoza. Voor een belangrijk deel had Spinoza zijn politieke kennis van de geschriften van de gebroeders De la Court (volgens E.Haitsma Mulier en Hans Blom). Of dit boek, dat vorige week verscheen, hier voldoende op ingaat, weet ik nog niet, maar ik vind het nuttig het alvast te signaleren:

Arthur Weststeijn, De radicale republiek. Johan en Pieter de la Court, dwarse denkers uit de Gouden eeuw. Bert Bakker, 28 juni 2013 -  ISBN: 9789035140240

Uitgeverstekst: ‘Het paard van Troje op het Binnenhof’: zo betitelden Johan en Pieter de la Court rond 1660 het Huis van Oranje. De broers staan te boek als de meest radicale republikeinen uit de Nederlandse geschiedenis. Op het hoogtepunt van de Gouden Eeuw beheersten ze het publieke debat in Hollandse herbergen en trekschuiten, en hun denken over vrijhandel, democratie en tolerantie had grote invloed op de ontwikkeling van de Verlichting in binnen- en buitenland, van Spinoza tot de Amerikaanse Revolutie.

Lees verder...

Chevalier de la Barre (1746 – 1766) "Martelaar van het atheïsme" (Tinneke Beeckman)

Vandaag wordt in Frankrijk herdacht dat de 19 jaar jonge Chevalier de la Barre op verzoek van de katholieke kerk na een schijnproces waarin hij werd gemarteld, op 1 juli 1766 werd onthoofd en vervolgens verbrand. Hij werd ervan beschuldigd zijn hoofd niet te hebben gebogen voor een religieuze processie. Ook zou hij een 'goddeloos' lied hebben gezongen en bij huiszoeking vond men boeken tegen de godsdienst waaronder de Dictionnaire de la Philosophie van Voltaire.

1 juli 1907 werd in Abbeville een monument voor zijn nagedachtenis opgericht. Hij werd hét symbool van het laïcisme en 1 juli werd voor velen de “dag van het atheïsme”. Op veel plaatsen zijn herdenkingstekens opgericht en straten en pleinen naar hem genoemd. Hier bijvoorbeeld de Rue Chevalier de la Barre in Le Havre.

       

Zo willen velen in Nederland Adriaan Koerbagh herdenken, “Martelaar van het vrijdenken” [volgens Bernard ten Damme, eind 19e eeuw].

Vandaag, op deze "dag van het atheïsme" (een week eerder dan was aangekondigd), valt het doek voor de petitie "Een monument voor Adriaan Koerbagh" en komt een einde aan het plaatsen van lemma's op Facebook en Twitter. Bart Leeuwenburgh gaat de handtekeningen (eindstand 392) indienen bij de gemeente Amsterdam, zo is te lezen op Facebook.

Zie recensie van Carel Peeters over 'Het noodlot van een ketter' in Vrij Nederland van 28 juni 2013: "Een smetje op de Hollandse tolerantie."

Graag wijs ik hier op het blog van 24 mei 2013 van Elly Verzaal van de Koninklijke Bibliotheek: "Eerherstel voor Adriaan Koerbagh (1633-1669)." Daarin geeft zij een prachtig overzicht over deze Koerbagh en verschaft zij nuttige informatie, bijvoorbeeld over waar de enige twee exemplaren van Een Ligt worden bewaard.