Nieuw boek op komst over Spinoza en de Stoïci

Spinoza in verband zien met de Stoïci is altijd erg gewild geweest. Leibnitz al was de eerste om Spinoza als een ‘nieuwe stoïcijn’ te typeren.

Vele Spinozastuderenden zullen bekend zijn met Firmin DeBrabander's Spinoza and the Stoics - Power, Politics and the Passions (Continuum, 2007) [cf blog]

 

Sommigen beschikken misschien over K.H.E. de Jong Spinoza en de Stoa [Mededeelingen van wege het Spinozahuis V [Brill, Leiden, 1939 – books.google]. We krijgen eenvoudig toegang tot J.H. Leopold, “Spinoza en de Stoa,” [in: De Nederlandsche Spectator 1905, No. 22 – DBNL].

Ook Miriam van Reijen heeft zich veel bezig gehouden met Spinoza en de Stoïcijnen, waarna in 2012 haar cursus Stoïcijnse levenskunst: evenveel geluk als wijsheid op CD’s uitkwam. [hier]

Lees verder...

Hendrik Willem Tydeman (1778 – 1863) bezorger en kwijtmaker van een brief van Spinoza

Bij de brief die Spinoza in het najaar van 1675 schreef aan Lambert van Velthuysen (brief 69 in de Briefwisseling van Spinoza) lezen we in H.G. Hubbeling’s Aantekeningen: “Deze Latijnse brief komt niet in de OP en NS voor. In 1844 werd door prof. H.W. Tydeman het origineel, dat nadien zoekgeraakt is, in de Utrechtse Volksalmanak gepubliceerd met een facsimile-lithografie.” (blz. 532)

Hendrik Willem Tydeman door C.W. MielingTydeman is dus een man om dubbele gevoelens over te hebben: hij bezorgde ons de inhoud van een niet eerder gepubliceerde brief, maar zorgde er niet voor dat Spinoza’s autograaf die hij in handen had gekregen, zorgvuldig bewaard is gebleven. Hij had hem kunnen (doen) onderbrengen bij de Koninklijke Bibliotheek die al van het eind van de vorige eeuw bestond, of bij de Universiteitsbibliotheek van Leiden, waarvan hem bekend was dat die vanuit 't legaat van P. Marchand in het bezit was van een exemplaar van de TTP dat Spinoza eigenhandig met randglossen had verrijkt. (blz. 28 van de hierna te vermelden brochure). Hij noemt daarin Prof. Bibliothecarius Geel, met wie hij dus bekend was. Had hij hem dat origineel maar bezorgd. 

Lees verder...

Virtuele wereld vol onachtzaamheid

Van een enkele bezoeker krijg ik wel eens een tip dat er een of ander foutje in een blog te bespeuren is: een betwijfelbare vertaling van iets uit het Latijn, een niet correcte vermelding van de titel van een boek en dergelijke. Ik breng die verbeteringen (die ik uiteraard check) altijd aan, ook in blogs van lang geleden. Beweringen moeten zo precies mogelijk zijn en aperte fouten dienen verbeterd te worden (ja, er bestaat objectieve feitelijke waarheid…). Zo geef ik zelf ook regelmatig tips over fouten die ik constateer, bijvoorbeeld over een niet werkende link o.i.d. Maar ik word er een beetje moe van zo vaak te moeten constateren dat met dergelijke tips heel vaak niets wordt gedaan. Ik weet niet of ik er mee door blijf gaan. Om een paar voorbeelden te noemen:

Van books.google maak ik, zoals de bezoeker van dit blog gemerkt zal hebben, veel gebruik. Er is bij elk boek dat je bekijkt een link “Een probleem melden”, waarmee je dus op fouten kunt wijzen, hetgeen ik enige malen heb gedaan. Bijvoorbeeld gaf ik vele maanden geleden door dat “Gullan-Whur, Spinoza [Lemniscaat Publishers, 2000] ten onrechte als auteur Jabic Veenbaas noemt, die er de Nederlandse vertaler van is. Het heeft niet mogen baten – het blijft er almaar fout staan. Een kleinigheid, maar toch; waarom laat je problemen dan signaleren. [cf]

Ander voorbeeld. Het Letterkundig Museum heeft een webpagina over Spinoza. Prima uiteraard. Daarin is een soort ‘vitrinemolentje’ opgenomen, waarin diverse afbeeldingen ronddraaien, waarin enige fouten in de onderschriften voorkomen: Zoals “Uitgave van Erasmus’ Ethica in de reeks Groote denkers der eeuwen, 1915, Spinoza werkte aan deze tekst tussen 1662 en 1677”. Of de tekst bij het Haagse grafmonument: “Grafsteen Spinoza bij de Nieuwe Kerk in Den Haag, cavtes (cautes) wordt meestal vertaald als behoedzaamheid.”

     

Op 23 november 2012 heb ik de fouten gemaild: dat het uiteraard  Spinoza was die de Ethica schreef en dat er op het grafmonument geen ‘cautes’ staat maar ‘caute'. Dat ‘grafsteen’ discutabel is en of Spinoza tot 1677 aan de Ethica bleef schrijven en hem niet in 1675 gereed had, liet ik maar zitten. En dan is er nog de bewering dat het Opera Posthuma-portret uit 1790 stamt... Erg veel fouten en slordigheden op de vierkante centimeter.
Maar alsof er niet geattendeerd is: het blijft er gewoon staan zoals het was - zie hier.

Lees verder...

La Ilustración radical

Vorig jaar bracht een uitgever uit Mexico van Jonathan Israel's Radical Enlightenment. Philosophy and the Making of Modernity 1650-1750 (Oxford University Press, 2001), een Spaanse vertaling:

Jonathan I. Israel, La Ilustración radical. La filosofía de la modernidad 1650-1750. Fondo de Cultura Economica (FCE), 2012

['t gaat dus niet om radicale illustratie - en bij iluminación blijkbaar om een andere verlichting]

Smilevski's discussie met Spinoza

Jammer vind ik het dat Goce Smilevski's zo geprezen boek, Razgovor so Spinoza (Gesprek met Spinoza) [Skopje, 2000] nooit in het Nederlands is vertaald. Alsof daar hier geen markt voor zou zijn. Het werd wel in het Engels vertaald (Conversation with Spinoza), verscheen in Slovenië, Polen, Servië, Kroatië, Duitsland, Bulgarije (zie dit blog) en in Finland, waarvan hier de cover:  

Goce Smilevski: Keskustelu Spinozan kanssa (Discussie met Spinoza), [Mansarda, 2012]

Spinoza in de laatste "Geschiedenis van de joden in de Lage Landen"

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 18

De laatste maal dat een boek over de geschiedenis van de joden in Nederland was geschreven, zo stelde men eind 80-iger jaren vast, was in 1940: Geschiedenis der Joden in Nederland [Van Holkema & Warendorf, 1940], geschreven door H. [Hendrik] Brugmans jr. en A. Frank. [Zie voor Spinoza in dat boek dit blog]. Door de oorlog moest het bij een eerste deel blijven dat handelde tot 1796, het tweede deel dat de periode daarna zou beschrijven, is nooit meer verschenen, terwijl al wel geschreven manuscripten door de bezetting verloren gingen.

Het werd eind jaren 1980 dus hoog tijd bevonden voor een nieuw historisch overzicht van de lotgevallen der joden in Nederland. Dat werd dan J.C.H. Blom, R.G. Fuks-Mansfeld, I. Schoffer (Red.) Geschiedenis van de joden in Nederland. Uitgeverij Balans, 1995; 2e ongewijzigde herdruk Contact-Olympus,  2004.

         

Het werd in het Engels vertaald:
Blom, J.C.H., R.G. Fuks-Mansfeld, I. Schoffer (Eds.), THE HISTORY OF THE JEWS IN THE NETHERLANDS. The Littman Library of Jewish Civilization, 2001. 508 pages. 9781874774518.

Lees verder...

Gelovig historicus op zoek naar duiding van een 17e eeuws weeskind

Het blijft bij dat alles uitermate moeilijk de beeldvorming van de werkelijkheid te onderscheiden, en oorzaken of gevolgen goed te plaatsen en te interpreteren. Zo heeft het virulente antiklerikalisme waarvan de vrijdenker en ex-jezuïet dr. Franciscus van den Enden (1602-1674) in 1662 in zijn Kort Verhael van Nieuw Nederlants Gelegentheit getuigt, bitter weinig met de situatie en achtergronden van Nieuw-Nederlands geschiedenis te maken. In dat half-utopische ontwerp voor een nieuwe democratische samenleving wordt met de eeuwig kibbelende, sektarische dominee niet een Amerikaanse pionier als Bogardus afgewezen, doch het prototype van de Hollandse, scheur-makende kerkfrik. Van den Enden kende Nieuw-Nederland slechts van horen zeggen, en dan nog niet erg precies. Wat hem daarin interesseerde was het ideaalbeeld van een onbedorven Amerindiaanse samenleving dat Adriaen van der Donck en David Pietersz de Vries in hun boekjes zo suggestief hadden geschetst en dat hij nu in antiklerikale zin herduidde.” [p. 350]

Dichter bij Spinoza lijken we via dit boek niet te kunnen komen dan langs deze afwijzing van het Kort Verhael van Franciscus van den Enden.

En toch ga ik dit recente boek van Willem Frijhoff, Evert Willemsz. Een zeventiende-eeuws weeskind op zoek naar zichzelf [Uitgeverij Vantilt, 2013 - ISBN 9789460041167] - ondanks nog te vermelden ‘bezwaarlijke opmerklijkheden’ - hier aanraden als schitterende achtergrondliteratuur waarmee we de door en door godsdienstige tijd van Spinoza beter leren kennen. Het boek bevindt zich mijlenver van Spinoza vandaan en levert toch verhelderende contextuele geschiedenis over de diverse godsdienstige richtingen en de politieke ambitie van de almaar dominanter wordende calvinistisch gereformeerde religie in de eerste helft van de 17e eeuw. En dat in een concrete lokale omgeving.

Lees verder...

Rena Gertrud Fuks-Mansfeld (1930 – 2012) Spinoza in "De Sefardim in Amsterdam tot 1795"

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 17

Renate Gertrud Fuks-Mansfeld Over Renate Gertrud Fuks-Mansfeld had ik op 3 december, kort na haar overlijden, een herdenkingsblog, waarnaar ik kortheidshalve voor méér gegevens over haar kan verwijzen. Daarin maakte ik uiteraard ook melding van haar Leidse dissertatie waarvan in 1989 bij uitgeverij Verloren een handelsuitgave verscheen: De Sefardim in Amsterdam tot 1795. Aspecten van de ontwikkeling van een joodse minderheid in een Hollandse stad.

Het boekje biedt op een rustige toon een heel informatief overzicht van het ontstaan en de ontwikkelingen van de Spaans-Portugees-joodse gemeente in Amsterdam. Ik begrijp eigenlijk niet waarom bespreker A. H. Huussen jr in het BMGN (Low Countries Historical Review) zo kritisch moest doen over het feit dat er in dit boekje zo weinig eigen archiefonderzoek werd gepresenteerd. Het is juist erg goed dat er af en toe wetenschappers opstaan die uit al die gespecialiseerde deelstudies voor de wetenschap zelf, maar ook voor een breder geïnteresseerd publiek een overzichts-monografie schrijven die een zekere compilatie van al die deelstudies biedt. Dit is zo’n compilatie van een geleerde die zelf ook al deelstudies publiceerde, maar nu eens met een overzicht komt, waarin veel literatuur wordt verwerkt. Dit is in mijn ogen dan ook nog steeds een goed leesbare overzichtsstudie.

Ik heb uiteraard vooral ernaar gekeken hoe ze Spinoza behandelt. Dat doet ze kort maar krachtig en mét vooral begrip voor de moeilijkheden waar de Mahamad, het bestuur van de Sefardische gemeente, voor stond. Ze vindt dat de aandacht wel wat teveel naar Uriël da Costa en vooral Spinoza uitgaat en wil wat tegenwicht bieden door meer naar de lotgevallen van de hele gemeenschap te kijken – en dan ook niet zozeer de rijkere kooplieden, maar de gewone mensen en zoveel mogelijk aspecten van het culturele leven in brede zin in beeld brengen.

Lees verder...

Baruch Spinoza: Teologisk-politisk afhandling

Zo kan een cover ook veel duidelijk maken. Deense uitgave uit 2009. Ik zou het toch snel kaften zoals ik het ooit op school leerde.

Spinozas Tractatus theologico-politicus udkom i 1669-70 og foreligger her for første gang i en dansk oversættelse. Indledning og oversættelse ved Niels Henningsen [PDF]

 

 

Mozes Heiman Gans (1917 - 1987) Spinoza maakte zich los van 'de joodse natie'

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 16

In het vorige blog gaf ik de benodigde informatie over M.H. Gans. Zijn Memorboek, platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940 (Bosch & Keuning, 1971) is meermalen herdrukt en zelfs in het Engels vertaald: Memorbook: History of Dutch Jewry from the Renaissance to 1940. Bosch & Keuning (1983).

Daarin besteedde hij uitgebreid aandacht aan Spinoza. Zijn opstelling tegenover deze filosoof is samen te vatten in de zinsnede: “Spinoza maakte zich niet alleen los van de synagoge, maar ook van de joodse natie.” Hierna breng ik die tekst waaruit blijkt dat Gans zich serieus met Spinoza en zijn relatie tot de Joodse gemeenschap heeft bezig gehouden.

                 
Juwelier en antiquair Mozes Heiman Gans, benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Cleveringa-leerstoel van de Leidse universiteit.' Foto: Nico Koster in: De Telegraaf 18-09-1976
Lees verder...

Spinoza & L'instinct oublié / El instinto olvidado / The forgotten instinct

Voor als u binnenkort toevallig in Mexico moet zijn... 

Van 19 januari tot 2 maart 2013 loopt in de galerie Labor in Mexico de op Spinoza geïnspireerde tentoonstelling L'instinct oublié / El instinto olvidado / The forgotten instinct.

Duidelijk is dat die inspiratie afkomstig is van Deleuze, die de uitspraak van Spinoza 'dat we niet weten wat het lichaam vermag' tot grote hoogte opklopte. De kunstenaars die daarmee aan de slag gingen zijn William Anastasi, Guillaume Leblon, Hans Schabus, Francisco Tropa, Franz Erhard Walther & Galería Jocelyn Wolff.

“El origen de este proyecto se sitúa en una reflexión acerca de un postulado clave del pensamiento de Spinoza: el cuerpo sobrepasa el conocimiento que tenemos; el pensamiento sobrepasa la consciencia que tenemos. La noción de arte como acción (Franz Erhard Walther, Tropa), o la relación del espacio y del tiempo en la obra de Anastasi nos permiten acercarnos a este espacio y a este movimiento, y prolongar una reflexión sobre el taller como un espacio moral (Schabus, Leblon).” [zie de vertaling onder]

Lees verder...

Tractatus Politicus door Karel D'huyvetters vertaald en op internet geplaatst - Chapeau!

In mijn blog van 30 dec. 2012 verwees ik een eerste keer naar de vertaling die Karel D'huyvetters (toen nog in delen op zijn website “Spinoza in Vlaanderen”) had gemaakt. Ik had er pas in een blog naar willen verwijzen wanneer hij die vertaling in een fraai vormgegeven PDF als totaalresultaat zou aanbieden. En ik vroeg mij af: “maar die totale eindredactie komt misschien niet?”
Hoe kon ik het denken...

Die vormgeving als complete uitgave is er gisteren gekomen. Karel heeft z’n vertaling keurig opgemaakt, van inleiding en bibliografie voorzien en in twee PDF-bestanden op zijn website aangeboden: een voor scherm en een om af te drukken (een verschil dat mij ontgaat, want ik kan ze beide op ‘t scherm van de pc krijgen én beide als ik dat zou willen afdrukken; maar misschien zijn er pc’s of browsers die daar een verschil in zien? Of wellicht heeft het te maken met lezen op een tablet of met e-reader?).

 

Hiermee heeft Karel D'huyvetters ons een goede dienst bewezen. Eindelijk is er na de laatste volledige vertaling van Willem Meijer die in 1901 verscheen, honderdtwaalf jaar later weer een volledige vertaling.

 

Lees verder...

Wordt Spinoza speerpunt in Katwijk's Citymarketing?

Tot heden laat het gemeentebestuur van Katwijk zich weinig gelegen liggen aan het feit dat het aan de Spinozalaan in Rijnsburg het Spinozahuis binnen z’n gemeentegrenzen heeft.
Bordverwijzingen die geïnteresseerde toeristen de weg naar het Spinozahuis wijzen hadden tot heden nog geen enkele prioriteit – het aantal bezoekers zou toch maar gering zijn, zo werd gemeend. Dat een beetje méér publiciteit en verwijsbegeleiding het aantal bezoekers zou kunnen helpen verhogen – het kwam niet bij B&W op.

Afstaptip 10 Spinozahuis in de folder Fietsen in Katwijk, daarbij blijft het wel zo ongeveer: “Halverwege de Spinozalaan staat museum het Spinozahuis. Het Spinozahuis in Rijnsburg is het huis waarin filosoof Benedictus de Spinoza woonde en werkte van 1661 tot 1663. Museum Het Spinozahuis is er sinds 1899 gevestigd, met onder meer een unieke reconstructie van Spinoza’s bibliotheek en een verzameling van brieven en portretten."

Lees verder...

"Spinoza – Denken is vrij" - hoofdstuk in de Nederlandse Canon voor kinderen van 10+ verteld

“Je hapt met Spinoza naar adem, als hij de brief van het synagogebestuur op de mat vindt waarin hij duizendvoudig wordt vervloekt.”
Dit schreef Jan-Kees Karels gisteren in zijn recensie "Geschiedenisverhalen vanuit originele invalshoek" in  het Reformatorisch Dagblad over het vertelboek over de Nederlandse Canon: Janny van der Molen, Martine Letterie & Agave Kruijssen: Over vroeger en nu. Verhalen bij de canon, met illustraties van Els van Egeraat” [uitg. Ploegsma, Amsterdam 2012; ISBN 978 90 216 7077 5; 501 blz.; € 49,95 (na 1 februari € 69,95).]

In 2007 werden vijftig historische gebeurtenissen opgenomen in de Nederlandse geschiedeniscanon. Deze vijftig ´vensters´ vormen sinds 2010 de kern van het geschiedenisonderwijs en zijn ook het uitgangspunt van dit boek Over vroeger en nu. Hij eindigt zijn recensie met: “Over vroeger en nu is een must voor leraren en leerkrachten, een plezier voor de historisch geïnteresseerde, en een aanrader voor ouders die hun kinderen wegwijs willen maken in de geschiedenis. Met deze kanttekening dat de verhalen soms vanuit een perspectief zijn geschreven dat de lezer misschien niet deelt. Goed om daarover in gesprek te gaan.”

Hoofdstuk 22 gaat over “Spinoza – Denken is vrij”

Lees verder...

Lambert van Velthuysen & Spinoza

Lambert van Velthuysen (1622–1685) en Spinoza hebben, zoals bekend, met elkaar gecorrespondeerd. Aangenomen wordt dat ze elkaar ook hebben ontmoet en uitgebreid gesproken tijdens het bezoek dat Spinoza in 1673 aan Utrecht bracht – en dat ze zelfs bevriend raakten. Van Velthuysen was een bekend filosoof, aanhanger van Descartes en ook van Hobes en was tot 1672 een Utrechts Bestuurder.

Die correspondentie ging, wat Spinoza betreft, vooral over de beschuldiging van Van Velhuysen dat hij een atheïst zou zijn [zie dit blog]. Van Velhuysen's Brief over de beginselen van rechtvaardigheid en fatsoen van 1651 zou zowel de eerste gepubliceerde reactie op Hobbes's politieke filosofie geweest zijn, als de eerste poging van een Nederlands filosoof om - mede op basis van Hobbes - een cartesiaanse 'morele filosofie' te bieden (iets dat Descartes zelf had nagelaten, of waar hij niet aan was toegekomen).

Deze Epistolica Dissertatio de Principiis Justi et Decori, continens Apologiam pro tractatu Clarissimi Hobbaei, De Cive, [1651] is deze maand in Engelse vertaling uitgebracht door Brill:

Lambert van Velthuysen, A Letter on the Principles of Justness and Decency, Containing a Defence of the Treatise De Cive of the Learned Mr Hobbes. Edited and translated by Malcolm de Mowbray. With an introduction by Catherine Secretan. Brill, Leiden, jan. 2013.

[Afbeelding van titelpagina van Flickr

 

 

Lees verder...

Mozes Heiman Gans (1917 - 1987) 'de professor van de joden' over Spinoza en Ben Goerion

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 15

Uiteraard kan ik, zoals al eerder gezegd, niet over álle joodse historici een blog maken. Maar terwijl ik naar Vas Diaz op zoek was, deed ik een mooie ‘bijvangst’ die ik niet terug kon werpen in de grote zee die internet is. Ik geef hier aandacht aan M.H. Gans, of M.H.G. zoals hij zijn artikelen als redacteur in het Nieuw Israelietisch Weekblad ondertekende.

Gans’s vader was directeur van „De Joodse Invalide". “In dat huis hebben wij gewoond. Ik had om zo te zeggen in dat huis vierhonderd ooms en tantes die uit het armste getto kwamen. En als je daar tot over je twintigste tussen zit dan bepaalt dat toch je leven. 't bepaalt 't nog sterker omdat ‘t verdwenen is,” zei hij in een interview in De Telegraaf van 18 sept. 1976. Dit sociale aspect in zijn opvoeding bepaalde zijn latere betrokkenheid op joden van allerlei slag.

Hijzelf werd juwelier-antiquair te Amsterdam van Premsela en Hamburger aan het Rokin, een zaak die al sinds 1823 bestaat. Mozes Gans kwam erin terecht doordat hij in 1942 met Jenny Premsela trouwde (in 1973 ontving de zaak het predicaat Koninklijk). Was groot judaicaverzamelaar. Was tijdens WOII in Zwitserland “de grote gangmaker” [Presser] van de Joodse Coordinatie Commissi, voor hulp aan joodse vervolgden tijdens WOII, "bezeten als hij was van de gedachte, dat elke dag mensenlevens kostte.” Initiatiefnemer en hoofd Centrale Onderwijs Commissie NIK 1947-1958. Hij schreef voor de Provinciale Gelderse en Nijmeegse Courant. Van '50 tot '67 werkte hij bij het Nieuw Israelietisch Weekblad, waarvan de laatste tien jaar als hoofdredacteur. Gans was orthodox joods, „een wetsgetrouwe jood", zoals hij het zelf noemde. De nesjomme (joodse ziel) had zijn aandacht. Sinds 1946 bestuurslid joodse gemeente, penningmeester tot 1953. Schreef enkele werken over zilver en juwelen. Chower (1974), ridder orde Oranje-Nassau, zilveren Anjer Prins Bernhard Fonds (1972). Hij had twee zoons.

Hij werd vooral bekend om zijn Memorboek (1971), een vijf kilo wegende platenatlas van het leven der joden in Nederland van de middeleeuwen tot 1940, waaraan hij ruim twintig jaar had gewerkt.

Daardoor werd hij ook – zonder dat hij een academische opleiding had gehad – benoemd tot buitengewoon hoogleraar joodse geschiedenis 1976/77 in Leiden – op de Cleveringa-leerstoel.

Van zijn overige werken vermeld ik nog:

De Amsterdamse Jodenhoek in foto's, 1900-1940 [1974]

De Joden in Nederland: rede, uitgesproken bij de aanvaarding van het ambt van buitengewoon hoogleraar in de geschiedenis van de joden, vooral in Nederland na 1900 aan de Cleveringa-leerstoel van de Rijksuniversiteit te Leiden op 26 november 1976 [Leiden, 1978]

Het Nederlandse Jodendom: de sfeer waarin wij leefden [1985]

De Amsterdamse Jodenhoek in foto's andermaal, 1840-1940 [1985]

In een volgend blog geef ik aandacht aan zijn tekst over Spinoza in het Memorboek. Hier neem ik zijn tekst op over de pogingen die Ben Goerion deed om Spinoza’s ban alsnog teniet te doen. Een artikel dat een joods dilemma t.a.v. Spinoza laat zien, dat nog steeds bestaat en dat het artikel ook na vijfenzestig jaar nog zeer leesbaar maakt.

Lees verder...

Alexander François Sifflé (1801 - 1872) een Zeeuwse spinozist

Sifflé is een van de herontdekkers van Spinoza in de 19e eeuw in Nederland. Hij kritiseerde de positivisten en – platte - materialisten en hun vooruitgangsdenken en stond een spiritueel spinozisme voor dat later door de generatie van Tachtig omarmd zou worden.

Sifflé studeerde rechten in Leiden (hoewel vooral thuis o.l.v. zijn dominante vader) en werd notaris in Middelburg (in 1828 nam hij de praktijk van zijn vader over). En hij was buiten-universitaire filosoof (ook wel: 'salonintellectueel'), onvermoeibare publicist en spreker die poogde het door de natuurwetenschappen in de verdrukking geraakte bespiegelende en metafysische denken in ere te herstellen. In zijn jonge jaren had hij zich de filosofie van Fichte en Schleiermacher eigen gemaakt.

Hij was betrokken bij het liberalisme in Middelburg, stimuleerde de moderne theologie en de vrije gedachte in Zeeland, en werd een belangrijk wijsgeer van de vrijdenkersvereniging De Dageraad, waarvan hij in 1856 lid werd. Hij kon daarnaast tegelijk ouderling van zijn gemeente zijn: Spinozisme betekende nog geen atheïsme. Hij stond een soort verlicht christendom voor. Ook was hij actief in de Maatschappij tot het Nut van het Algemeen. Hij was een liberaal patriot en stond achter de liberale ‘revolutie’ van 1848. Hij was sterk betrokken bij de wegkwijnende Vlissingsche Courant waarvoor hij lange commentaren schreef en bij de omvorming ervan tot de liberale Zeeuwse Courant, maar ook die redde het niet.

Lees verder...

Een Spinoza

Tekening van Spinoza op de website van ene Caroline Area Man? Of betreft het ene Morgan Elias Murray? Een mystificatie?

Jozef d'Ancona (1911 – 1945) over Spinoza in "Geschiedenis der Joden in Nederland" (1940)

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 14 

Eindelijk  verscheen in 1940, waar door velen lang naar was uitgezien, een nieuwe Geschiedenis der Joden in Nederland onder redactie van dr. Hk Brugmans en drs. A. Frank. Eerste deel (tot circa 1795). [Van Holkema & Warendorf, Amsterdam, 1940]. Van het tweede deel is het door de Tweede Wereldoorlog en de jodenvervolging niet meer gekomen.
De historicus Brugmans was de zoon van de bekende historicus Hajo Brugmans. Over A. Frank is verder niets bekend.

Beter dan hier als kop te nemen “Spinoza in Hk. Brugmans &A. Frank Geschiedenis der Joden in Nederland (1940)” leek het mij de aandacht te vestigen op de omvangrijke hoofdstukken die d’Ancona bijdroeg aan deze geschiedenis en daarom zijn naam in de titel op te nemen.

“Jozef d'Ancona werd op 27 augustus 1911 geboren te 's-Gravenhage als zoon van de Gazan der Port. lsr. Gemeente aldaar. Nadat hij aanvankelijk leerling was van de H.B.S. voelde hij zich sterk aangetrokken tot de Joods theologische studie en zo werd hij leerling aan het Port. Isr. Seminarium “Ets-Haïm”. Hij legde de verschillende examens met voortreffelijk resultaat af en werd tenslotte op 2 januari 1934 bevorderd tot Moré [voorganger]. Op 30 Nisan 5701 [1941] huwde hij met Josine Vredenburg [1912 - 2000], een dochter van de toenmalige Opperrabbijn van Gelderland. In 1940 werd hij benoemd tot adjunct-rabbijn der Port. Isr. Gemeente te Amsterdam en een jaar later tot Rabbijn. Zijn wetenschappelijke bekwaamheid blijkt duidelijk uit twee omvangrijke artikelen over de Port. Isr. Gemeente te Amsterdam in “Geschiedenis der Joden en Nederland" onder redactie van Dr. H. Brugmans en Drs. A. Frank. Hij werd gedeporteerd naar Bergen-Belsen, waar de dood op 9 Adar 5705 [22 februari 1945] een einde maakte aan een veel belovend jong leven.”
Aldus het korte levensbericht in
Bijdragen en Mededeelingen van het Genootschap voor de Joodsche Wetenschap in Nederland over dit korte leven van slechts 33 jaar. Hieraan is nog toe te voegen: hij kreeg een zoon, Joël Joseph, die op 8 september 1943 in het kamp Westerbork werd geboren en in Bergen-Belsen op 6 maart 1944 overleed, net geen half jaar oud. [van hier]

In het door hem geschreven levensbericht over Abraham M. Vaz Dias, deelde d'Ancona mee dat hij pas in mei 1938 intensief begon met het bestuderen van de geschiedenis van de Portugese gemeente te Amsterdam. Hij ondervond daarbij veel steun van Vaz Dias [zie vorig blog). Wellicht duidt dat erop dat hij toen gevraagd was voor en begon met schrijven aan de twee hoofdstukken die hij zou bijdragen aan het boek van Brugmans/Frank.

Lees verder...

Abraham Mordechai Vaz Dias (1876 – 1939) Mercator & Autodidactus

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 13

Wie zeker in deze reeks een plaats verdient is deze autodidactische joodse historicus. Abraham M. Vaz DiasHij stamde uit een Amsterdamse Portugees-joodse familie en had al vroeg veel belangstelling voor de geschiedenis van de Portugese gemeente. Z'n vader had een sigarenwinkel. Abraham doorliep alleen de lagere school, kwam toen in het bedrijf van z'n vader en vestigde zich vervolgens als kleine sigarenfabrikant; eerst in Utrecht en vanaf 1921 in Amsterdam. Van 1902 tot 1910 was hij penningmeester van de vereniging "Handwerkers Vriendenkring" en schreef in het maandblad "De Handwerksman".

Op 17 augustus 1928 verscheen zijn eerste artikel in het Nieuw Israelietisch Weekblad. Hij ontdekte het belang van archivarisch onderzoek en werd een van degenen die kritiek hadden op het feit dat het archief van de Portugese Gemeente toen nog altijd gesloten bleef. Het jaar erop moest hij voor een familie-aangelegenheid in het Amsterdamse Archief zijn en zo kreeg hem de lust voor het bestuderen van oude akten te pakken. Hij verwierf in de praktijk vaardigheid in het lezen en interpreteren van archiefstukken.

Lees verder...

David Ives’s New Jerusalem blijft on stage - in Amerika

Zoals ik al eerder schreef: het stuk van David Ives New Jerusalem, The Interrogation of Baruch de Spinoza at Talmud Torah Congregation: Amsterdam, July 27, 1656, is zeer goed aangeslagen en een blijvertje op de Amerikaanse Bühne. Nu speelt het van 11 januari tot 9 februari 2013 alweer in een ander theater (’t Big Idea Theatre in Sacramento, Californië), met een andere crew en onder een andere regie: van Shannon Mahoney.

‘t Wordt aldus aangeprezen: “One philosopher's progressive theories of divinity threaten to destroy an entire community. This brilliant young man is presented with an unimaginable dilemma: be true to himself or face excommunication from his religion and in the process lose his family, his culture, and the woman he loves.”

Ik blijf me afvragen wanneer een Nederlands gezelschap er een keer brood in ziet. Het is, ik heb de opname gehoord, een bijzonder stuk. [Zie een kort review]

Saul Levi Morteira’s preek van 8 januari 1656

Gisteren las ik een artikel van de laatste aflevering van Studia Rosenthaliana [tijdschrift voor Joodse wetenschap en geschiedenis in Nederland, 42-43 (2010-2011)] dat ik uit de bibliotheek had geleend voor het artikel van Irene E. Zwiep, “Pascal in potentia... Isaac da Costa on Spinoza and Pantheism,” waarover ik blogde. Marc SapersteinVoor ik het naar de bibliotheek terug ging brengen, leek me een artikel van Marc Saperstein nog wel interessant: “Four Kinds of Weeping. Saul Levi Morteira’s Appication of Biblical Narrative to Contemporary Events.” [p. 25-41]. Saperstein gaat hierin op een andere en diepere manier dan in zijn boek Exile In Amsterdam [2005] in op een preek die Morteira hield in het midden van de jaren 1640 [voor dat boek zie ‘t blog dat ik gisteren schreef n.a.v. ’t lezen van dit artikel].
Uiteraard ging tijdens het lezen door mij heen: waarschijnlijk zat Spinoza, die toen twaalf jaar was, ook in de synagoge Talmoed Tora. Twaalf jaar is een aparte leeftijd (ja, in het verhaal over de door zijn ouders gezochte Jezus was deze ook twaalf jaar, toen hij in de Tempel de schriftgeleerden onderhield...).

Aan die preek had Morteira duidelijk veel tijd en moeite besteed. Ik ga hem niet samenvatten, maar hij ging over de verschillende manieren waarop Ezou en vooral zijn broer Josef in de Bijbel huilden. Hij onderscheidde vier soorten: huilen om te smeken (als smeekbede), huilen uit compassie, huilen vanwege pijn en angst, en huilen van vreugde. De laatste zou bij Ezou niet voorkomen. De acht plaatsen in de Bijbel waar van huilen van Josef sprake was, kon hij weer verder indelen doordat binnen elk type huilen onderscheiden kon worden tussen: huilen richting God, resp. omwille van/richting mensen. Het zag er allemaal zeer serieus en gedegen uit en ik kon me zo voorstellen dat dit de jonge Spinoza wel aansprak en dat dit soort preken misschien wel de basis legde voor zijn systematische studie van de menselijke aandoeningen, die hij later in het derde deel van zijn Ethica, maar dan anders, zou behandelen. Lees verder...

Rabbijn Morteira’s dochter weende op het balkon

Tot nog toe had ik alleen van verhalen en toneelstukken gehoord waarin Spinoza verliefd geweest zou zijn op Clara, de dochter van zijn leraar Franciscus van den Enden. Nu trof ik een verhaal, waarin hem de dochter van Morteira als vrouw was bedacht.

In zijn boek Exile In Amsterdam: Saul Levi Morteira's Sermons to a Congregation of "New Jews" [Hebrew Union College Press, 2005] vat Marc Saperstein een verhaal samen over Morteira en Spinoza dat hij ontdekt had via Shmuel Feiner's Haskalah and History (Oxford, 2002). Het betreft een verhaal van een Haskala schrijver uit de jaren 1870.

Dat verhaal droeg de titel "Ha-Perud" ("De scheiding"). Het begint met een beschrijving van "R. Moses Morteira" in zijn studeerkamer. De karakterisering is bepaald niet onsympathiek: van de rabbijn wordt gezegd dat hij een godvrezende en vrome man is, zichzelf verloochenend op 't ascetische af; toegewijd aan de studie van de Kabbala en het traditionele geloof, maar ook aan zijn enige dochter, van wie de moeder in het kraambed stierf.
Dan kondigt zijn knecht de komst aan van Baruch, een knappe jonge man. De rabbijn confronteert hem met berichten dat hij het geloof in God verlaten zou hebben en openlijk de traditionele joodse viering van de sabbat en de spijswetten zou hebben verworpen.
Dit wordt uitgedrukt met aanzienlijke pijn, want de jonge man was de leerling, voor wie de rabbijn een diepe genegenheid had. Inderdaad, hij zag deze student als een waardige kandidaat om hem in het rabbinaat van Amsterdam op te volgen, alsook om zijn dochter te trouwen.
Baruch verdedigt zich, met nadruk te leggen op de innerlijke strijd die hij heeft doorgemaakt; hij zou niet in staat zijn z’n nieuwe opvatting over God te verlaten; hij legt uit hoe hij afstand van de traditionele sabbat en spijsvoorschriften heeft genomen, maar verkondigt tevens dat hij nooit zijn godsdienst zal verlaten. Morteira smeekt hem om zijn theologische standpunten voor zich te houden, maar als Baruch niet bereid is om een stap terug te doen, antwoordt de rabbijn in woede: "Ga dan op de manier waarvoor je gekozen hebt, dat zal je naar de eeuwige verdoemenis leiden."

Lees verder...

Spinoza won…

… maar daar is Benjamin Wiker niet blij mee.

De Utrechtse Universiteit en het Huygens Instituut mogen dan wel bezigzijn met een door de NWO gesubsidieerd project “Biblical Criticism & Secularisation” [cf hier], anderen die een heel andere focus hebben, zitten ook niet stil.

Momenteel schrijft Benjamin Wiker aan Worshipping the State. How Liberalism became our State Religion. En in maart komt uit dit boek waaraan hij samen met Scott W. Hahn enige jaren zegt te hebben gewerkt:

Scott W. Hahn & Benjamin Wiker, Politicizing the Bible: The Roots of Historical Criticism and the Secularization of Scripture 1300-1700. The Crossroad Publishing Company (March 1, 2013). 978-0824599034 , 457 pages

Bij Amazon is al te lezen: Resisting the typical, dry methods of contemporary scholarship, this powerful examination revisits the biblical days of life-and-death conflict, struggles for power between popes and kings, and secret alliances of intellectuals united by a desire to pit worldly goals against the spiritual priorities of the church. This account looks beyond the pretense of neutrality and objectivity often found in secular study, and brings to light the appropriation of scripture by politically motivated interpreters. Questioning the techniques taken for granted at divinity schools worldwide, their origins are traced to the writings of Machiavelli and Marsilio of Padua, the political projects of Henry VIII, Thomas Hobbes, and John Locke, and the quest for an empire of science on the part of Descartes and Spinoza. Intellectual and inspiring, an argument is made for bringing Christianity back to biblical literacy.

Lees verder...

Levie David Staal (1874 – 1943), orthodox "strijder voor het zuivere, oorspronkelijke, onvervalschte Jodendom," vermeed Spinoza

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 12

Als joodse godsdienstleraar te Zutphen, schreef L.D. Staal div. schoolboekjes. Om één zo’n schoolboek werd hij vooral zeer bekend: Israel onder de volkeren. Schets der Joodsche geschiedenis van de Grieksche overheersching tot heden. Een boek voor school en huis. [Zutphen, W.J. Thieme, 1e 1906, 2e 1915 (192 blz.), 1927, 3e veel vermeerderde druk (240 blz.), 4e 1937 (263 blz.)] Levie David Staal

Staal was lid en voorzitter van de afdeling Gelderland van de bond van godsdienstleraren Achawah (tot zijn vertrek in 1919 naar Amsterdam). In december 1918 werd hij gekozen tot leraar van de gebroederschap Dereg Hajschara; in 1919 als voorzanger te A’dam (bij Neir mitswo), en als predikant bij Beth Hammidrasch. Had zitting in de C.O. en de Ned. Anti-Oorlogsraad. Hij ontving de Chowertitel in 1924. In 1929 raakte hij gewond bij een auto-ongeluk. Twintig jaar, van 1918 - 1938, was hij hoofdredacteur van het Nieuw Israelietisch Weekblad (NIW). Hij overleed op 4 juni 1943 in Sobibor, Polen.

23 febr. 1934 vlak voor hij 60 jaar zou worden, zorgde de uitgever van het Nieuw Israelietisch Weekblad, waarvan hij inmiddels 15 jaar hoofdredacteur was, drie paginaas lang voor lofreden en dankbetuigen voor hun hoofdredacteur [p. 9 t/m 11, zie PDF bij de KB]. Herinnerd werd aan zijn woorden bij aanvaarding van dat hoofdredacteurschap: „Arbeiden en als het moet strijden zullen wij voor het zuivere, oorspronkelijke, onvervalschte Jodendom". Daarbij verscheen deze tekening:

                         

 

Lees verder...

Vooralsnog onduidelijk van wie deze Spinoza-tekening is

                   [In klein formaat aangetroffen op Unsaid magazine]  

Sigmund Seeligmann (1873 – 1940) over Spinoza

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 11

Sigmund Seeligmann (1873 – 1940)Nadat ik in het vorige blog meer i.h.a. informatie over Seeligmann bijeen heb gebracht, volgt hier zijn tekst over Spinoza: “Spinoza Amstelodamensis.“ In: Amstelodamum 20, n.2 (1933), 17-22

    

  

Lees verder...

Sigmund Seeligmann (1873 – 1940) Spinoza hoort niet tot de Species Hollandia Judaica

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 10  

Sigmund Seeligmann (1873 – 1940)Sigmund Seeligmann was geboren in Karlsruhe en kwam op jonge leeftijd met zijn ouders naar Nederland waar hij z’n opleiding ontving aan het Nederlands Israëlitisch Seminarium en volledig Nederlander werd; hij combineerde het religieus orthodox zijn met het a.h.w. tegelijk werelds zijn. Ontwikkelde een grote liefde voor het boek en voor de geschiedenis van het jodendom. Ontpopte zich als een kritisch geleerde historicus die bekend werd om zijn uitgebreide bibliotheek en – wegens zijn Duitse achtergrond en blijvende affiniteit – zijn internationale contacten. Hij was bemiddeld en vervulde een leidinggevende rol bij diverse instituten die de studie van het jodendom bevorderden. Hij was Moré en tenslotte ook Rabbijn in Amsterdam. Hij werd gewaardeerd maar ook gevreesd om zijn scherpe pen – was blijkbaar geen makkelijk man in de omgang. Zo blijkt uit deze typering van zijn op 10 januari 1907 geboren zoon Isaac Leo Seeligmann [Sigmund was in 1905 gehuwd met Juliette Seeligmann-Veershijm]: “His early life was dominated by a father who was perhaps not always easy to get on with.” [cf]
Als orthodox was hij toch overtuigd Zionist en zelfs vanaf 1904 enige tijd voorzitter van de Nederlandse Zionistenbond.

100 jaar na het ontstaan in Duitsland van de Wissenschaft des Judenthums richtte hij samen met anderen op 24 april 1919 het Genootschap voor de Joodse Wetenschap in Nederland op.

Lees verder...

Spinoza-portret van Paolo Matteucci

Paolo Matteucci studeerde aan de kunstacademie in Rome, waarna hij op diverse plaatsen in de wereld zijn kunstenaarschap verbreedde: Parijs, New York, reisde door Europa, vestigde zich in Wuppertal, weer in Rome, vanaf 2009 in Düsseldorf waar hij nu woont en werkt. Dook in de Pop-Art, hield zich bezig met acties, maakte documentaires, designprojecten en presenteerde zich in diverse internationale tentoonstellingen van hedendaagse kunst.

Hij maakte ergens vóór 2008 (ik ontdekte het n.l. op een blog van 31 jan. 2008) dit bijzondere Spinoza-portret 

 
            baruch spinoza, olio su tela [olieverf op doek], 100x80

Zie zijn website

Johannes Bredenburg (1643 - 1691) raakte in een Spinozistische crisis

Hij werd in het laatste kwart van de 17e eeuw het middelpunt van de eerste grote Spinoza-controverse.

Veel weten we niet van Johannes Bredenburg, niets uit zijn jeugd, wel dat hij eerst cartesiaan was en daarna de invloed van Spinoza onderging, zonder dat men hem direct een spinozist zou kunnen noemen. Hij schreef een Enervatio tractatus theologico-politici (1675), een ‘ontzenuwing’ of verwerping waarin Spinoza’s leer zo helder werd uiteengezet dat hij ervan verdacht werd Spinoza’s in 1674 officieel verboden leer te verspreiden. Vele Rotterdamse collegianten bezagen zijn geflirt met Spinoza dan ook met groot misprijzen. Bredenburg hield echter vol te geloven in de ‘traditionele' God: de God boven de natuur. Hij bleef geloven in met de rede onverenigbare wonderen, maar werd toch als 'atheist' aangezien. Bredenburg werd dan ook door een aantal medecollegianten in diskrediet gebracht. En zo ontstonden - via vele pamfletten voor en tegen hem - de zgn. Bredenburgse twisten, die uiteindelijk de gelederen der collegianten verdeelden. Over de frictie tussen rede en religie raakte Bredenburg in correspondentie met de remonstrant Philippus van Limborch. De uitwisseling van hun filosofische verhandelingen werden zonder toestemming van Bredenburg uitgegeven.

Bij ontbreken van een afbeelding breng ik hier het grafschrift dat Joost van Geel voor hem schreef die ook erop wees dat hij was ‘den ouderdom ontweken’ – hij stierf vóór zijn vijftigste. In de laatste zin van zijn grafschrift legde Van Geel zijn strijd tussen rede en geloof, kortom zijn Spinozistische crisis, haarscherp vast.

Lees verder...

De Roemeense vertaling van Yalom's Spinoza-boek

Als ik bij mijn speuracties een cover van een nieuwe vertaling van het boek van Irvin D. Yalom, The Spinoza Problem. A Novel, tegenkwam, voegde ik dat toe aan dit blog van een jaar geleden, zonder dat ik daar dan apart op wees.

Maar vandaag liep ik tegen de Roemeense uitgave aan (vertaling Alex Moldovan, Uitgeverij Vellant), waarvan ik de cover zo fraai bedacht vind, dat ik hem graag hier in een apart blog opneem.

Isaac da Costa (1798 – 1860) Spinoza in "Israël en de volken"

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 9

Na het vorige inleidende blog volsta ik in dit blog met het brengen van hetgeen Isaac da Costa schreef over Spinoza in Israël en de volken. Overzicht van de geschiedenis der Joden tot op onzen tijd. C. van Bentum, Utrecht, 11848, 21876.


Het boek staat gedigitaliseerd op archive.org.

Lees verder...

Isaac da Costa (1798 – 1860) had een geheel eigen kijk op Spinoza

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 8

Voor dit blog heb ik vooral goed gebruik kunnen maken van het uitstekende artikel van prof. dr. I.E. Zwiep, “Pascal in potentia... Isaac da Costa on Spinoza and Pantheism.” In: Studia Rosenthaliana [zie onder]

Mr Isaac da Costa was lid van een oude Portugees-joodse familie en kwam uit een welgesteld orthodox joods bankiersgezin. Onder invloed van zijn leermeester en vriend Willem Bilderdijk (zie daarover dit blog) bekeerde hij zich tot het christendom en liet zich in 1822 dopen. Kort na zijn bekering schreef hij Bezwaren tegen de geest der eeuw [1823]. Bilderdijk zette hem ook aan tot dichten. Hij behoorde tot de centrale figuren van de protestantse Reveilbeweging; voor het blad ervan, Nederlandsche Stemmen, schreef hij. Hij was tegenstander van de Verlichting en had grote kritiek op de libertijnse tijdgeest hetgeen uiteraard weerstand opriep in kringen die de Verlichting volgden. Lees verder...

Benedict Spinoza op Twitter

                          

twitter.com/BenedictSpinoza heeft z'n Spinozaplaatje in de kop weer aangepast. Sinds het blog van 2 januari 2013 (toen 1105 tweets en 730 volgers) zijn er heden om 16:40 uur 1159 tweets en 756 volgers. Misschien is het aantal volgers wel gegroeid door dat blog; je weet maar nooit.
Als een net-echte Spinoza volgt de tweep zelf niemand!

16 november 2014 nog eens gekeken. En wat blijkt: het gaat maar door.  Heden 3.396 tweets en 2.679 volgers. Ik ben verbaasd erover dat er zoveel volgers zijn.

Sigmund vandaag

Iemand stuurde mij deze uit de Volkskrant van vandaag toe. Inderdaad, dit hóórt hier gesignaleerd te worden.

Doorn - een verhaal over Spinoza en Rembrandt

Michael Dean, die al meer historische vertellingen schreef, heeft zich ingelezen en ingeleefd in Spinoza, Rembrandt en hun tijd en schreef een verzonnen verhaal over een vriendschap tussen de grote schilder en de grote filosoof, verteld vanuit Spinoza:

Michael Dean, Thorn. Bluemoose Books Ltd, Sep 2011, ISBN 978-0-9566876-4-7. 252 pages - a comedy novel about Spinoza and Rembrandt.

Het begin ervan laat zich lezen bij Amazon. Ik denk niet dat ik het ga lezen, maar wil het hier uiteraard wel melden. Er zijn diverse korte besprekingen aan gewijd, bijvoorbeeld: "The story is told from Spinoza’s viewpoint, and from the first page the reader is enthralled by the brilliance and arrogance of the philosopher. Although the friendship and interaction between Rembrandt and Spinoza is fictional, it is totally credible and extremely funny." [Hier] Of: "Thorn is a witty, intelligent black comedy, funny and sharp by turns." [Hier]. En: "THORN is a Rabelaisian tour through Amsterdam in the mid-17th Century and very, very funny." [Hier]
3x funny wordt mij wat veel...

Lees verder...

Pierre Macherey, "Between Pascal and Spinoza: The Vacuum"

Dankzij Karel D’huyvetters die vandaag op een in het Engels vertaald artikel van Etienne Balibar wees, ging ik eens kijken en ontdekte dat in het betreffende boek meer hoofdstukken bij  books.google toegankelijk zijn. Ik genoot intussen van het essay van Pierre Macherey uit 1982. Niet dat het onderwerp vacuum mij zo hogelijk interesseert, maar de manier van redeneren van Pascal en de vergelijking met Spinoza (zo verschillend en toch zo overeenkomend). Het gaat om het volgende boek:

Stephen Daniel (Ed.), Current Continental Theory and Modern Philosophy. Northwestern University Press, 2006

Van Theodore R. Schatzki (University of Kentucky) is er een review op NDPR. Daarin lezen we: "Spinoza is the principal modern philosopher in four of the essays, a fact reflective of the keen interest philosophers (and other humanist theorists) have recently taken in his thought. Machiavelli, Descartes, Leibniz, Locke, Hume, the Encyclopedists, Rousseau, and Kant appear in one or two articles alone."

Het gaat om de volgende hoofdstukken:

Lees verder...

Willi Goetschel: "Spinoza's controversial place in the history of Jewish philosophy"

Weer zie ik aanleiding in een bespreking die heden op de NDPR verschijnt een boek te signaleren; of eigenlijk twee. En het is vanwege de hoge prijzen van de turven vooral voor instellingsbibliotheken, maar toch… ik kan nog op iets interessants wijzen.

In 2008 kwam uit:

Steven Nadler & T. M. Rudavsky (eds.), The Cambridge History Of Jewish Philosophy: From Antiquity Through The Seventeenth Century, Cambridge, UK: Cambridge University Press, 2008] [waarin Amazon 64 hits op Spinoza laat zien - uiteraard].

Afgelopen zomer verscheen het tweede deel:

 

 

  

Martin Kavka, Zachary Braiterman & David Novak (eds.), The Cambridge History Of Jewish Philosophy: The Modern Era (Volume 2), Cambridge University Press, 2012, 891pp., ISBN 9780521852432.

Een van de redacteuren, Zachary Braiterman, liet op een blog weten dat 't "many, many years in the making" was en dat het wat de hedendaagse praktijk betreft gaat om “the practice of contemporary Jewish philosophy as currently constituted in the United States.”

Beide delen zijn georganiseerd op thema’s, niet zozeer op personen. Dit werk wordt vandaag op NDPR besproken door Jeffrey A. Bernstein. Ik citeer daaruit de volgende passage:

Lees verder...

Volgens Jacques Basnage liet Spinoza niet na "te heigen naa de onstervelykheid"

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 7

 

Vandaag meldde google.alert dat het Rijksmuseum een nieuwe pagina bracht met de prent die Noach van der Meer (1741 – 1822) maakte van de aanslag die op Spinoza gepleegd werd. Hij deed dat - naar een tekening van Jacobus Buys – als illustratie voor de vertaling van het boek van Jacques Basnage de Beauval, De historie der Jooden, van den tyd van Jesus Christus tot op den tegenwoordigen tyd: Om te dienen tot een vervolg of derde deel, op de werken van Flavius Josephus. by J. van Gulik, 1784.

Die informatie staat er niet bij. Voor mij mooi aanleiding om te melden dat het exemplaar uit de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam van dat boek [nr: O 61-1312] op Early Books Online gedigitaliseerd staat. Daar is te zien dat deze gravure (waarvan hierboven slechts een uitsnede) tussen de bladzijden 652 en 653 (in de digitale telling op blz. 683) in dat boek voorkomt.

Over wat er aan dat plaatje niet klopte had ik al eerder een blog.

Lees verder...

Het hoofdstuk God kan toch nog niet gesloten worden - God is a never ending story

Op 8 mei 2012 had ik een blog n.a.v. het nieuwe boek van Herman Philipse over zijn boek God in the Age of Science? A Critique of Religious Reason. Oxford University Press, 2012 (je ruikt Kant, schreef ik erbij). Ik verwees naar een interview in Trouw met hem n.a.v. dit boek dat de kop meekreeg: 'Het hoofdstuk God is nu wel gesloten'.

Ik vermoedde dat over Spinoza niets in het boek aan de orde zou komen. Inmiddels kunnen we bij books.google zien dat wel tweemaal de naam Spinoza voorkomt en dat Philipse iets zegt, maar meer in het voorbijgaan – behandeld wordt Spinoza’s filosofie niet en dat terwijl Spinoza juist een immanent (niet-transcendent) en monistisch godsbegrip ontwikkelde waarmee de wetenschap uit de voeten zou kunnen. Maar Philipse moet daar niets van hebben, mogelijk vindt hij Spinoza niet atheïstisch genoeg.

Ik schrijf dit om hier te wijzen op de boekbespreking door Andrew Pinsent die vandaag bij de NDPR verscheen. Pinsent schrijft o.a.

“Philipse is at his best, I think, when he challenges claims belonging to revealed theology that have been appropriated and presented as natural theology.”

De reviewer echter (een Thomas van Aquino- scholar met priesterboordje) ziet ruimte voor ‘revealed theology’ die volgens hem serieus genomen moet worden (ja, dankje de koekoek) en eindigt aldus:

“This book might have been successful as a focused critique of excessive and poorly justified claims that are sometimes made in the name of natural theology. Indeed, I shall find parts of this work valuable in future on that basis. The problem, however, is that in attempting to demolish the coherence of what is meant by God, all reasoned proofs for God's existence and all religious reason in one go, I think the author simply attempts too much.”

Nee, als het aan deze reviewer ligt, is met dit boek het hoofdstuk God bepaald nog niet gesloten.

Willem Bilderdijk (1756 – 1831) en diens zicht op Spinoza

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 6  

Willem Bilderdijk, geschilderd in 1810 door Charles Howard Hodges - uitsnedeOnlangs ging de EO-serie “God in de Lage landen, Réveil” uitgebreid over Willem Bilderdijk, de dichter en advocaat die in de Verlichte periode geïnspireerd werd door het Réveil, een stroming die tegen de Verlichting inging en de nadruk legde op de beleving én het handelen naar je geloof, zoals je het ervaart, beleeft vanuit je hart. [uitzendinggemist]

Wat moet zo iemand hier in een serie over Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie?

Net als ’t vorige blog over Koenen meen ik dat nodig is iets over Bilderdijk, beiden niet-jood, te behandelen met het oog op een later blog over Isaac da Costa. Het zijn Willem Bilderdijk en Isaäc da Costa die aan de basis staan en de kern uitmaken van het Nederlandse Réveil. Het contact tussen de oudere, zich graag als homo universalis voordoende, Bilderdijk en de jongere Isaac da Costa ontstond, doordat diens vader Daniël da Costa voor zijn zoon Isaäc in 1816 de oranjegezinde dichter Mr. Willem Bilderdijk als leermeester uitkoos. Deze vriend van de joden, dat ‘oud en edel volk’, stimuleerde Da Costa’s belangstelling voor zijn joodse verleden. En die omgekeerd zal mogelijk enige invloed gehad hebben op Bilderdijks kijk op Spinoza.

Bilderdijk had het over: “De kundige, schrandere, diepdenkende, maar arme Philosooph B. de Spinosa”, – ik kom er zo op.

Maar was er bij deze advocaat-dichter-historicus, de bedenker van de leuze ‘God, Vaderland en Oranje', sprake van enig spinozisme? Zou hij ook maar enige interesse in Spinoza hebben gehad? Het is nauwelijks voorstelbaar. Ik stel die vraag daar - nogal onverwacht - Joris Van Eijnatten die hypothese oppert in zijn Hogere sferen: De ideeënwereld van Willem Bilderdijk (1756-1831) [Uitgeverij Verloren, 1998], waarin hij het denken van Bilderdijk tot op het bot fileert. [books.google]

Lees verder...

Ist das Böse therapierbar?

De vraag stellen is hem beantwoorden. 

Die Welt bracht gisteren een aardig interview met Irvin D. Yalom. Hannes Stein zocht hem daartoe op in San Francisco. Aanleiding is uiteraard Das Spinoza-Problem. Het gaat een beetje over het boek en over Spinoza, maar vooral gaat het over psychotherapie.

Ik wil volstaan met geïnteresseerden erop te wijzen: zie hier.

  

  

  

 

                     foto van Irvin D. Yalom van wikipedia

Hendrik Jacob Koenen (1809 – 1874) Spinoza in zijn "Geschiedenis der Joden in Nederland"

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie # 5

Hendrik J. KoenenHendrik J. Koenen was afkomstig uit een Duitse koopmansfamilie. Een maand voor zijn geboorte overleed zijn vader, zodat hij alleen door zijn moeder werd opgevoed, die thuis privé-onderwijs regelde en hem een beschermd en zeer godsdienstig milieu bood. In 1824 begon hij aan het Amsterdamse Athenaeum Illustrum een rechtenstudie. D.J. van Lennep bracht hem daar in contact met het werk van Willem Bilderdijk. Daar het Athenaeum nog geen promotierecht had besloot hij zijn studie in 1831 te Leiden met een juridische dissertatie. Hij begon een advocaten-praktijk, maar gaf die snel op om als gefortuneerd burger zich de rest van zijn leven te wijden aan historische studies en literair werk. Via zijn moeder kwam hij in contact met het Amsterdamse Réveil en de kring rond Isaac da Costa, maar het tamelijk romantische verzet tegen de geest der eeuw (en ’t accent op de persoonlijke geloofsbelevenis) lag hem minder. Meer verwantschap voelde hij met G. Groen van Prinsterer en de praktische instelling van het Haagse Réveil dat de maatschappij christelijk wilde doordesemen. Toch kreeg hij een meer persoonlijke band met Da Costa, naarmate deze meer contact met de werkelijkheid kreeg en met zijn bevlogenheid Koenen kon inspireren christelijk dichter en vertaler van geestelijke gezangen te worden. Samen met Da Costa en A.M.C. van Hall richtte Koenen in 1834 het tijdschrift de Nederlandsche Stemmen op, waaraan ook Willem de Clercq meewerkte. Daarnaast was hij politiek en maatschappelijk actief als lid van de Amsterdamse stedelijke raad (van 1842 tot kort voor zijn dood) en van Provinciale Staten (sinds 1850). Van 1847 tot 1851 was hij wethouder publieke werken, een technische opdracht die eigenlijk zijn terrein niet was. Hij was curator van het Athenaeum en de Latijnsche School. Hij hield in de jaren '50 voorlezingen voor de Maatschappij Felix Meritis, welke in boekvorm werden uitgegeven. In 1848 werd hij lid van de Tweede Klasse van het Koninklijk Instituut, en na de omvorming daarvan in 1855 lid en in 1856 secretaris van de letterkundige afdeling van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, tot in 1863 zijn gezondheid hem noopte zich terug te allerlei onderwerpen. Tot op het laatst onderhield hij ook zijn internationale contacten via de Evangelische Alliantie, die hem met vele aanzienlijken in aanraking bracht. Zijn leven was geheel toegewijd aan wetenschap, kerk en maatschappij.

Koenens belangrijkste publicaties:

een studie over Adriaan Pauw (Amsterdam, 1842), 'eene bijdrage tot de kerk- en handelsgeschiedenis der zestiende eeuw'.

Geschiedenis der Joden in Nederland (Utrecht, 1843), dat het bekroonde antwoord was op een prijsvraag die het Provinciaal Utrechtsch Genootschap van Kunsten en Wetenschappen in 1840 had uitgeschreven. Daarbij had hij contact gehad met Da Costa.

Geschiedenis van de vestiging en den invloed der Fransche vluchtelingen in Nederland (Leiden, 1846) - een inzending op een prijsvraag van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde waarmee hij 1845 goud verwierf.

Lees verder...

William Angus Knight (1836 – 1916) Spinoza: Four Essays

Britse filosoof en schrijver, geboren te Mordington in Scotland, volgde z’n opleiding aan de University of Edinburgh. Van 1876 tot 1902 was hij professor in de moraalfilosofie aan de University of St. Andrews. Van 1880–90 redigeerde hij en schreef sommige delen van de reeks Philosophical Classics for English Readers (15 delen). Vooral bekend werd hij door zijn werk aan Wordsworth. De editie Wordsworth's Works and Life (1881–89) die hij bezorgde omvat 11 delen.

Hij gaf ook uit, en dat vormt uiteraard de aanleiding voor dit blog, Spinoza: four essays (1882). Het staat gedigitaliseerd voor ons klaar op archive.org. Het bevat de volgende in het Engels vertaalde teksten:

1. Introductory Note, by the Editor

2. “In memory of Spinoza”: A lecture, delivered on the occasion of the bicentenary of Spinoza, to the class of philosophy at Leyden, February 24th 1877, by J. Land, Professor of phylosophy at Leyden

3. "The Life and Character of Baruch Spinoza," by Kuno Fischer

4. "Spinoza: the (glad) herald to mankind of the good news of its majority"; an oration, delivered on the occasion of the unveiling of the statue at the Hague, Sept. 18th, 1880, by Dr. J. van Vloten

5. "Spinoza: 1677, and 1877." Address, delivered at the unveiling of the monument at the Hague on 21st February, 1877, bij Ernest Renan.
Die toespraak, die niet was bij de onthulling (die kwam in 1880), maar bij de 200e sterfdag bij het leggen van een steen op de plaats waar t.z.t. het standbeeld zou komen, eindigde met de beroemde woorden: “It is from hence perhaps that God has been seen most near!" Hij zei het uiteraard in 't Frans: "c'est d'ici peut-être que Dieu a été vu de plus près".

Even de stilte verbreken

De Maand van de spiritualiteit die 12 januari begint, heeft dit jaar als thema: stilte!

Soms echter kan de stilte beter doorbroken worden. Een bijvoorbeeld. “Baruch Spinoza, who couldn’t live being silent about his heterodox thoughts,” aldus David Novak in antwoord op twee commentaren – van Leora Batnitzky (Princeton University) en Michael Walzer (Institute for Advanced Study) tijdens een symposium resp. roundtable over The Jewish Social Contract dat in 2005 werd gehouden over David Novak’s in datzelfde jaar uitgekomen boek: The Jewish Social Contract.

Die bijeenkomst was georganiseerd door de Association for Jewish Studies. Twee van de bijdragen – Batnitzky en Walzer – mét Novak’s antwoord werden gepubliceerd in Hebraic Political Studies. [PDF]   

Ik kom hier op doordat de AAS hiernaar verwees, n.a.v. een boek dat in december uitkwam, Elliot N. Dorff and Jonathan K. Crane (Eds.) The Oxford Handbook of Jewish Ethics and Morality, [OUP USA. January 2013 - ISBN 9780199736065], en waarin een hoofdstuk opgenomen is van David Novak “Spinoza and Jewish Ethics.”
[Amazon]

Lees verder...

G.J.P.J. Bolland (1854 – 1922) een biografie zonder Spinoza

In dit blog gaat het minder over Bolland, de selfmade filosoof die, hoewel hij geen universitaire studie gedaan had, laat staan gepromoveerd was, in 1896 geroepen werd om J.P.N. Land als hoogleraar in de wijsbegeerte te Leiden op te volgen, en iets meer over wat zijn biograaf, Willem Otterspeer, achterwege liet. Zojuist beëindigde ik diens Bolland. Een biografie [Bert Bakker, 1995]. Misschien was dat ‘een’ biografie om zich in te dekken dat er over die verwarrende figuur nog vele biografieën te schrijven zouden zijn, waaronder wellicht een, waarin méér over Bolland én Spinoza gemeld zou kunnen worden? Wie weet.

Maar misschien moeten we er maar blij mee zijn dat Otterspeer, die zo’n door ieder geroemde biografie schreef over die merkwaardige man in de filosofie die Bolland was, eigenlijk niets over diens Spinoza-connectie schreef? Je vraagt je af hoe die vreemde snoeshaan die biograaf zó kon fascineren dat hij er zoveel van zijn tijd en kunde in investeerde om die biografie te schrijven. O, hij hield voldoende afstand tot zijn onderwerp: hoe vaak benadrukt hij niet diens autodidactisme en dan is er zijn altijd wat ironische en meewarige toon over die rare snuiter die zijn onderwerp was. Opdat hij maar niet beticht zou kunnen worden van sympathie, laat staan vereenzelviging?

Lees verder...

Gisteren reed ik op de Spinozaweg

Ik moest bij mijn dochter zijn die een mooie gerenoveerde bovenwoning in de mooiste wijk van Utrecht, Lombok, aan het inrichten is. Ik had uitgezocht langs welke route ik het beste met de auto bij haar kon komen en dat bleek via de Spinozaweg te zijn. Dat valt een Spinozaliefhebber uiteraard op en ja, hij herinnert zich dat Spinoza ooit ook even in Utrecht was. Maar het meest opvallende eraan vond ik wel dat je via de Lessinglaan op de Spinozaweg kwam! Kijk, dát maakte mij blij: die naamgeving zal niet toevallig zo gedaan zijn. Daar moet iemand verantwoordelijk voor geweest zijn met kennis van de ideeëngeschiedenis. Het was immers door Lessing, van wie Jacobi na zijn dood verklapte dat hij Spinozist geworden was, waardoor Spinoza als het ware na een eeuw verborgenheid weer ontdooid werd en zo ongeveer 'iedereen' over hem en zijn filosofie een mening wilde hebben. Waardoor er een markt kwam voor de uitgave door Paulus van de eerste verzamelde werken van Spinoza en zo verder. Inderdaad, via Lessing tot Spinoza. Op die gedachte kunnen komen wie met kennis van zaken door Utrecht rijden. En links op de kaart of ten westen van de Spinozaweg bevind zich het Spinozaplantsoen. De naamgever heeft Spinoza met méér geëerd.

Vertaling van belangwekkend 'spinozeando'-werk

Onder deze titel (verwijzend naar dit blog) laat Wim Klever mij met het doorsturen van dit berichtje hiernaast uit de NRC het volgende weten:

Israel: "But what has been less noticed but is arguable still more important is the close affinity of his (Mandeville's) political and moral philosophy to that of Spinoza, with whose work, though he never cites it, there is every reason to infer he was intimately acquainted" (Radical Enlightenment, p. 624).

Klever, die in MANDEVILLE (1670-1733). CYNISCH ESSAYIST OP BASIS VAN SPINOZA's ETHICA (2010) 10 A4 pp wijdt aan de analyse van FREE THOUGHTS: "De FREE THOUGHTS sporen perfect met de TTP, die men niet anders kan lezen dan als politieke definitie van christendom of godsdienst" (p. 54).

In eerdere correspondentie met Arne C. Jansen heb ik [Klever] niet kunnen bemerken dat hij ook maar enigermate gevoelig is voor Israel's en mijn oordeel over Mandeville's schatplichtigheid aan Spinoza. 

                                                    * * *

Blog van 26 jan. 2010 over Klevers Mandeville-tekst.

Blog van 8 febr. 2010 met mijn bespreking ervan.

Website van Arne C. Jansen

Jaarverslag 2012 spinoza.blogse.nl

Afgelopen jaren heb ik er een gewoonte van gemaakt aan het begin van het jaar even terug te blikken en een verslag op te stellen van het afgelopen jaar.

Gedurende de laatste vier dagen van het jaar bekeken gemiddeld 565 (unieke) bezoekers op dit blog bij elkaar gemiddeld 1066 pagina’s. Ik neem daarvan één voorbeeld:

Het volgende tabelletje laat een gestage groei in belangstellenden zien over de voorbije jaren

Het aantal bezoekers van dit blog

Einde jaar 2009 2010 2011 2012
Aantal bezoekers ±100 243 342 565
Aantal pagina’s ±200 464 653 1066

Het aantal blogs

Jaar 2008 2009 2010 2011 2012
Aantal blogs 260 486 593 687 750
Hoe dat mogelijk is begrijp ik ook niet, want ik strééf er niet bewust naar, maar tot heden laat elk jaar een groei zien van het aantal blogs. Ik blijf op dit punt flink actief.

In 2012 kwamen er gemiddeld 2,05 blogs per dag (In 2011 was dit 1,9 blogs/dg; in 2010 1,6 en in 2009 1,3 per dag).

Lees verder...

Spinoza in grote geschiedenis van de Bijbelinterpretatie

Een mailtje van Ferdie Fluitsma attendeerde mij op een groot project bij Vandenhoeck & Ruprecht, waarmee men al geruime tijd bezig is: Magne Sæbø (Hg.), Hebrew Bible / Old Testament: The History of Its Interpretation

Waar gaat het om? Die kritische Darstellung der ganzen Rezeptions-, Auslegungs- und Forschungsgeschichte der Hebräischen Bibel / des Alten Testaments und zwar auf jüdischer wie auf christlicher Seite, unter katholischen wie unter protestantischen Theologen und Forschern.  

Het eerste deel kwam uit in 1996 (From the Beginnings to the Middle Ages [Until 1300]).

In 2008 verscheen het tweede deel (From the Renaissance to the Enlightenment). Dit jaar zal het derde deel verschijnen, althans de eerste band ervan: Magne Sæbø (Hrg.), Hebrew Bible / Old Testament. III: From Modernism to Post-Modernism. Part I: The Nineteenth Century - a Century of Modernism and Historicism. Vandenhoeck & Ruprecht, 2013

Daarin komt ook - weer - Spinoza aan de orde in het kader van: de opkomst van een onafhankelijke kijk op de geschiedenis van Israël.

Lees verder...

Spinoza in Oxford Studies in Early Modern Philosophy

Oxford Studies in Early Modern Philosophy Volume VIBij de Franse Spinoza-vereniging, de AAS, heeft iemand even bij elkaar gezocht, welke artikelen over Spinoza handelen in de reeks Oxford Studies in Early Modern Philosophy. Wel handig om dit overzocht hier over te nemen. Niet dat perticulieren deze boeken in de kast zullen hebben staan, maar het kan handig zijn te weten of het nuttig is zo'n uitgave bij een instituutsbibliotheek op te vragen.
Ik heb er de verschijningsdata bij vermeld.

Lees verder...

Arthur Liebert (1878 – 1946) schreef een Spinoza-Brevier

Een jaar geleden schreef ik enige blogs [1, 2, 3] over – wat ik noemde – “Het Spinoza-brevier van Carl Gebhardt”, d.w.z. over zijn Spinoza, Von den festen und ewigen Dingen [Uebertragen und eingeleitet von Carl Gebhardt. Carl Winter, Heidelberg, 1925]. “Op de eerste pagina van het "Nachbericht" ervan verwees Gebhardt naar een eerdere – niet gelukte – poging tot zo’n Spinoza-brevier (door wie? Dat horen we niet. Het boekje heeft in het geheel geen verwijzingen), een poging dus om een uittreksel van de essentiële teksten te brengen.” Welnu, zojuist ontdekte ik op welk boek Gebhardt moet hebben gedoeld, het Spinoza-Brevier. Zusammengestellt und mit einer Einleitung herausgegeben von Dr. Arthur Liebert. Het kende drie oplagen.
1. Auflage, 190 S., Berlin 1912.
2. Auflage, XXXIV und 190 S., Verlag von Felix Meiner, Leipzig 1918. 
3. Auflage, XXXVI und 190 S., Leipzig 1933. 

    

 

 

  

   

En  apart:
Spinoza in den Grundzügen seines Systems. Einleitung zur 3. Auflage des Spinoza-Breviers. 36 S., Leipzig 1933.

De 2. Auflage (1918) staat bij archive.org gedigitaliseerd.  

 

Lees verder...

Spinozeando

Omdat ik het zo'n mysterieus woord vind (noch translate.google, noch Microsoft Translator bieden een vertaling), geef ik hier de link naar een korte bespreking door Ángeles López in La Razón van het in het Spaans vertaalde boek van John Berger: «Cuaderno de bento».

Google geeft de term driemaal in blogs uit 2008, 2008 en 2010, maar dat betrof Portugees en in 2008 Spaans. Spinozeando lijkt een typisch bloggersverzinwoord dat - zo leid ik af - iets moet betekenen als "op z'n Spinoza's" of "à la Spinoza".

Het stukje van Ángeles López wordt flink rondgetwitterd, dus zal spinozeando straks ook aldaar wel meer ingeburgerd raken.

Spinoza-twitteraars

Een half jaar geleden, op 5 juni 2012, had ik een blog, waarin ik wees op enige twitteraars (ook: tweeps) die met Spinoza bezig waren of die, hoewel minder eigenlijk, Spinoza in hun naam vermeldden. (Wim Klever begon twee maanden daarna, op 8 augustus met zijn tweets). Ik ging weer eens kijken hoe het daar nu mee stond.

twitter.com/BenedictSpinoza levert Spinoza Quotes; begon daarmee op 29 oktober 2011 en is de actiefste.
Aanvankelijk was de header een afbeelding van Spinoza die ik op internet had gebracht, maar die is inmiddels vervangen door deze links.

Had op 30 dec. 2012 om 18:00 uur 1091 tweets en 722 volgers en drie dagen verder, vandaag, 2 jan 2013 om 10:00 al 1105 quotes en alweer 730 volgers. Hij of zij loopt hard - lijkt iemand die de quotes niet eenvoudig van andere verzamelingen op internet plukt, maar rechtstreeks uit teksten van Spinoza opdiept. 

Opmerkelijk is wel: alleen als het citaat uit de Ethica komt, geeft de tweep (hij of zij) de vindplaats. Maar naar de TP, TTP, TIE en KV wordt alleen met deze afkortingen verwezen en geen hoofdstuk en paragraaf/alinea-nummer meegegeven. Dat is toch een minpuntje.

twitter.com/SpinozaBaruch is een Spaanse tweep die begon op 9 oktober 2009 - doet het kalmer aan: heeft pas 91 tweets, maar wel 2433 volgers! Heeft een heel andere doelstelling: niet om Spinoza-citaten te brengen, maar om onder de naam van Spinoza af en toe zich in een of andere filosofische discussie te mengen, resp. ‘iets filosofisch’ te zeggen. 

twitter.com/WimKlever  begon op 8 augustus 2012 – heeft 151 tweets en 21 volgers

SpinozaSpinoza, Leeuwardentwitter.com/spinozait & twitter.com/EetcafeSpinoza

tellen verder niet mee, gebruiken alleen maar Spinoza's naam en plaatje

Lees verder...

IJsbrand van Hamelsveld (1743 – 1812) Spinoza in zijn "Geschiedenis der Joden"

Spinoza in de Nederlands-joodse historiografie #4

          Is vrijheid slechts een list? om menschen te bedriegen?
          Is zij een net waarmee bedrog onnoz'len vangt?
          Een strik voor 't onwijs volk, waarin 't zich zelve verhangt?
          Een fuik voor heerschzugt? en een spinneweb voor vliegen?

Dit schreef Ysbrand van Hamelsveld - ‘uwen lotgenoot’ - in het vriendschapsalbum van Lambert van Eck in het voorjaar van 1798.

IJsbrand van Hamelsveld (1743 – 1812)Dit blog hoort eigenlijk niet echt in deze reeks thuis, want zijn Geschiedenis der Joden is niet uit joodse, maar uit gereformeerd christelijke handen. Net als internationaal de eerste joodse geschiedenis van de moderne tijd geschreven is door een Hugenoot en protestantse dominee en historicus Jacob Christian Basnage (1653- 1723), waarbij Van Hamelsveld zich aansloot. Maar in de joodse historiografie worden ook Basnage en Van Hamelsveld besproken.

Lees verder...

Wereldpremière musical "Maria Nuñez, asielzoekster in onze Gouden Eeuw" op 21 febr. 2013

Welke Spinozafan heeft niet ook gelezen over het toch enigszins mysterieuze levensverhaal van Maria Nuñez? De mooie schone die deel uitmaakte van de eerste stroom Portugese vluchtelingen die eind 16e eeuw naar Amsterdam kwamen?

Op 21 februari 2013 zal de wereldpremière plaats vinden van de musical “Maria Nuñez, asielzoekster in onze Gouden Eeuw” in de Synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente van Amsterdam. Daarna gaat de musical naar Amersfoort, Bilthoven, Arnhem, Groningen, Baarn en Amstelveen. Zie www.marianunez.nl/

Frans Lavell, creative director van het Muziektheater Maria Nunez en schrijver van het stuk, publiceerde vandaag op historici.net een uitvoerig essay over zijn fascinatie: "Maria Nuñez, asielzoekster in onze Gouden Eeuw." Hij raakte in haar leven geïnteresseerd n.a.v. het boekje dat hij ooit op een markt in Parijs vond: Henry Méchoulan, Être Juif à Amsterdam au temps de Spinoza, [Paris, Albin Michel, «Présences du judaïsme», 1991].

In dat historici-stuk loopt hij alle mythes die over haar de ronde deden na. En uit die mythes ontstond dus deze musical.

Lees verder...

Boek op komst over "Obama’s Spinozian vision"

Er was in Amerika nogal wat te doen over het feit dat Barak Obama in speeches vaak stelde dat het nationale motto van de VS was 'E pluribus unum' [uit velen één] – een progressieve uitspraak waarin vooral Democraten zich vinden. Daarin werd hij aangevallen vooral door conservatieve Republikeinen die meenden dat het motto was “In God We Trust”, voor weer anderen was dat “Liberty”. Een jaar geleden nam het Congres zelfs met 396-9 een motie aan, voorgesteld door de republikein Randy Forbes, waarin bevestigd werd dat dé Amerikaanse leuze was “In God We Trust” – díe moest op scholen en overheidsgebouwen aangebracht worden, en niet 'E pluribus unum’, zoals in het bezoekerscentrum bij het Capitool in steen is gebeiteld. Obama vond dat maar geneuzel. Hoe dan ook, Obama werd gevraagd om in toespraken vaker de naam van God in de mond te nemen (wat hij daarna meen ik ook wel is gaan doen). In mei van dit nieuwe jaar gaat een boek verschijnen dat nog eens aan dit motto refereert:

Ruth O'Brien, Out of Many, One. Obama and the Third American Political Tradition. University of Chicago Press, 2013

Die "derde politieke traditie" zou teruggrijpen op Spinoza! Lees verder...

Jonathan Dutton op de Spinoza Wissel Leerstoel 2013

DuttonGisteren verscheen in The Herald Sun het bericht dat Jonathan Dutton, professor of ophthalmology (de tak van de geneeskunde die de anatomie, fysiologie en ziekten van het oog  bestudeert), gevraagd is voor de “Spinoza Chair Visiting Professorship” aan de Universiteit van Amsterdam voor 2013.
Het duurt meestal een tijd voor zoiets in Nederland bekend gemaakt wordt, dus dan is dat hier alvast gemeld.