Manuscripta & Spinoza

ManuscriptaOp de beurs Manuscripta in Amsterdam presenteren Nederlandse uitgevers zaterdag (en zondag) de uitgaven die ze in het najaar op de markt brengen. Manuscripta is dit jaar voor het eerst op zaterdag voor publiek toegankelijk. Rudy Ligtenberg geeft vandaag op de website van het Reformatorisch Dagblad een selectie uit de "Nieuwe boeken najaar 2012". Daaruit maak ik voor dit blog een kleine selectie:

Lees verder...

Judith Butler onder vuur - vroeg als teener al naar de juistheid van Spinoza's ban

Judith Butler. Foto: Andrew Rusk op FlickrDe joodse filosofe Judith Butler (1956) doceert aan de Berkeley University (USA) retorica en vergelijkende literatuurwetenschappen. Zij werd vooral door haar boek Gender Trouble (1990) ook buiten de universitaire wereld bekend vanwege haar ‘gender deconstructie’. Op 12 september 2012 zal haar, zo werd vorige week bekend gemaakt, in Frankfurt de Theodor-W.-Adorno-Preis verleend worden en op 15 september zal ze deelnemen aan een podiumdiscussie in het Jüdisches Museum in Berlin. En ‘dus’ is er weer een rel, want de Zentralrat der Juden bevalt dat alles in het geheel niet. Die werpt haar voor de voeten dat zij Israël zou haten en antisemiet zou zijn.  

Judith Butler lijkt wel een hedendaagse Sartre die tijdens een teach-in aan de UC Berkeley in 2006 over de vraag naar de relatie tussen ‘links’ en de terreurgroepen Hamas en Hezbollah, gezegd zou hebben: “I think, yes, understanding Hamas/Hezbollah as social movements that are progressive that are on the left; that are part of a global left is extremely important.”

Gisteren verdedigde zij zich in de Zeit-online.

Lees verder...

Vanavond live-stream: bashing the Bible?

Anthony GraftonVanavond, 31 augustus vanaf van 19.45 tot 22.00 uur, zal de website www.historici.nl de lezingen live streamen die de Princeton-professoren, Anthony Grafton en Jonathan Israel, bij de KNAW in Amsterdam zullen houden over: Spinoza's critique of God's word: bashing the Bible?

[zie eventueel eerder blog van 22 augustus over deze bijeenkomst]

Of zie desgewenst hieronder:

Lees verder...

Spinoza en Sartre waren het eens over de dood

Drie dagen geleden schreef ik het blog “Jean-Paul Sartre (1905 – 1980) wilde tegelijk Spinoza én Stendhal zijn?” Ik gaf aan dat dat niet meer was dan een uiting om aan te geven dat Sartre het filosoof zijn met het schrijver zijn wilde integreren. Ik was toen bezig met het herlezen van de fascinerende biografie over Sartre die Anne Cohen-Solal in 1985 publiceerde.

Ik las de eerste druk die in 1985 bij Van Gennep was uitgekomen en behoorlijk opviel. Enige jaren geleden schafte ik me opnieuw een exemplaar aan, nu van de tiende druk bij Meulenhoff (2005) die in de ramsj werd gedaan. Nu pas, mede met het oog op dat blog, kwam ik er toe het turfje weer eens te lezen, hetgeen op twee manieren een herbeleven was: het herinneren van die tijd, vijfentwintig jaar geleden, toen ik dat boek voor het eerst las, maar méér nog de herinnering aan een periode van nog eens tussen zo’n dertig à twintig jaar dáárvoor, waarin ik allerlei werk van Sartre dat in het boek wordt besproken, gelezen had. Ik moet mij in die tijd wel een poosje een beetje een soort Sartreaan (en De Beauvoiriaan) hebben gevoeld.

Verdere aanleiding tot nog eens maken van vergelijkingen tussen Sartre en Spinoza zie ik niet; dat is in dat vorige blog kort, maar voldoende gebeurd. Voor dit blog wil ik volstaan met één punt van overeenkomst die ik aantrof in de laatste zinnen van Cohen-Solal’s biografie die ik zojuist uitlas:

Lees verder...

Het Spinozahuis aan de Paviljoensgracht

In het 5e en laatste nummer van Chronicon Spinozanum verscheen een oproep die ten doel had om van het huis aan de Paviljoensgracht in Den Haag een herinneringsplaats te maken. Je kunt slechts zeggen dat het gelukt is het pand te bewaren. Maar een herinneringsplaats zoals de initiatiefnemers toen voor ogen stond (à la het Goethehuis in Weimar) is het niet. Dat is nu wel het tot permanent museum gerestaureerde Spinozahuis in Rijnsburg. Op de laatste ledenvergadering deelde het bestuur mee dat eraan gewerkt gaat worden om ook het Haagse huis toegankelijk te maken. Dus misschien komt het er ooit nog van – laten we hopen vóór 2027…

Hierna de tekst van de oproep in het Nederlands uit 1927 (er werden ook oproepen gedaan in het Engels, Frans en Duits): Lees verder...

God kan niet niet bestaan (en is een Persoon)

Ziedaar wat Emanuel Rutten meent bewezen te hebben.

Op donderdag 20 september a.s. zal aan de Vrije Universiteit Emanuel Rutten zijn proefschrift verdedigen, getiteld: A Critical Assessment of Contemporary Cosmological Arguments: Towards a Renewed Case for Theism.

Jeroen de Ridder en René van Woudenberg zijn de begeleiders van Ruttens promotieproject. Als kritisch meelezer is atheïst Herman Philipse opgetreden die het proefschrift inmiddels zijn fiat gaf.

Rutten baarde vorig jaar opzien met een kennelijk als nogal ingenieus ervaren argument (“modaal-epistemisch argument”) dat hij bedacht voor de conclusie dat het onmogelijk is dat God niet bestaat.

Hij gaat uit van twee premissen. Eerst een algemeen principe dat zegt dat als het onmogelijk is voor wie dan ook om te weten dat een uitspraak waar is, die uitspraak onwaar moet zijn (of anders gezegd: wat mogelijk waar is, is ook kenbaar). Ten tweede dat het onmogelijk is om te weten dat God niet bestaat. Uit die twee premissen stelt hij logisch sluitend af te leiden dat God bestaat.

Lees verder...

Het boek dat almaar op zich laat wachten...

In tegenstelling tot het boek van het vorige blog dat ontstond uit een conferentie die in mei 2010 aan de Johns Hopkins University werd gehouden en al in september 2012 uitkomt, doen sommige boeken erg lang over hun verschijnen.

Ruim vier jaar geleden, in een e-mail van 3 juli 2008, hoorde ik van Kevin (van wie ik toen nog niet wist dat hij voluit Kevin Von Duuglas-Ittu heette - zie dit blog) dat Michael Della Rocca door de Oxford University Press gevraagd was om de redactie te voeren van een, zoals hij het toen noemde, Oxford Companion to Spinoza. Eric Schliesser met wie hij contact had gehad zou een bijdrage leveren over "Spinoza and the Philosophy of Science." Later bleek dat het boek de Oxford Handbook of Spinoza zou gaan heten.

In januari 2011 ging ik eens rondsnuffelen en het bleek dat ik al bijna in staat was de inhoudsopgave van dat boek op te stellen, want allerlei bijdragers noemden de titel van hun bijdrage op hun websites [zie blog van 19 januari 2011].

Af en toe ga ik eens kijken of dat boek er al aankomt, maar er is bij OUP nog geen spoor van te bekennen. Lijkt me nogal frustrerend voor al diegenen die gevraagd zijn en keurig op tijd hun stukje hebben ingeleverd.

Lees verder...

Op komst: "Spinoza and German Idealism"

Al eerder kondigde ik in een blog van 16 mei 2012 de komst aan van dit boek, maar inmiddels is er meer over bekend en het schijnt ook wat eerder gereed te komen (september 2012)

Eckart Förster and Yitzhak Melamed (eds.), Spinoza and German Idealism. Cambridge University Press, 2012 - ISBN 9781107021983

"There can be little doubt that without Spinoza, German Idealism would have been just as impossible as it would have been without Kant. Yet the precise nature of Spinoza's influence on the German Idealists has hardly been studied in detail. This volume of essays by leading scholars sheds light on how the appropriation of Spinoza by Fichte, Schelling and Hegel grew out of the reception of his philosophy by, among others, Lessing, Mendelssohn, Jacobi, Herder, Goethe, Schleiermacher, Maimon and, of course, Kant. The volume thus not only illuminates the history of Spinoza's thought, but also initiates a genuine philosophical dialogue between the ideas of Spinoza and those of the German Idealists. The issues at stake – the value of humanity; the possibility and importance of self-negation; the nature and value of reason and imagination; human freedom; teleology; intuitive knowledge; the nature of God – remain of the highest philosophical importance today."

Met bijdragen van: Michael Della Rocca, Omri Boehm, Karl Ameriks, Michael Forster, Eckart Förster, Allen Wood, Johannes Haag, Dalia Nassar, Michael Vater, Yitzhak Y. Melamed, Dean Moyar, Gunnar Hinricks, Fred Beiser, Don Garrett.

Lees verder...

Nogmaals ter herinnering: a.s. zondag excursie "In de voetsporen van Spinoza"

Graag herinner ik nog even aan de zomerexcursies die Jossie Efrat organiseert. Uit een bericht dat ik onlangs ontving, blijkt dat Jossie nóg een excursiedag aan de reeks heeft toegevoegd.

Er volgen er nu dus nog twee: een a.s. zondag 2 september en een op zondag 23 september 2012. Er zal dan worden gelopen op de plaatsen waar Spinoza ook verbleef in Amsterdam, Ouderkerk a/d Amstel, Rijnsburg, (Voorburg niet) en Den Haag. Zie voor meer informatie dit blog.

  
Herdenkingsmonument voor Spinoza achter de Nieuwe Kerk in Den Haag.

Let op: iets gewijzigd
Kosten
; € 19.50.  p.p. incl. een mapje met kopiën van 15 relevante oude plaatjes. Dit is excl. entreegeld bij de Portugese synagoge, (€ 12.-, gratis voor houders van Museumjaarkaart) en entreegeld voor het Spinozahuis in Rijnsburg (€ 3.50, gratis voor leden van de Spinoza Vereniging).

Restauratie onthult: moord gebroeders De Witt nóg gruwelijker afgebeeld

Als Spinoza dit met eigen ogen had gezien, had hij er misschien wel 'Ultimi barbarissimorum' of iets dergelijks van gemaakt. Na restauratie van het schilderij dat de zeventiende-eeuwse schilder Pieter Frits maakte van de moord op 20 augustus 1672 op de gebroeders De Witt, blijkt dat een allergruwelijkst gedeelte in de 19e eeuw is overgeschilderd met een kanon.

Op die manier werden de daar afgebeelde dode lichamen van de broers, waarvan omstanders vingers, tenen en tong afsneden, weggewerkt. We kenden dit uit de verhalen. Nu blijkt het ook in beeld te zijn gebracht.
De overgeschilderde (verbeelde) ware werkelijkheid is nu weer te zien. Vanaf vandaag, dinsdag 28 augustus tot en met zondag 16 september is in Museum de Gevangenpoort in Den Haag dit schilderij de Moord op de gebroeders De Witt van de hand van de 17de-eeuwse schilder Pieter Frits te zien. Het schilderij is in bezit van het Haags Historisch Museum

Lees verder...

Roman over de lotgevallen van de familie Spinoza

Hopelijk is er ook een Nederlandse uitgever geïnteresseerd in het volgende werk, want ik zou dit boek dat dit jaar in Noorwegen is uitgekomen, best willen lezen. Met behulp van de vertaalmodules van Google en Bing heb ik de Noorse informatie enigszins kunnen lezen (Google hielp me daarbij het beste, Bing kon niet uit de voeten met 'udødelighetens, wat volgens Google 'onsterfelijkheid' betekent).

Gabi Gleichmann, 'Udødelighetens elixir' [Onsterfelijkheids elixer]. Aschehoug, 2012 - 650 pagina's

 

De kinderloze Ari Spinoza is stervende in Oslo in 1999. Als hij sterft, zal het geslacht Spinoza uit de geschiedenis verdwijnen. Alleen via de verhalen zal het voortleven. Daarom heeft Ari besloten de familieverhalen die hij als kleine jongen in Boedapest  door zijn oom Fernando hoorde vertellen, op te schrijven.

Het verhaal begint in Lissabon in de 12e eeuw, slingert zich verder door de eeuwen heen door Europa  – het lot en het mysterie van de belevenissen van de familie komen tot leven in Aris’ schrift.

De zonen van de joodse Spinoza-familie bezaten het geheim van het onsterfelijkheids elixer door de generaties heen. Zo leefden ze een waardig leven, een plotselinge dood en een oneindig grote neus.  

"Onsterfelijkheid elixir" is een roman die bruist van de kennis van de Europese en de joodse geschiedenis en cultuur. Hier verhalen over het slechtste en het beste dat de mens heeft weten te produceren. We ontmoeten de 350-jaar-oude wandelende jood Salman de Espinosa, Voltaire die de 17-jarige Shoshana niet kan weerstaan, Hitler en Stalin midden in een schaakspel, om een paar mensen te noemen.

Alles en iedereen is in contact met alles en iedereen in deze epische kroniek. Wat de waarheid betreft is het - zoals Oom Fernando placht te zeggen – zo dat er nooit zoiets als een enkele waarheid heeft bestaan. Er zijn vele waarheden die in elkaar grijpen en elkaar uit dagen.

Lees verder...

Jean-Paul Sartre (1905 – 1980) wilde tegelijk Spinoza én Stendhal zijn?

Dit is zo’n mythe die een eigen leven is gaan leiden. Een erudiete polymath als George Steiner, wiens laatste boek in het Duits vertaald is als Gedanken dichten [Suhrkamp, Berlin, 2011; zie ook dit blog] geeft dit door en vindt zelfs dat Sartre erin geslaagd is. Maar wat bedoelt hij dan? Toch niet meer dan dat Sartre zowel filosoof als literator was? Maar wat heeft dat met Spinoza te maken?

Een groter verschil tussen twee filosofen is nauwelijks denkbaar. Sartre die niets van noodzakelijkheid wilde weten en vooral de contingentie benadrukte (behalve dan als het hem uitkwam Simone de Beauvoir aan zich te binden, dan kwam hem het onderscheid te pas tussen “noodzakelijke liefde” (voor haar) en “contingente liefdes” (met andere vrouwen). Sartre die alle accent gaf aan vrijheid in de zin van kiezen, uiting geven aan authenticiteit en vrije wil. Sartre die niets van “essentialisme” moest hebben en zelfs de verhouding essentie existentie omdraaide: eerst bestond je en vervolgens bepaalde je zelf de essentie van wie je wilde zijn (vandaar existentialisme). En zo zijn er wel meer verschillen. Voor Sartre was kennis bijvoorbeeld meer een middel tot maken en toe-eigening van de (je) wereld, dan van begrijpen. In L'existentialisme est un humanisme (1945) benadrukte hij de wenselijkheid van het uitgaan van de mens en verzette hij zich uitdrukkelijk tegen het opzetten van een filosofie vanuit God, “een zijnde dat absoluut oneindig is en bestaat uit een oneindigheid aan attributen”… als dat geen zich afzetten tegen Spinoza is!

Maar waarom wilde Sartre dan Spinoza (en tegelijk Stendhal) zijn?

Lees verder...

Dick DeShaw's Spinozablog & Graphic Essay on Spinoza

Al eerder was ik het blog van Dick DeShaw tegengekomen (ik meen zelfs dat ik er al eens naar verwezen heb, maar kan niet vinden in welk blog dat dan was; dus misschien vergis ik me hier wel in).  

Dick DeShawHoe dan ook, Dick DeShaw begon in maart 2008 een blog, Spinoza on Science and Stress [klik op z'n foto], waarin hij laat zien hoe hij na zijn studies (en doctoral dissertation in Social & Political Thought) 18 jaar gevangenbewaarder werd en daarna aan een post trauma stress disorder leed, de ‘Mind Battles’ waarvan hij overwon met behulp van de bestudering van Spinoza!

Twee maanden geleden bracht hij een fascinerend Graphic Essay on Spinoza: Bud the Brain Explores Existence [PDF van 7,39 Mb, 323 pp] - daarbinnen ook een autobiografisch verhaal over zijn ontdekking van Spinoza. Daarin brengt hij zijn begrip van Spinoza tezamen met een soort aanpassing aan de moderne natuurkunde. Allerlei onderwerpen die in de reacties op dit Spinozablog soms aan de orde zijn, komen ook in dit verhaal langs.

Ik heb er alleen nog wat in gebladerd, wilt het nog eens doornemen als ik het naar m'n tablet overgebracht krijg (wat me nu niet lukt). Maar ik wilde intussen alvast op deze site en dit boeiend lijkende Graphic Essay wijzen. Wat me vooral zo indringend en heftig overkomt is de urgente noodzaak die voor DeShaw de Spinoza-studie is. Dit is geen intellectualisme of theoretisch spelletje - hier gaat het om existentiële overlevingsdrang!

Lees verder...

Bart Tromp (1944 - 2007) over "Spinoza: de woeste denker"

Deze te jong overleden socioloog, politicoloog en PvdA-ideoloog schreef in 1997 in Socialisme & Democratie ook een stuk “Spinoza: de woeste denker.” Onder auspiciën van de Bart Tromp Stichting werd in 2009 een selectie uit Tromps werk uitgegeven:

Bart Tromp, Geschriften van een intellectuele glazenwasser. De draagbare Tromp (Bert Bakker, 2009). Het ging om deels niet eerder gepubliceerde essays en artikelen van de erudiete schrijver en strijdbare columnist over: politieke denkers en ideologieën, processen van staatsvorming, de internationale politiek in verleden en heden, democratie en socialisme, de functies van politieke partijen, en vragen van kunst en cultuur.

Daarin ook dat stuk over Spinoza, waarvan ik nu ontdek dat het, net als het hele boek en vele stukken, op de website van de Bart Tromp Stichting te lezen staat.

[Eerste alinea] “Ik geloof niet dat er ooit - uitgezonderd Immanuel Kant - een filosoof heeft geleefd die zowel vanwege zijn denken als zijn leven zo'n respect afdwingt als Spinoza. Dat is evenzeer toe te schrijven aan zijn even indrukwekkende als soms raadselachtige filosofie, als aan de wijze waarop hij daarnaar leefde.”

[Laatste alinea] “Spinoza's Theologisch-politiek traktaat is zonder meer een wonder van denken en beschaving. Maar het is geen klassiek werk dat kan worden opgesloten in zijn historische context, evenmin als dat geldt voor De politieke verhandeling. Het zijn in hun thesen over recht en macht, vrijheid, pluralisme en democratie even verontrustende als actuele en inspirerende geschriften.”

Het is een samenhangende bespreking van een vijftal toen recent verschenen boeken van en over Spinoza. Lees hoe hij Wim Klever  gelijk en ongelijk geeft - het lijkt dit blog wel... [Zie hier]

Waarom deze wereld? Geen Spinozistische vraag!

Dit blog schrijf ik naar aanleiding van het blog over mijn ontdekking begin deze maand van de Braziliaanse schrijfster en de titel van de biografie over haar: Why this World? [Benjamin Moser, Why This World: A Biography of Clarice Lispector. Oxford University Press, 2009 – zie dit blog].

En ook naar aanleiding van het boek van Jim Holt, Why does the World exist? dat ik al in een eerder blog signaleerde. Deze en andere brengen mij ertoe om eens over deze even beroemde als onmogelijke vraag te schrijven.

De vraag Waarom deze wereld? of: Why Is There Anything? gaat uiteindelijk terug op deze: Waarom is er iets en niet veeleer niets? Dit is typisch zo’n vraag die alleen maar gesteld kan worden door iemand die als (in een persoonlijke God) gelovige het antwoord al ‘weet’. Vragen naar ‘waarom’ is vragen naar een reden, naar een motief, naar een wil, naar waarom deze wereld er een uit vele ‘mogelijke andere werelden’ is.  Lees verder...

Eva Gentile bezocht Spinozahuis en bracht brief van onderduikster Selma de Vries

Gisteren verscheen een verhaal op internet getiteld “Seeking Spinoza”. Het begon aardig, maar het stukje werd daarna wat ingewikkeld daar het vele verhalen tegelijk wilde vertellen. Het begon zo: “Pinehurst resident Eva Gentile picked up her pen and signed her way into history. In May, in Rijnsburg, Holland, Gentile added her name to the registry of the Spinoza house (Spinozahuis) — a registry signed by Albert Einstein, author Irvin D. Yalom and Gentile’s good friend Selma de Vries. This book is well over 100 years old and very dear to Gentile’s family’s history.”

 

                Courtesy/Eva Gentile

Ze lijkt dus volgens dat verhaal nog in het oude, inmiddels volle en gesloten gastenboek getekend te hebben, maar als ik dit fotootje van de gebeurtenis zie, dan tekende ze het nieuwe gastenboek.
Daarna volgen door elkaar verhalen over het boek van Irvin D. Yalom en over Selma de Vries die tijdens de oorlog twee jaar ondergedoken heeft gezeten in het Spinozahuis.

De uit Nederland afkomstige Amerikaanse Eva Gentile had een brief bij zich die Selma de Vries ooit aan haar (Eva’s) grootvader Dr. Paul Kappelmeier geschreven had. We lezen dan: “Gentile’s grandfather, Dr. Paul Kappelmeier, hid his secretary, de Vries and her mother in the Spinoza house in Rijnsburg. The letter describes the stay and their fear [..]. Gentile’s letter shows that Kappelmeier then hid two women in the attic of the house. A couple, the Van Egmonds, were living in the house. Kappelmeier convinced the wary couple to hide the women.”
“Much persuasion was needed because at first they thought it was going to be a man, but it turned out to be a woman, and a Jew, on top of that!”

Toen Eva Gentile die brief bij haar grootmoeder aantrof, nam ze hem mee. “I’ve always had it, but didn’t know how it related,” says Gentile. She took the letter with her to her native Netherlands and gave it to the secretary of the Spinoza Society. Nu zocht ze de handtekening van Selma de Vries, waarover ze in Yalom’s boek gelezen had, en ja die stond in het boek – van enige jaren na de oorlog.

Verder gaat het in het stuk ook nog over dat boek van Yalom, maar dat laat ik hier verder weg.
Zie hier die pagina d
ie gisteren op internet werd geplaatst.

Dr. Willem Meijer legt in 1917 de TTP uit aan Dr. Hermann Cohen

In de 11e jaargang van het Tijdschrift voor Wijsbegeerte (1917) verscheen een artikel van de Spinozakenner en -vertaler dr. Willem Meijer, OVER DE BETEEKENIS EN DE WAARDE VAN HET GODGELEERD-STAATKUNDIG VERTOOG VAN B. DESPINOZA, dat om meerdere reden m.i. nog interessant is om te lezen.

Om te beginnen is het uiteraard sowieso interessant de TTP te horen uitleggen door iemand die deze door en door kent.
Maar ook vanwege het tijdsbeeld dat meegegeven wordt. Het belangrijkste blijkt wel dat het een soort van apologie is tegen Hermann Cohen van wiens hand twee jaar tevoren een fel anti-Spinoza artikel verschenen was.

Tussendoor is het aardig te zien op welke ontdekkingen Meijer zich beroemt en hoe hij van het belang van de Rozenkruisers overtuigd is. Dat was een eigenaardigheidje of soort van hobby van hem.

Ik heb het OCR-gescande artikel 'gefatsoeneerd' en heden als PDF op internet gebracht. De oorsponkelijke paginanummers staan erin tussen [ ].

N.b. op 12 januari 2015 het PDF verplaatst naar een veiliger omgeving.  

 

Grote run op 'Bashing the Bible' (althans op Anthony Grafton en Jonathan Israel)

Als je weet dat voor Spinoza de Bijbel een gewoon boek van mensen is, kun je dan een conferentie nog de titel geven: Spinoza's critique of God’s word? Nee, eigenlijk niet natuurlijk. Hoe kan Spinoza kritiek hebben op “Gods woord” als het volgens hem “Gods woord” niet is, noch ooit geweest is? Enfin… we begrijpen wat bedoeld wordt. 

Volgende week, van 30 aug. t/m 1 sept. wordt in Utrecht de conferentie gehouden: God's Word Questioned. Biblical Criticism and Scriptural Authority in the Dutch Golden Age [zie hier]

In dat kader, maar dan bij de KNAW, aan de Kloveniersburgwal in Amsterdam, worden op vrijdag 31 augustus 2012 van 19.45 uur – 22.00 uur twee lezingen gegeven door de Princeton-professoren Anthony Grafton en Jonathan Israel over: Spinoza's critique of God's word: bashing the Bible? [zie hier]

Er kwam zo’n run op, de belangstelling was zo groot dat het niet langer mogelijk is om je nog voor deze bijeenkomst aan te melden. Maar er is ook goed nieuws: Historici.nl gaat voor het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis de avond live streamen op www.historici.nl/  

Dus vrijdag 31 augustus a.s. vanaf 19.45 uur deze website bekijken.

[Met dank aan Anton Bossers die me van dit laatste op de hoogte stelde.]

De onzekere lotgevallen van een voortreffelijke BBC Radio-3 serie over Spinoza. Aanbevolen!

Op 29 december 2009 had ik het blog: Spinoza in komende BBC Radio 3 serie: 'Enlightenment Voices'. Series focusing on the work of 17th-century Dutch philosopher Baruch Spinoza.
BBC Radio 3 Spinoza. Reader: Bruce Alexander.

Deze serie, die bestond uit vijf uitzendingen van ca een kwartier, was niet achteraf nog eens te beluisteren of als podcast te downloaden (“Sorry, this programme is not available to listen again.”) Het zou wellicht met een rechtenkwestie te maken hebben. Op 4 juli 2010 melde ik: “gisteren heeft iemand deze serie in 7 video’s van telkens ca 10 minuten op YouTube gezet (waarbij telkens bij het afbreken wel enige woorden of zinnen verloren gingen). Ik neem aan dat dit een illegale actie is, die de BBC niet zal accepteren. Waarschijnlijk zal YouTube gevraagd worden de programma’s weer van de site te verwijderen. Maar voorlopig staat de reeks er nog (op=op).
Wie weet kan een bezoeker van dit weblog er zijn of haar voordeel mee doen, want de vijf radiolezingen zijn serieus opgezet en de moeite van het beluisteren zeker waard. Ik haal ze hier naar binnen en voeg er de informatie van de BBC-site aan toe."

En inderdaad, niet lang daarna werden de video’s van YouTube verwijderd - wegens auteursrechtelijke schendingen.

Maar zojuist, op 19 augustus 2012, heeft weer iemand (PurpleNautilus’s channel) de moeite genomen de vijf uitzendingen weer eens op YouTube te brengen. En ik breng hier – voor zolang het duurt – deze video’s maar weer eens een blog binnen. Voor de liefhebbers. Maar houdt er rekening mee dat ook deze wel weer gewist zullen worden. Maar hopelijk is er nu overeenstemming bereikt. Of misschien laat de BBC het er nu bij zitten... Lees verder...

Academische Boekengids nr 94: geen Spinoza

In een reactie van 10 mei 2012 schreef Michiel Wielema dat hij bezig was met een recensie voor de Academische Boekengids van drie boeken [van David Wertheim, Salvation through Spinoza (2011); Daniel Schwartz, The First Modern Jew. Spinoza and the History of an Image (2012); en Dirk Rupnow, Judenforschung im Dritten Reich. Wissenschaft zwischen Politik, Propaganda und Ideologie (2011)]. Ik hoopte dat deze in de september-aflevering zou verschijnen en ging af en toe eens kijken of die al verschenen was.

Vandaag zie ik ABG nr. 94, de september-aflevering, op internet staan, maar zonder Michiel Wielema. Jammer, nog even wachten dus (hoop uiteraard dat het wel doorgaat). Wel is er een artikel van Wiep van Bunge: “Over de toekomst van het Nederlands in de wetenschap” [zie hier]. Geen woord erin over Spinoza, waaraan je maar weer eens ziet dat Wiep van Bunge, als het er op aan komt, niet echt wat met Spinoza heeft. Iemand die wél een bijzondere band met Spinoza heeft, bij wie Spinoza méér is dan een van de figuren die je tegenkomt in je vakgebied (geschiedenis van de filosofie), zou toch altijd wel iets weten te verzinnen om ook de naam van Spinoza minstens even te laten vallen.

Ik geef enige voorbeelden van hoe dat had gekund. Uitvoerig spreekt hij over het Latijn, het Engels van de 17e eeuw, en daar had hij kunnen vertellen hoe Spinoza uitdrukkelijk Latijn leerde om in de wetenschapswereld mee te kunnen doen. Van Fichte citeert hij de opvatting dat écht ‘denken’ altijd denken in de moedertaal was. Daar had zo die uitspraak van Spinoza aangeplakt kunnen worden: "ik wenschte wel dat ik in de taal, waar mee ik op gebrocht ben, mocht schryven. ik sow mogelyk myn gedaghte beeter konnen uytdrukke," [Brief 19 aan Willem van Bleyenbergh]. QED.

Lees verder...

Ingezonden brief aan Trouw

Geachte redactie,

In de interessante serie over J.J. Rousseau schrijft Wilfred van de Poll gisteren, dat Allain de Bottom niet de eerste was die met het idee kwam dat religie ook voor de seculiere samenleving nodig is. En hij noemt dan Rousseau die in zijn “Het maatschappelijk verdrag” van 1762 een ‘publieke religie’ van zes geloofsartikelen nodig achtte als cement voor de samenleving. Maar ook Rousseau was niet de eerste. Bijna honderd jaar eerder schreef de beroemde Nederlandse filosoof Benedictus de Spinoza in het 14e hoofdstuk van zijn “Tractatus theologico-politicus” uit 1670 (“Theologisch-politieke verhandeling”) dat een algemeen te houden geloof van een zevental geloofsartikelen noodzakelijk was voor een goede samenleving. Er is inhoudelijk een flinke overlap tussen beide minimale dogma’s, dus misschien had Rousseau het idee wel van Spinoza.

Met vriendelijke groet,

Lees verder...

Willem G. van Maanen ( 1920-2012) - 'Een eilandje van pijn' – is niet meer

Willem G. van MaanenLange tijd was hij mijn lievelingsauteur, Willem G. van Maanen, maar liefdes gaan voorbij en nu is ook de schrijver, die 91 jaar werd, niet meer. Vanmorgen las ik in mijn dagblad zijn In Memoriam door Willem Jan Otten. Ik herkende er nauwelijks iets van mijn herinneringen in en daarom schrijf ik hier mijn eigen herdenking.

Van Maanen was bepaald geen best-seller-auteur. Hij stond vooral bekend als writer’s writer. Zijn taal was altijd uiterst verzorgd en z’n verhaalconstructie zat altijd vernuftig in elkaar – was soms wel een puzzel. Soms deed hij vele jaren over een volgend boek. Maar door zijn lange leven en doordat hij tot op hoge ouderdom bleef schrijven, schreef hij vanaf Droom is ’t leven (1953) een indrukwekkend oeuvre bij elkaar: grotere romans en kortere verhalen. Tot en met Vertelde tijd (1994) heb ik alles van hem gelezen: 16 boeken. Alle verhalen werden in 2003 nog eens gebundeld, maar in 2010 verscheen een bundel met de bescheiden titel Bagatellen – beide heb ik niet meer aangeschaft en al het werk dat ik van hem bezat heb ik samen met mijn bibliotheek zo’n tien jaar geleden afgestoten.

Lees verder...

'EVEN SHPINOZAH (Hebreeuws): 'de steen Spinoza' of 'de steen van Spinoza'?

Wie zich mijn blogs over Spinoza’s steenmetaforen herinnert (ik onderkende er drie, zie onderaan de links naar deze blogs), zal niet verbaasd zijn dat ik mijn oren spits, wanneer ik hoor (nou ja lees) over hoe Salomon Rubin (over wie ik vandaag een blog had) Spinoza als belangrijke denker voor het jodendom wilde terugwinnen. En zo kwam hij in zijn apologie voor Spinoza in 1856/57 tot deze zin:

De steen Spinoza
“Nu alle volken van de wereld zijn samengekomen om eer te brengen aan de steen Spinoza… nu is het ons geboorterecht hem in de Hebreeuwse literatuur te repatriëren.” *)

In een eindnoot hierbij schrijft Daniël Schwartz dat de steen Spinoza (‘even Shpinozah) waarschijnlijk een allusie is op de overbekende Bijbelse zinsnede: “de steen die de bouwers verworpen hebben is een hoeksteen geworden.” (Psalmen 118:22)

Dit is me nog eens een Spinoza-receptie: Spinoza als de hoeksteen van het jodendom!

               
Ontwerp voor Spinoza als hoeksteen (met gebruikmaking van het reliëfportret van Spinoza, gemaakt door de beroemde Amsterdamse beeldhouwer Lambertus Zijl.  

Lees verder...

Salomon Rubin (1823 – 1910) de eerste vertaler van de Ethica in het Hebreeuws

Ook: Salomo, Solomon, Shlomo. Was een verlichte joodse geleerde en Hebreeuwse schrijver in Galicië, maar bracht ook vele jaren door in Rusland, Oostenrijk en Italië. Hij werd geboren in een klein stadje Dolina in Oost-Galicië in een traditioneel joods gezin; hij ging naar een traditionele jeshiva, onderging een gearrangeerd huwelijk, verzette zich tegen het volgen van het pad der rabbijnen dat zijn ouders van hem verlangden; begon aan een carrière in het zakenleven, ontdekte intussen bestaande kritische perspectieven op Hebreeuwse teksten (zoals Ibn Ezra); in Lemberg studeerde hij aan een technische school boekhouden en Duits, Frans en latijn en las aldus vreemdtalige teksten, waarna hij van plaats tot plaats liep op zoek naar een bescheiden vorm van bestaan. Hij diende twee jaar in het Oostenrijkse leger. Kortom, hij doorliep alle stadia van ‘the making of a maskil’, een aanhanger van de Haskalah, de joodse Verlichting. Omstreeks 1852, op 19-jarige leeftijd werd hij privéleraar vreemde talen bij een familie in het Galicische plaatsje Zhuravne (Zurawne), waar veel chassidiem woonden. Daar een manuscript van hem ontdekt werd waarin hij kritiek uitte op de chassidiem, kreeg hij een herem opgelgd, zodat hij daar geen werk meer kon vinden en hij zonder zijn gezin naar Roemenië vertrok, in die tijd een gewilde omgeving voor Gallicische joden om aan de slag te komen, waar hij in Galatz (Galati) boekhouder werd voor een grote firma en ’s avonds z’n studie-belangstelling volgde.

Het was mede door zijn eigen ban dat hij zich extra identificeerde met Uriël Acosta en daarna met Spinoza.

Lees verder...

Misleid individualisme

Firmin DeBrabander, bekend van Spinoza and the Stoics, heeft in het filosofenhoekje The Stone  van de New York Times een zinnig artikel over het hardnekkige misverstand dat we het zelf wel kunnen – dat ons doel dient te zijn “ons leven zelf te bepalen,” terwijl we toch zo fundamenteel afhankelijk van anderen en van de natuur zijn. Wat dat betreft vond ik wel indrukwekkend de emotie die Epke Zonderland onlangs overviel door het besef hoe hij helemaal afhankelijk is van anderen en weet dat hij zijn prestatie niet in z’n eentje bereikt (en dat het dus onterecht is dat hij alleen wordt gehuldigd). Maar dit terzijde.

U begrijpt al dat ik dat New York Times The Stone-blog Deluded Individualism signaleer omdat het iets met Spinoza heeft. En ja, DeBrabander verbindt hedendaagse politieke waarnemingen met enerzijds Freud en anderzijds Spinoza.

In de overgang die hij van Freud naar Spinoza maakt, staat: “Spinoza greatly influenced Freud.” Dat is een te makkelijk gedane bewering, die ik er even uitlicht. Over hoe weinig waar dat is schreef ik op 25 mei 2010 een uitvoerig blog – een verdomd goed blog al zeg ik het zelf, waar ik zeer veel werk van gemaakt had. Ik raad het iedereen nog eens zeer ter lezing: “Sigmund Freud (1856 - 1939) had niets met Spinoza.” Maar het blijft een hardnekkige mythe om te denken dat het anders was.
Waarmee ik overigens die 'stone' niet niet aanraad te lezen.

[Foto van hier]  

Spinoza in de Cadernos de História e Filosofia da Ciência

Na ruim zes weken had de AAS eindelijk weer eens een bericht. Ze hadden een artikel ontdekt over Boyle en Spinoza in het Braziliaanse tijdschrift Cadernos de História e Filosofia da Ciência, dat PDF's biedt van de artikelen.

          

U mag van dit blog ietsje meer verwachten. Ik ga meteen kijken of er nog meer artikelen zijn die aspecten van de filosofie van Spinoza behandelen, en die blijken er te zijn. Voor degenen die Portugees lezen, hieronder de auteurs, titels en - indien aanwezig voor de anderen - de samenvattingen in het Engels en het PDF van artikelen over Spinoza (in willekeurige volgorde - en met dank aan de AAS voor de tip):

Lees verder...

Anneke Dammers (1947) maakte Spinoza-beeld

Het is merkwaardig met Google-images. Regelmatig kijk ik of er nog een nieuwe afbeelding met Spinoza te vinden is (de meeste zijn afkomstig van spinoza.blogse.nl). En terwijl beeldhouwster Anneke Dammers al in 2008 een beeld van Spinoza maakte en op haar website plaatste, werd het pas afgelopen week een keer door Google getoond – even en daarna weer niet. Enfin, één keer was voor mij genoeg en meteen vroeg ik haar toestemming om het bij de beelden op dit blog op te nemen, waarin zij graag toestemde.

Eerst het beeld. Het is gemaakt in 2008 met afmetingen 30x20x25. Er zijn er drie in brons gegoten, waarvan er nog twee à €2.750 bij haar kunnen worden besteld via haar website.

 

Lees verder...

Bedingungen des freien Gemeinwesens in Marx und Spinoza

Karl Reitter, Prozesse der Befreiung: Marx, Spinoza und die Bedingungen des freien Gemeinwesens. Westfälisches Dampfboot, 2011 - ISBN 978-3896918871

Aus dem Klappentext: "Aufbauend auf einer kreativen Neuinterpretation des Marxschen "Kapital", als auch der "Ethik" Spinozas, entwickelt der Autor die Grundlagen einer substanziellen Theorie der Befreiung. Der Autor zeigt, dass die Philosophie der Befreiung, nicht zu trennen von den Bedingungen eines freien Gemeinwesens, das eigentliche Anliegen von Marx wie Spinoza darstellt. Im Zentrum der Neulektüre stehen der Arbeitsbegriff bei Marx sowie der Begriff des conatus bei Spinoza. Die Rekonstruktion wird vom Autor zu einer umfassenden Theorie des Befreiungsprozesses weitergeführt, der sowohl den Körper, als auch den Intellekt des Menschen umfassen muss. Wenn die Produktivkraft der Arbeit (Marx) als auch das Tätigkeitsvermögen des Körpers wie des Geistes (Spinoza) nicht fremdbestimmt, sondern selbstbestimmt und autonom ausgeübt werden kann, dann sind die Bedingungen eines freien Gemeinwesens gegeben. Im letzten Abschnitt des Buches konfrontiert der Autor die elementaren, raum-zeitlichen Prozesse der Befreiung mit der Existenz des der Gesellschaft gegenüberstehenden Staates. Das Buch ermöglicht es, Probleme wie den gemeinsamen Kern jeglicher Befreiungsbestrebungen zu verstehen."

website Karl Reitter, Redakteur der Zeitschrift „grundrisse" sowie Privatdozent für Philosophie

Lees verder...

Zur Vorstellungskraft in der Philosophie Spinozas

In een reactie ging het van de week over de twijfelachtige vertaling van idea met ‘voorstelling’. Die vertaling leunt m.i. veel te veel tegen de imaginatio aan.  Ik meld nu maar even het volgende (waar de Deutsche Spinoza Gesellschaft nogal achter blijft in het bijhouden van de uitgaven die in hun serie verschijnen):

Martin Hagemeier is gepromoveerd bij filosofieprofessor Dominik Perler aan de Humboldt-Universität te Berlin op het onderwerp dat op 1 augustus 2012 verscheen bij Verlag Königshausen & Neumann:

Zur Vorstellungskraft in der Philosophie Spinozas. Schriftenreihe der Spinoza-Ges. Band 16 - €34,80 - ISBN: 978-3-8260-5007-7 [hier]

Dat zal dus uitgebreid over de imaginatio gaan.

Lees verder...

Spinoza en Gödel

Kurt Gödel (1906 - 1978)Naar aanleiding van enige recente reacties waarbij Gödel aan de orde was, dacht ik een heel blog over Spinoza en Kurt Gödel te schrijven, waarbij overigens mijn hoofdopzet zou zijn om de bezoekers van dit blog op een interessant en uitdagend artikel te wijzen van Martin Zwick, “Spinoza and Gödel: Causa Sui and Undecidable Truth.” North American Spinoza Society, NASS Monograph 13 (2007), 46-52. [PDF]
Aanvulling15-8-2013: het stuk blijkt op die link verdwenen, maar is nog wel via andere link op de site van de Portland State University te vinden.

Maar daar het vandaag heel warm wordt, volsta ik met het wijzen op de link naar het PDF van dat artikel dat door iemand op internet is geplaatst.
Kortom, ik laat het hierbij, en ga niet proberen heel slim te doen door er wat over te zeggen. Het is een dag voor luie loomheid...

Over Gödels twee onvolledigheidsteorema’s is voldoende op internet te vinden, b.v. hier op wiki, maar het interessante artikel van Martin Zwick legt het zelf voldoende uit en geeft een fraaie toepassing op Spinoza's Ethica.

Geen nieuw werkje over Spinoza en andere filosofen op komst

Toen ik de “zomertijd”-bijlage van mijn ochtendblad Trouw snel doorgebladerd had (allemaal over te slaan’ artikelen van niks) maakte de achterkant mij even blij: a) er werd een nieuwe actie aangekondigd: De grote denkers! En b) Spinoza werd daarbij niet vergeten! Even meende ik dus verheugd te kunnen zijn dat er een nieuw boekje over Spinoza in aantocht was en ik was benieuwd wie er de auteur van zou zijn.

                      

Tot ik zag dat het eerste deel over Nietzsche van de hand van Michael Tanner is en ik begreep dat de serie “Kopstukken Filosofie” van Lemniscaat weer eens in een nieuw jasje wordt gestoken (vertalingen van de reeks a very short introduction). Het boekje over Spinoza zal dus dat van Roger Scruton zijn dat bezoekers van dit blog uiteraard allemaal al hebben.

Regelmatig komen de dagbladen tegenwoordig met acties. Trouw had eerder al een band met afleveringen over fotografie, over het werelderfgoed van Unesco en nog meer. Nu worden 12 boekjes over filosofen uitgezet; ik neem aan niet alle gratis maar wellicht voor een habbekrats.

Lees verder...

Videolezing: The First Modern Jew - Spinoza and the History of an Image

Vier dagen geleden werd door de Library Of Congress deze video op YouTube gezet van een lezing waarin Daniel B. Schwartz zijn nieuwe boek bespreekt, "The First Modern Jew: Spinoza and the History of an Image." Daniel B. Schwartz is an assistant professor of history at George Washington University. He specializes in modern Jewish and European intellectual and cultural history.

Helder betoog, zowel inhoudelijk als qua optimaal geluid;  aanbevolen

Vele malen sprak ik hier over zijn fascinerende boek (zie via  zoekvenster)

Geen verslag van de Spinoza-zomercursus 2012

Ja, ik had de gewoonte om van VHS-Spinozacursussen die ik meemaakte, op dit blog een verslag te maken – mét een foto-impressie. Vond ik leuk om te doen. En sommige bezoekers van Spinoza.nblogse.nl waren daaraan gaan wennen – konden ze op afstand er iets van meebeleven. Nu wordt zo’n verslagje van de voorbije zomercursus in Barchem gemist. Tweemaal kreeg ik via e-mail de vraag, waarom dat zo was.

Ik heb nu besloten om dat dan toch maar even toe te lichten. Ook dit jaar is de zomercursus niet aan dit blog voorbij gegaan. Direct toen ik er van terug was, bracht ik twee blogs over te verschijnen Spinoza-boeken, waarover ik tijdens die cursus had gehoord. Ik maakte een blog met foto’s van Leon Kuunders en zijn Caute-tattoo. En er verscheen een uitgebreid verslag van de vlagceremonie ter gelegenheid van de viering van de Acte van Verlatinge. Maar, inderdaad, een verslag met foto’s van de cursus zelf kwam er niet.

Ooit was ik de enige die foto’s maakte tijdens de cursus – voor dit blog. Maar dit jaar waren er meer mensen die foto’s maakten; met hun boordcomputer die mobiele telefoons tegenwoordig geworden zijn, maar zelfs met een Nikon met diverse lichtgevoelige lenzen. Het leek mij dus niet nodig nog met flitsfoto’s te storen en ik vroeg enkele ‘fotografen’ mij foto’s toe te zenden die ik bij mijn verslag kon gebruiken. Ik kreeg toezeggingen.

Maar vervolgens ontving ik niets; behalve dan de foto's van die vlagceremonie. Daarvan had iemand ook een aardige video gemaakt die ik zou ontvangen. Wat ook niet gebeurde.

En dus besloot ik dit jaar het op blogse bij de blogs te laten die ik gemaakt had en de rest achterwege te laten. Alles kan niet van één kant komen. Zo simpel is het.

Van God of het Universum ga je geen liefde terugverlangen. Op deze aardkloot – tussen mensen –  tussen in Spinoza geïnteresseerden notabene, denk je wel iets te mogen verwachten. Hoeveel interesse er voor dit blog lijkt te zijn... (sommigen vragen me elk jaar weer naar het adres!)

Ja, ik weet ook van Spinoza dat men heel makkelijk beloften niet gestand doet, als het niet meer in iemands belang wordt geacht. Zo is het met dit blog ook: ik maak het voor mezelf omdat ik het leuk vind – en anders niet. Daarom geen verslag van de Septimana Spinozana 2012. Met hier nog wel de enige foto (naast die tattoo-foto) die ik nog wel maakte.

            
                     Wat hadden we die week fraai weer...

Zout op Spinoza-tweets... ehhh... –slakken

Op ‘gevaar af’ dat Wim Klever wel weer zal vinden dat ik onaardig op zijn tweets reageer en teveel op slakken zout leg, veroorloof ik me toch weer enige kanttekeningen. Niet omdat ik teveel zout heb, maar omdat daar in mijn ogen serieuze aanleiding voor is. Als het om Spinoza gaat, dienen de beweringen juist te zijn of toch zo precies mogelijk.

Vooraf wil ik echter duidelijk stellen dat ik blij ben dat Klever mij met zijn Spinoza-tweets uit de PPC, Renati Des Cartes principiorum philosophiae & Cogitata metaphysica, die te weinig wordt bestudeerd en besproken, aanzet tot het lezen ervan.
De Ver. Het Spinozahuis vraagt na afloop van een cursus altijd aan welke eventuele volgende cursus behoefte zou zijn. En al voor het derde achtereenvolgende jaar heb ik gevraagd om een cursus over de PPC op touw te zetten. Ik weet dat ik niet de enige ben die hierom vraagt. En dat juist om te leren zien hoeveel er van Spinoza zelf in te ontdekken is.

Ik héb in de PPC gelezen, sommige hoofdstukken/delen meermalen. En ik ben verheugd, nogmaals, dat Wim Klever mij nu uitdaagt weer eens in dat werk te gaan lezen. Ik ben er weer vooraan in begonnen en ben verheugd te ontdekken hoeveel tekst aan te wijzen is die duidelijk en helemaal van Spinoza zelf stamt (en waarin hij dus niet alleen maar Descartes uitlegt). Dat geldt bijvoorbeeld voor het scholium (opmerking) in het eerste deel bij vervolgstelling na stelling 4, de uitleg van axioma 9 (waarin een ‘boeken-voorbeeld’ dat Spinoza ook in brief 40 gebruikt); het geldt voor de scholia bij stellingen 5 en 6; alsook vanaf scholium bij stelling 7 alles tot aan stelling 8 – dat uiteraard allerzekerst daar hij in die tekstdelen kritiek op Descartes geeft en hem gaat verbeteren.

Tot zover las ik de PPC en nu moet ik vandaaruit kanttekeningen plaatsen bij 2 tweets van Wim Klever, te weten die van eergisteren en gisteren [zie hier], die luiden:

Lees verder...

Alleen maar een Spinoza-cover

Foto die Ali Emino in 2009 op Flickr.com bracht, dient ook hier bewaard

Koreaanse kunstenares Hyang Cho is flink met Spinoza bezig geweest


Hyang Cho, The Rest Is Silence: The Works of Spinoza (open)
 2010-11, 10 x 7.5 in, found book, graphite [van hier]

Koreaanse kunstenares Hyang ChoNogal wat kunstenaars hebben wat met het lezen van teksten van Spinoza. In Nederland deden dat  Joseph Semah en Job Koelewijn. De Koreaanse Hyang Cho heeft een eigen manier gevonden. Voor haar project The Rest is Silence schreef ze uit een boek met Werken van Spinoza tekst over terwijl ze tijdens het schrijfproces hardop las. Hoeveel van Spinoza’s teksten ze daarvoor nam, wordt niet duidelijk, maar ze sprak 190 cassettes vol! Ze lijkt dus het hele boek overgescheven en gelezen te hebben. Ja, kunst is soms een gekte...
Ze schrijft op haar website, waarop diverse foto’s van haar kunstproject, over haar opzet:
  

Lees verder...

Piet Mondriaan en De Stijl – zonder Spinoza

Gisteren een bezoekje gebracht aan Den Haag, naar de jonge permanente opstelling in het Gemeentemuseum Den Haag van “Piet Mondriaan en De Stijl,” die een heel speciaal ingerichte eigen ruimte à la De Stijl kreeg. Werkelijk heel fraai opgezet. Eindelijk is in Nederland De Stijl niet meer afhankelijk van louter tijdelijke tentoonstellingen. Een goede greep van het Haagse Gemeentemuseum. Kunstenaar Krijn de Koning en architect Anne Holtrop tekenden voor de vormgeving van de tentoonstelling. “In dit project werkten kunstenaar en architect, geheel in de traditie van De Stijl, intensief samen aan een Totaalkunstwerk. Dit werk […] functioneert niet enkel als decor, het is een kunstwerk an sich met als titel 63 spaces for a work. De Koning en Holtrop ontwierpen zalen voor de verschillende collectie onderdelen van Mondriaan & De Stijl, maar daarbij is het ontwerp ook autonoom; ‘een gebouw in een gebouw’. In het hart van de tentoonstelling zal de vormgeving uitmonden in een geometrische installatie waarbij de ruimte steeds kleiner wordt; en overgaat van een ruimte van de menselijke maat naar de ruimte van het kunstwerk zelf. Het werk van Krijn de Koning vertoont verwantschap met De Stijl, zijn werk heeft een architectonisch karakter en laat zien hoe actueel de vormprincipes van De Stijl nog steeds zijn. In de architectuur van Anne Holtrop vormt de beeldende kunst een belangrijke inspiratiebron.” [Gemeentemuseum Den Haag]
Het klinkt allemaal wat naar gezwollen kunstmarketing, maar de ruimtelijke vormgeving en de opstellingen bieden inderdaad een fraaie eigen belevenis. Meer dan bij andere tentoonstellingen zag je de vele bemoeienissen van De Stijl-kunstenaars met architectuur en huisvesting.
Lees verder...

Jorge Luis Borges’ Spinozasonnetten vertaald door Paul Claes

Jorge Luis Borges schreef tweemaal een sonnet over Spinoza: in 1964 en in 1977. Dat tweede sonnet schreef Borges in 1977 voor het Joods Museum van Buenos Aires ter gelegenheid van de herdenking van de dood van Spinoza driehonderd jaar tevoren.
Over beide had ik blogs, met de Spaanse tekst, Engelse vertalingen en dat van 1964 in een vertaling van
Barber van de Pol uit 1984. Van het tweede sonnet bestaat een Nederlandse vertaling van de hand van Robert Lemm.

Op verzoek van “Spinoza in Vlaanderen” vertaalde de Vlaamse classicus en literator Paul Claes, die eerder het eerste Spinoza-gedicht vertaalde, ook dit tweede Spinoza-gedicht van J.L. Borges.
Zowel Paul Claes als Karel D'huyvetters van de website “Spinoza in Vlaanderen” gaan akkoord met de opneming van deze vertalingen in het Poeticum Spinozanum.
Ik voeg ze straks toe aan de eerdere blogs, maar wil in dit blog graag op deze fraaie vertalingen attenderen.

[Ik had origineel en vertaling graag naast elkaar geplaatst, maar dat lukt niet] Lees verder...

Saul Stupnicki (1876 – 1942) schreef 't eerste boek in 't Jiddisch over Spinoza

[Saul/Szaul/Shaul Stupnicki/Stupnitski/Stupnitsky ook Shaul Itzhak Stupnicki] Er is weinig over hem te vinden op internet; ook niet bij de YIVO-Encyclopedia. Daar komt door dit blog verandering in. En dat ik dit blog over hem kan maken, komt weer door het boek van Daniël Schwartz dat ik al een aantal malen aan de orde stelde.

Geboren en opgegroeid in Belsk, in de provincie Grodno in Wit-Rusland, ontwikkelde Stupnicki zich tot een gerespecteerd kenner van de rabbijnse literatuur – kennis die hij had opgedaan in traditionele Oost-Europese yeshiva´s, gevolgd door een opleiding aan een modern rabbijns seminarie in Praag. Ook studeerde hij geschiedenis, filosofie en Nabije-Oosterse talen aan de Universiteit van Bern. Daar werd hij een actieve zionist en verkeerde er in socialistische kringen tot hij in 1901 terugkeerde naar Polen om er actief te worden in de eerste Polska Partia Socjalistyczna (PPS) en later in Poale Zion en de Yidishe teritorialistishe organizatsye (ITO). Deze organisatie eiste een dun bevolkt stukje van de wereld, waar dan ook, om er een eigen joodse staat te stichten.

Vanaf 1908 werd Saul Stupnicki schrijver en redacteur van Der haynt, voor welk blad hij filosofische argumenten aandroeg voor joods-nationale rechten en joodse autonomie.

Lees verder...

Albert Niemeyer’s 'Revolutionaire Persoonlijkheden' w.o. Spinoza

Albert Niemeyer (1951) heeft zich geleidelijk aan tot kunstenaar ontwikkeld [zie zijn website]. Hij tekende al van jongsafaan en volgde een opleiding aan de grafische school in Eindhoven. Hij was reclametekenaar en –ontwerper. Verzorgde én tekende dieren in dierentuinen, eerst met fotografische precisie, maar - gefascineerd door het werk van kunstenaars als Van Gogh, Dali, Appel, Picasso en Chagall - almaar vrijer, Cobra-achtig. [Zie brochure over zijn werk].

Zijn meest recente thema is ‘Revolutionaire Persoonlijkheden’. Van 5 september tot en met 14 oktober 2012 heeft hij in Museum Jan dan der Togt in Amstelveen een tentoonstelling [zie folder]. Tijdens de officiële opening op 6 september door Henk Krol zal zijn boek (R)EVOLUTION gepresenteerd worden.

In 2011 maakte hij een opdrachtwerk, getiteld “ De Gouden Eeuw” [zie hier]. Daarvoor nam hij als uitgangspunt een schilderij van Ludolf Bakhuyzen (1631-1708) met een voorstelling van het Scheepswerfterrein van de Kamer van de VOC op Oostenburg bij Amsterdam. Daarbinnen heeft hij aan de wand twaalf ‘Revolutionaire Persoonlijkheden’ uit die tijd weergegeven die hem aanspraken vanwege hun positieve impact. “Zij hebben dit bijzondere tijdsgewricht, De Gouden Eeuw, mogelijk gemaakt en ook mede gecreëerd. Voor deze mensen heb ik gekozen vanwege hun individuele revoluties, de veranderingen die ze teweeg gebracht hebben waarvan de invloed zich over eeuwen uitstrekt.” Verder zegt hij nog over dit aparte werk: “ik [heb] realisme, futurisme, kubisme met elkaar verweven zodat het lijkt alsof het kubisme en het futurisme in De Gouden Eeuw al bestonden. Dit onschuldige conflict wilde ik in deze voorstelling, alsof tijd er totaal niet toe doet en er geen verschil is tussen het heden en het verleden.”

Het gaat om Louis de Geer (1587-1652), Christiaan Huygens (1629-1695), Jan Pieterszoon Sweelinck (1562-1621), Anna Maria van Schurman (1607-1678), Jan Swammerdam (1637-1680), Hugo de Groot (1583-1645), Johan van Oldenbarnevelt (1547-1619), Simon Stevin (1548-1620), Nicolaes Witsen (1641 – 1717), Kenau Simonsdochter Hasselaar (1526-1588), Rembrandt van Rijn (1606-1669) en

                                 Baruch Spinoza (1632-1677)

 

Spinoza moet er even niet aan denken dat hij daar hangt naast Nicolaes Witsen wiens vader, Cornelis Witsen, zijn vriend Adriaen Koerbagh tot het rasphuis en méér liet veroordelen...

Allan Nadler for dummies

Allan Nadler heeft vandaag een blog op The Jewish Daily Forward (an American national Jewish newspaper): Spinoza Para Bobos (Spinoza For Dummies). Als u zijn naam in het zoekvenster ingeeft, ziet u dat hij al vaker in een blog voorkwam.

Aan het slot lijkt het dat deze rabbijn (die ergens nog familie is van Steven Nadler) terugkomt op wat hij bij een YIVO-herdenking van het 350e  jaar van de ban in 2006 zei (uit ’t hoofd geciteerd, maar op YouTube te horen): de herem is het beste dat Spinoza is overkomen. Nu lijkt hij dat anders te zien, want de laatste alinea luidt:

"Spinoza left standing no pillar of traditional Jewish or Christian theology. Given his brazen attack on Scripture and on ecclesiastical authority; his mockery of the “madness” of supernatural religious faith and his insistence on defining God out of any theologically meaningful existence, it is little surprise that, despite various efforts to do so, his herem, or excommunication, has never been rescinded by any traditional rabbinical authorities." [hier]

Lees verder...

Anton L. Constandse (1899 – 1985) vrijdenker over Spinoza

Anton Constandse

Was een bekende Nederlander, door velen gewaardeerd, hoewel hij standpunten bracht die niet iedereen kon navolgen; maar hij deed dit altijd zakelijk en weloverwogen.
Z’n opleiding bestond uit middelbare aktes Frans, verder was hij vooral een selfmade man. Hij werd pleitbezorger van anarchisme (dat hij als een speciale vorm van liberalisme zag), pacifisme (waar hij op terugkwam), atheïsme en vrijdenkerij. Van 1945 tot 1964 was hij hoofd buitenlandredactie van het Algemeen Handelsblad. Ook was hij politiek commentator bij de VPRO. Hij schrijf onder meer voor het Humanistisch Verbond, De Vrije Gedachte, De Gids, De As, De Vrijdenker, Verstandig Ouderschap (het tijdschrift van de NVSH) en Mens en Wereld.

Tussen Grondslagen van het atheïsme (1926) en Grondslagen van het anarchisme (1936) schreef hij Spinoza en het atheïsme (1932) ter herdenking van de 300e geboortedag van Spinoza.

Het werd tijd dat ik eens een blog wijdde aan deze vrijdenker die ook over Spinoza schreef. Lang geleden was ik al eens een afbeelding van de cover van zijn brochure over Spinoza en het atheïsme tegen gekomen, maar over de tekst ervan beschik ik pas sinds onlangs David Bakker deze scande en op de website van het vrijdenkersforum plaatste. Aan de achterzijde staat: "Uitgave Hoofdbestuur "De Dageraad", Afdeling Boekhandel, Postbus 793, Postrekening 141226, Amsterdam" -  [PDF]

Het is moeilijk samen te vatten waarover Constandse schreef, want hij was een veelschrijver over anarchisme, humanisme e.d. Hij schreef politieke commentaren. Ik heb dat alles niet gelezen en houd dit blog bescheiden bij zijn bescheiden Spinoza-werk.

Lees verder...

Newton, Colin MacLaurin en Spinoza

Dit jaar verscheen Andrew Janiak & Eric Schliesser (Eds): Interpreting Newton. Critical Essays. Cambridge University Press, 2012.

Waarom moet dat op dit blog gesignaleerd worden? Om het hoofdstuk van Schliesser: “The Newtonian refutation of Spinoza: Newton's Challenge and the Socratic Problem” Op de website van de Vakgroep Wijsbegeerte en Moraalwetenschap van de Universiteit Gent, waar Schliesser werkzaam is, vinden we over dit hoofdstuk de volgende informatie:

“In this chapter I discuss the philosophic and historical significance of Colin MacLaurin’s attacks on Spinoza’s metaphysics in his posthumously published, An Account of Sir Isaac Newton’s Philosophical Discoveries (1748/1968; hereafter Account). The main point of the chapter is to illustrate how the Socratic Problem and Newton’s Challenge are debated at the start of the eighteenth century. Recognizing the importance and nature of these debates can help us both to understand the partial origin of some canonical versions of our philosophical history and, if we wish, to correct them in favor of more revealing ones. Finally, the mere existence of MacLaurin’s treatment undermines a widely accepted historiographic myth that members of the Scottish Enlightenment (Hume, Adam Smith, Reid, etc.) only knew and thought of Spinoza through Bayle’s treatment.”

Lees verder...

Abraham van Collem (1858 – 1933) De vergeten dichter van God

               “Gij, neem’ de deelen en weest het Heelal”
               [laatste regel gedicht XIX in Van God en van de Natuur]
Hoe je als dichter met een amor Universi imaginationis in de buurt van de amor Dei intellectualis kunt komen.

Tekening van Abraham Eliazer van CollemEen almaar meer Spinozistisch geïnspireerde dichter! En hij was hier nog niet opgenomen in het Poeticum Spinozanum? Hoe is dat mogelijk? Was dat omdat deze joodse atheïstische communistische dichter nergens in zijn poëmen de naam van Baruch de Spinoza noemt? Of is het te wijten aan het feit dat bijna niemand hem nog kent? Toch had Victor van Vriesland wel 11 gedichten van hem in zijn Spiegel van de Nederlandse poëzie (1979) en nam ook Gerrit Komrij 3 gedichten van hem op in zijn De Nederlandse poëzie van de 19e en 20e eeuw enz. Is het dan omdat de arbeiders van tegenwoordig het te goed hebben, zodat niemand meer behoefte heeft aan zijn arbeideristische en strijdbare verzen? Of is het omdat de communistische dichter te religieus op velen overkwam? Ik weet het niet, maar ben wel heel tevreden dat ik bij mijn speuracties voor dit blog hem ineens ontdekte (hoe, dat zal binnenkort nog wel eens duidelijk worden). Ik spoedde mij direct naar de goed voorziene Maastrichtse bibliotheek. En daar bleek bijna alles van hem verzameld en bewaard, behalve notabene zijn laatste en (zo weet ik intussen) belangrijkste bundel: God.
En ik kon er ook lenen de enige monografie over de dichter die Jaap Meijer in opdracht van de minister voor CRM (1977, moet Van Doorn geweest zijn) schreef: Vechtende profeet. Het joodse dichterschap van A. van Collem (1858-1933) [Heemstede, 5 mei 1980; gestencilde uitgave in eigen beheer].

Lees verder...

Ernst Haeckel (1834–1919), de Deutsche Monistenbund en Spinoza

In een recent blog over Johannes Maria Verweyen (1883-1945) die een van de sprekers was tijdens de Spinozaweek ter herdenking van zijn 300e geboortedag in Den Haag, is te lezen dat hij een tijdje lid was van de Duitse Monistenbond. Op de laatste dag van die Spinozaweek werd aan de aanwezigen gemeld “dat de heer N. Mockel het internationaal wijsgeerig congres heeft bijgewoond als vertegenwoordiger van den Duitschen Monistenbond.” [Verslag in Het vaderland van zondag 11 september 1932 van de laatst dag van het Spinozaherdenking, zaterdag 10 september. PDF KB-krantenarchief]

En in de Duitse Spinozabibliografie vinden we weer dat ene Walter Eckstein op een bijeenkomst in 1927 van de Monistenbund in Oostenrijk naar aanleiding van de 250e „Wiederkehr seines Todestages“ over Spinoza gesproken heeft [Eckstein, Walter: Spinoza : Nach einem Vortrag, gehalten im Monistenbund in Oesterreich aus Anlass der zweihundertfünfzigsten Wiederkehr seines Todestages. [Hamburg, 1927 - 38 pp.]

Kortom. reden voor deze blogger om na te gaan: wat was de Monistenbond en wat had die met Spinoza?

Lees verder...

Spinoza & monisme

In een van mijn besprekingen van The Continuum Compendium to Spinoza gaf ik een rijtje termen zoals ‘parallellisme, identiteitsthese, pantheïsme’, die daarin – terecht mijns inziens – geen lemma hadden gekregen, daar ze niet bij Spinoza voorkomen, maar door anderen op hem zijn toegepast. Eén zo’n term is ‘monisme’. Het werd door anderen gemunt en gebruikt, vaak juist met de opzet om zijn filosofie te typeren. Met het oog op een toekomstig blog dat ik in de pen heb (om dat te ontlasten, zeg maar) houd ik me hier bezig met de geschiedenis en betekenis(sen) van de term ‘monisme’.

Volgens de Encyclopedie van de filosofie stamt de term van het Griekse monos=alleen (elders: één) en staat het voor: filosofische eenheidsleer. Hij zou voor het eerst gebruikt zijn door Christiaan Wolff om er elke leer mee aan te duiden “die de veelheid der onderscheiden zijnsgebieden tot een werkelijke eenheid wil herleiden.” Het is dus elke filosofie die de werkelijkheid als een eenheid beschouwt. Wat er daar niet bijstaat is dat dit niet neutraal, maar nogal afkeurend (pejoratief) gebeurde, want volgens Wolff was de dominante (n.l. zijn) leer toch (cartesiaans) dualistisch.

Lees verder...

Spinoza & Schleiermacher

Even leek het alsof er een nieuw boek verschenen was. En zie eens met wat voor belofte: het kritisch oplossen van problemen waarmee Spinoza ons opgezadeld heeft. Maar bij nader toezien, blijkt het een herdruk van een meer dan 100 jaar geleden geschreven werk - wat het niet minder interessant hoeft te maken. We kennen immers boeken van een schrijver van meer dan 330 jaar geleden die ons almaar bezighouden...

Theodor Camerer: Spinoza und Schleiermacher. Die kritische Lösung des von Spinoza hinterlassenen Problems. Unikum, 2012 (oorspr. J.G. Cotta, Stuttgart, 1903)

Im Fokus von Theodor Camerers Abhandlung stehen die Lücken, die Spinoza in seiner Lehre hinterlassen hat, und ihre Bedeutung. Hierzu führt Camerer ein in den Gottesbegriff Spinozas und in dessen Lehre über den intellectus Dei infinitus . In einem zweiten Teil widmet sich Camerer der Konstruktion der absoluten Einheit bei Schleiermacher und setzt diese in Verbindung zu Spinozas Lehre.
Sorgfältig bearbeiteter Nachdruck der Originalausgabe von 1903.

Volgens de Duitse Spinoza-Bibliografie schreef Theodor Camerer ook: Die Lehre Spinoza's. Stuttgart : Cotta [e.a.], 1877. - XIX, 300 pp.

 

Onsterfelijkheidsgelden voor een eeuwige toekomst

Midden tijdens de Olympische Spelen waarin topsporters als Ranomi Kromowidjojo en Epke Zonderland (die beiden al eerder in blogs en reacties voorbij kwamen) zich naar onsterfelijke roem zwommen en zweefden, worden we via allerlei berichten herinnerd aan de kennelijk diepgewortelde wens tot onsterfelijkheid. Soms op de meer symbolische wijze, als waarop de Turkse premier Tayyip Erdogan op de hoogste berg van Istanbul de grootste moskee  van het land laat bouwen - een monument voor de onsterfelijkheid van deze machtige premier. Maar soms ook letterlijk. De 31-jarige Russische media-ondernemer Dmitry Itskov heeft onlangs alle miljardairs uit de lijst van het Amerikaanse zakenblad Forbes [gezamenlijke vermogen 4,6 triljoen dollar] aangeschreven voor middelen om met een team van dertig wetenschappers binnen tien jaar het menselijke bewustzijn over te dragen op robots, om zo de mens (die miljardairs op de eerste plaats) onsterfelijk te maken; zo zijn ziekte, ouderdom en zelfs de dood te overwinnen.

Het Amerikaanse defensieonderzoeksinstituut DARPA investeerde onlangs 7 miljoen dollar in de ontwikkeling van menselijke robots die bestuurd kunnen worden door gedachten.

Lees verder...

Signalement: de "nieuwe atheïsten" vergeleken met Spinoza

... en met Habermas.  

Het boek is al van 2011, maar je moet het maar ontdekken.

Florian Ossadnik: Spinoza und der „wissenschaftliche Atheismus“ des 21. Jahrhunderts. Ethische und politische Konsequenzen frühaufklärerischer und gegenwärtiger Religionskritik. VDG Verlag, 2011.

De uitgever: "Diese Arbeit unternimmt einen kritischen Vergleich der frühaufklärerischen Religionskritik Baruch de Spinozas (1632-77) mit dem gegenwärtigen „Neuen Atheismus“, der von den sogenannten „Brights“ (R. Dawkins, Michael Schmidt-Salomon, Sam Harris) gegen die Offenbarungsreligionen ins Feld geführt wird.

Lees verder...

Leo Polak (1880-1941) geen Spinozist, wel bewonderaar van Spinoza

Dit blog is het vervolg op het eerste van 7 aug. en op het intermezzo van gisteren over Leo Polak’s "Liever een dode leeuw dan een levende hond", waarmee hij m.i. liet zien zich met Spinoza qua karakter te identificeren. Leo Polak moet een zekere ambivalente houding tegenover Spinoza hebben gehad. Hij distantieerde zich van diens filosofische systeem, maar had mateloze bewondering voor diens persoon en morele karakter. Hij zag hem niet als systematisch ethicus, wel als verheven en zeer adequate moralist. Ik kom er zo dadelijk op wat hij daarmee bedoelde.

In de uitvoerige aantekeningen bij de gepubliceerde tekst van een radiorede die hij hield op 21 maart 1931 voor de Vrijdenkers Radio Omroepvereeniging, schreef hij na een citaat uit Rückert's "Weisheit des Brahmanen":

“Men moge deze stemming en gevoelens religieus noemen, zij impliceren noch godsdienst, noch Godsgeloof. [...] Indien ik gelovig ware, ik zou pantheïst zijn in de geest van Spinoza. God ware voor kenniskritisch gezuiverd pantheïsme het boventijdelijk Alwezen dat zich aan kennend bewustzijn openbaart als het tijdelijk geestelijk Heelal, waarvan weer de Kosmos der natuurwetenschap het ruimtelijk Zinnebeeld is. Dit Alwezen is, als de God van Spinoza, principieel boven alle schrift- en kerkmythologie verheven, doch wij betoogden boven met Heymans, waarom wij het niet God mogen noemen. Voor mij althans is God te groot en te hoog om niet alles of niets ze zijn.” [In: "Eenheid boven geloofsverdeeldheid," In Verspreide Geschriften dl I, p. 124] Zie hoe hij er als atheïst een merkwaardig godsbeeld op nahield ("te groot en te hoog"). Zou hij Spinoza als een soort van gelovige hebben gezien?

Hij beoordeelde Spinoza’s filosofie als aanhanger van Gerard Heymans. En net als Heymans vond hij dat je in de 20e eeuw niet meer om de kritische kenleer van Kant heen kon. Grappig is te zien hoe hij er een soort gimmick van maakte om telkens, in al z’n teksten, erop te wijzen dat als Kant op de leeftijd van Spinoza gestorven zou zijn, we nooit van hem zouden hebben gehoord, want dan was hij een van de naamloos velen in het kielzog van Leibniz en Wolff gebleven en was hij niet door Hume uit zijn dogmatische sluimer gewekt. En Spinoza had nooit een Hume gehad en derhalve geen kritische kentheorie ontwikkeld. [Zie daarover het grapje in dit blog van 24 nov. 2010 n.a.v. zijn Spinoza-toespraak in 1927).

Lees verder...

Wim Klever ziet in Twitter nieuw podium voor Spinoza en zoekt volgers

Met onder meer de bedoeling om langs deze weg iets van Spinoza’s 'leer' ook voor anderen, “die nog nooit met de rijkdom van zijn gedachten werden geconfronteerd, in stukjes en beetjes toegankelijk te maken bij wijze van aangename verrassing of gevoelige prikkeling”, heeft Wim Klever een Twitter-account geopend:  twitter.com/WimKlever  - zijn adres is @wimklever

Een slimme kleindochter heeft hem geleerd hoe het moet, zodat hij haar tweets tijdens de vakantie kan volgen; en meteen heeft hij de smaak te pakken, want “dit communicatiemiddel lijkt mij ook uitermate geschikt om van tijd tot tijd Spinoza's compacte, doch altijd scherp geformuleerde gedachten als intellectuele pistoolschoten de wereld in te schieten en belangstellende volgers daarmee te verrassen. Ik neem mij voor om daarbij vooral ook nieuwe vertalingen te leveren.”

En waarom wil hij hiermee beginnen?

Lees verder...

Intermezzo over Leo Polak’s "Liever een dode leeuw dan een levende hond"

Voor ik verder ga met wat Leo Polak van Spinoza vond, heb ik behoefte aan een intermezzo. Het vorige blog over hem stelde in de titel de vraag: vereenzelvigde Leo Polak zich met Spinoza? Ik liet zien dat hij in zijn openingstoespraak bij de Spinozaherdenking in 1932 Spinoza eerde als: “Een dode hond en een levende leeuw!” Dat ‘dode hond’ verwees uiteraard naar Lessings typering van Spinoza die in de 18e eeuw gezien zou zijn als ‘ein toter Hund’. Inmiddels is n.a.v. dat blog gebleken dat Polak vlak na de inval van de Duitse troepen in mei 1940 in zijn dagboek noteerde: “ Liever een dode leeuw dan een levende hond." Daardoor ben ik geneigd volmondig ‘ja’ te zeggen: Leo Polak vereenzelvigde zich met Spinoza. Dat vraagteken kan daar weg. 

Maar vanwege die omkering van het gevleugelde gezegde uit Prediker (9:4, beter een levende hond dan een dode leeuw) is er méér aan de hand. De Statenvertaling van Prediker 9:4 vind je op internet: “Want voor dengene, die vergezelschapt is bij alle levenden, is er hoop; want een levende hond is beter dan een dode leeuw.” [Hier]

Lees verder...

Het bederf van het beste is het slechtste

           Sed omnia praeclara tam difficilia quam rara sunt

Afbeelding nog niet beschikbaar

Het Reformatorisch Dagblad bespreekt vandaag [let wel: niet zondags te raadplegen] in een stukje van Kees de Groot, onder de titel “Radicale verlichting verbant God” meteen de nieuwe vertaling van Spinoza’s Ethica [Boom, Amsterdam, 2012; ISBN 978 94 6105 753 2; 320 blz.; € 39,90, keurig met bestelnummer dus!] en Revolutie van het denken van Jonathan Israel [uitg. Van Wijnen, Franeker, 2011, zonder ISBN].

De ‘goddeloze teneur’ is eenvoudiger uit de Ethica te halen dan de eigenlijke inhoud. Lees maar: “De inhoud ervan is, los van de goddeloze teneur, bepaald geen eenvoudige kost.”

Maar hoe weinig er van Spinoza begrepen is, blijkt uit een zinnetje als: „Nederlanders denken: Ik heb controle over mijn leven, ik heb God niet nodig.” Dat zou ook Spinoza een misvatting vinden, want zijn God is even dwingendnoodzakelijk nodig (maar wel anders)!

“Godsdienst is verzonnen door mensen die de godheid zo ver wilden krijgen hen boven anderen te verkiezen, zodat ze hun „blinde begeerte en onverzadigbare hebzucht” konden uitleven” [ja hier is de Appendix van het eerste deel redelijk begrepen].

Iets minder het geval is dat in: “De hoogste zaligheid van de mens ligt in de vervolmaking van de rede. Hoe meer iemand probeert en in staat is naar zijn eigen belang te streven, des te meer deugd hij volgens Spinoza heeft. De beste manier van leven is zijns inziens zo veel mogelijk plezier te beleven aan zaken zoals eten, drinken, muziek, sport en schouwburgbezoek.” [Zo kun je E4/45s kennelijk ook lezen]

Leo Polak (1880-1941) vereenzelvigde zich met Spinoza?

Prof. Mr Dr Leo PolakAanleiding voor dit blog over de joodse strafrechtsfilosoof, hoogleraar in Groningen en indertijd bekende militante vrijdenker en atheïst, vormen enige opmerkingen op het vrijdenkersforum dat ik onlangs ontdekte (zie dit blog) met daarop een pagina van David Bakker, getiteld “Leo Polak over Spinoza: onbegrijpelijk”. Het maakte mij extra nieuwsgierig naar de besproken tekst van Leo Polak, over wie bij mij al lang een vaag plan sluimerde om ooit eens een blog over hem te maken. Die tekst betrof de lezing in december 1932 ter herdenking door de “Afdeeling-Nederland der Kant-Gesellschaft” van het feit dat Spinoza driehonderd jaar geleden geboren was. David Bakker was zo vriendelijk mij daarvan een pdf toe te sturen. Ik kom daar in het volgende blog op.

Leo Polak was van 1928 tot aan zijn dood hoogleraar in de geschiedenis van de wijsbegeerte, de logica en de metafysica aan de universiteit van Groningen. Zijn proefschrift ging over De zin van de vergelding (1921). Hij was beoogd opvolger van de psycholoog en filosoof Gerard Heymans, van wie hij een volgeling was – een opvolging die door verzet van de theologische faculteit die het militant atheïstische van Polak vreesde, enige voeten in de aarde had. Polak was al op 14-jarige leeftijd ongelovig geworden. Daar hij weigerde zijn op aanwijzingen van de bezetter gegeven ontslag als hoogleraar te accepteren, werd hij door de Sicherheitspolizei gearresteerd en eind 1941 in concentratiekamp Sachsenhausen vermoord. In zijn werk heeft hij veel bijgedragen aan de kentheorie, de rechtsfilosofie, de problematiek van oorlog en vrede en de ethiek.
[Zie In Memoriam Prof.Mr.Dr. Leo Polak, in: "De Vonk", Orgaan van de Internationaal-Socialistische Beweging. Tweede Jaargang No. 3., 20 januari 1942 - gestencild - PDF van KrantenArchief KB]

Lees verder...

Ter herinnering: a.s. zondag excursie "In de voetsporen van Spinoza"

Graag herinner ik nog even aan de zomerexcursies die Jossie Efrat organiseert. Er volgen er nog twee: een a.s. zondag 12 augustus en een op zondag 2 september 2012. Er zal dan worden gelopen op de plaatsen waar Spinoza ook verbleef in Amsterdam, Ouderkerk a/d Amstel, Rijnsburg, (Voorburg niet) en Den Haag. Zie voor meer informatie dit blog.

     

Spinoza in Soeterbeeck

In het Soeterbeeck Programma "Verdiepende lezingen" van de Radboud Universiteit Nijmegen zal  i.s.m. Uitgeverij Boom op donderdag 25 oktober 2012 Christoph Lüthy een gesprek hebben met Leen Spruit over de spectaculaire (her)ontdekking van Spinoza’s Ethica in de bibliotheek van het Vaticaan. [zie aldaar]

       

Johannes Maria Verweyen (1883-1945) over Spinoza, wereldbeeld en wereldbeschouwing

Misschien is de omweg te groot en worden mijn associaties niet door iedereen gevolgd, maar in het verlengde van mijn besprekingen van het boek van Wim Lintsen, God & Natuur, [ 1, 2 en 3] en een korte discussie daarover [op 1] met Adrie Hoogendoorn, wil ik teruggrijpen op een toespraak die werd gehouden tijdens de meerdaagse herdenkingsbijeenkomst van de 300e geboortedag van Spinoza in Den Haag in de week van maandag 5 t/m zaterdag 10 september 1932.

prof.dr. J.M. VerweyenToen prof.dr. J.M. Verweyen op die Internationale wetenschappelijke Spinozaherdenkingsconferentie een lezing hield, zullen weinigen veel van hem geweten hebben en zal niemand vermoed hebben dat hij ruim een jaar later door de nationaalsocialisten van de universiteit, waaraan hij sinds 1908 doceerde, de Rheinischen Friedrich Wilhelms in Bonn, ontslagen zou worden. Aanvankelijk had de in de buurt van Kleve geboren, katholiek opgevoede Verweyen het plan om na z’n gymnasium in Freiburg theologie en rechtswetenschappen te gaan studeren, maar wegens geloofstwijfels, besloot hij over te gaan op filosofie. In 1903 schreef hij zich in Bonn in voor filosofie, psychologie alsmede natuur en cultuurwetenschappen. November 1905 promoveerde hij op een dissertatie over „Ehrenfried Walter von Tschirnhaus und die Philosophie seiner Zeit", waarna hij in 1908 in Bonn habiliteerde en daar aansluitend een leeropdracht kreeg.  

Daar hij zich niet vooral met theorie wilde bezighouden, kwam ethiek centraal in zijn filosofische denken. Zijn onconventionele behandeling van kwesties en zijn stellige zoeken naar waarheid maakten hem tot een van de meest bediscussieerde filosofen van zijn tijd. Naast docent was hij ook dichter, componist en schrijver.

Lees verder...

'Spinoza: Brieven over het Kwaad' wordt fraai boekje

Geïnteresseerden hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk zorgen Miriam van Reijen en de Wereldbibliotheek ervoor dat ook ons taalgebied binnenkort zijn eigen boekje krijgt: Spinoza: Brieven over het Kwaad. Hertaald en bezorgd door Miriam van Reijen. Met die uitgave worden tegelijk twee gaten gevuld, want de door Akkerman vertaalde en Hubbeling geannoteerde Briefwisseling biedt deze brieven nog in het 17e-eeuwse Nederlands, dat toch niet echt makkelijk te lezen is. In het begin van de vorige eeuw had dr. Willem Meijer die brieven hertaald, maar die oude uitgave is nauwelijks nog ergens te vinden en inmiddels is de taal weer ruim een eeuw verder geëvolueerd.

Tijdens de VHS-zomercursus van 2009 werd de Briefwisseling besproken. Daarbij kwam ook de correspondentie tussen Van Blijenbergh en Spinoza aan de orde kwam. Ik schreef in een blog dat ik een beetje jaloers was op die landen waar aparte boekjes met deze “Brieven over het kwaad” op de markt zijn gebracht: in Frankrijk wel twee, Argentinië kent zo’n uitgave en inmiddels bleek ook Turkije er een te hebben. “Waarom gebeuren zulke dingen in ons land niet?” vroeg ik mij in een blog af.

Toen in augustus 2010 het tijdschrift Filosofie een special Politieke filosofie bracht met daarin een artikel van dr. Miriam van Reijen, getiteld: “Benedictus de Spinoza en Willem van Blijenbergh: ‘De brieven over het kwaad’, ofwel een vriendschap die niet doorging,” schreef ik daarover: “met dit uitvoerige artikel levert Miriam van Reijen ons alvast het inleidende hoofdstuk van zo’n uitgave, waar we dan maar zelf de brieven uit de correspondentie moeten bijzoeken.” Ook dat vormde een pleidooi voor het doen uitgeven van zo’n boekje.

Blij was ik te horen dat zo’n boekje in de planning werd genomen. Aanvankelijk moest ik er het nog maar niet over bloggen, want het was allemaal nog pril en onzeker. Maar inmiddels is al enige tijd duidelijk dat er hard aan is en wordt gewerkt. Tijdens de VHS-cursus van deze zomer hoorde ik dat het boekje net zo’n fraaie uitvoering zou krijgen als de hertaling van de Korte Verhandeling door Jan Knol – met de tekst op de rechter- en aantekeningen op de linkerpagina en genaaid gebonden.

En zie, uit het programma overzicht van de Internationale School voor Wijsbegeerte blijkt dat het boekje in het weekend van Zaterdag 27 en zondag 28 oktober a.s. uitkomt. Dat weekend zal er door Miriam van Reijen een cursus worden gegeven over “Brieven over het kwaad als een 17e-eeuwse voorloper van het actuele debat over de vrije wil.” [Zie daar]

De fraaie cover is erbij geplaatst en die neem ik graag over in dit blog, opdat veel bezoekers alvast weten dat het eraan staat te komen.

 

Theodorus Cornelis van Stockum (1887 - 1969) kenner Spinoza-receptie met pech

Om meteen maar met de pech te beginnen. In hetzelfde jaar waarin Van Stockum’s (cum laude) proefschrift verscheen, Spinoza — Jacobi — Lessing. Ein Beitrag zur Geschichte der Deutschen Literatur und Philosophie im 18 Jahrhundert, [bij Noordhoff Groningen in 1916 - 108 pp.], verscheen van Heinrich Scholz: Die Hauptschriften zum Pantheismusstreit zwischen Jacobi und Mendelssohn. En dát werd internationaal het standaardwerk, terwijl Van Stockums werk (hoewel ook in het Duits) naar de achtergrond in de duisternis verdween. Wie heeft in de wereld der Spinozisten nog van Van Stockum gehoord? Hooguit heeft een enkeling nog de Mededelingen (nr 13.) van 1956, waarin de lezing die hij hield voor de VHS over Goethe en Spinoza.  
Theodorus Cornelis van Stockum, Goethe en Spinoza. Leiden: E.J. Brill, 1956 [Mededelingen vanwege het Spinozahuis XIII]

    

Hij was het enige kind van de conrector van het stedelijk gymnasium in Dordrecht. Zijn moeder overleed bij zijn geboorte zodat hij alleen met zijn vader opgroeide.  Hij bezocht het gymnasium en deed in 1905 eindexamen (alpha). Daarna deed hij Duitse taal- en letterkunde in Groningen, deed in 1907 M.O.-A en in 1911 M.O.-B. , daarnaast filosofie waarin hij kandidaats- in 1909 en doctoraalexamen in 1913 deed - beide cum laude. Tussendoor had hij in 1911 nog enige tijd in Heidelberg gestudeerd.  In 1912 huwde hij. In datzelfde jaar werd hij docent aan de Rijks-H.B.S. te Groningen.

In 1916 promoveerde hij bij de bekende Groningse hoogleraar Heymans cum laude op een vergelijkend filosofisch onderwerp, dat nauw samenhing met de Duitse literatuur: Spinoza, Jacobi, Lessing: ein Beitrag zur Geschichte der deutschen Literatur und Philosophie im 18. Jahrhundert. [Uitgegeven bij Noordhoff, Groningen, 1916].

 [cf. bij archive.org]

Dat jaar werd hij privaatdocent aan de Groningse universiteit met de leeropdracht: ‘Geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte, inzonderheid in verband met de Duitsche letterkunde der laatste eeuwen’. De Openbare Les op 10 oktober 1916 had de titel: Spinoza's beoordeeling en invloed in Duitschland van 1677 tot 1750.

Lees verder...

Isaac Orobio de Castro (1617-1687) 'geleerde jood' vond Spinoza 'slecht mens'

Isaac Orobio de Castro als Spaans edelman is uiteraard een fantasieportret, getekend in  1727 door Jacobus Groenwolt; te vinden in de Livraria-D. Montezinos.Voormalige Spaanse Marraan polemiseerde met de remonstrantse theoloog Philippus van Limborch over de christelijke leer en met Johannes Bredenburg over het spinozisme in: Certamen philosophicorum propugnata veritatis divinae ac naturalis adversus Joh. Bredenburg (1684) [Filosofische strijd voor de goddelijke en natuurlijke waarheid tegen Joh. Bredenburg[s] Beginselen […]; aldus ligt hij verzonken in die afgrond van Spinoza’s Atheïsme etc.].

Directe aanleiding voor dit blog is een link in het huidige blog van Eric Schliesser die leidde naar een brief (XLIX) van “Spinoza to Isaac Orobio”. Ik heb daar een poosje bevreemd naar zitten kijken: Spinoza die met Isaac Orobio correspondeert? Tot ik in de gaten kreeg dat in het verleden is aangenomen dat brief 43 (huidige nummering) die Spinoza schreef aan Jacob Ostens, geschreven zou zijn aan Isaac Orobio. Je komt dat veelvuldig tegen op internet, waar in oudere uitgaven van briefwisseling die toeschrijving als feit a.h.w. voor altijd vereeuwigd blijft. The Jewish Encyclopedia benadrukt in dit lemma dat “there is no evidence of his (Spinoza’s) coming into communication with a single Jewish soul from that time to his death (the "I. O." among his correspondents, formerly assumed to be Isaac Orobio, turned out to be Jacob Oosten).” Ook in Frederick Pollock’s Spinoza His Life And Philosophy vind je “In 1673 the Jewish physician Isaac Orobio de Castro forwarded to Spinoza a long letter, written nominally to him, but for Spinoza's perusal, by a certain dr. Lambert Van Velthuysen of Utrecht.” (p. 87). Ik weet niet hoe en door wie is ontdekt dat de toeschrijving een andere moest zijn; zulke historische dingen vind je niet in de door Hubbeling en Akkerman verzorgde uitgave van de Wereldbibliotheek. Ook Schliesser wees in zijn link naar die brief niet even op de inmiddels andere toeschrijving.
Het serendipische was dat ik gisteren net daarvoor een tekst van Leo Polak (over wie ik binnenkort een blog ga schrijven) over Isaac Orobio de Castro had gelezen, waarin Polak De Castro in z’n redenering tegen Spinoza gelijk geeft (daar die Kantiaans aandoet) en hem zijn gescheld op Spinoza vergeeft.
Alle aanleiding dus voor een blog.

Volgens Orobio de Castro (ik citeer hier Polak) is Spinoza “een slecht mens” (mali hominis Sp.), zijn leer een “verfoeilijke pest” die “ellendig besmet”, een “onzedelijke” leer, welker axioma’s, stellingen en zogenaamde wiskundige bewijzen door “de verdoemelijke slechtheid van dien man” (hominis execrabiliis malitia) vergeefs zijn uitgedacht om het Godsgeloof te schokken, enz. enz.

Lees verder...

Het is Manon Schotman gelukt...

... en deze weblogger blijkt een beetje te hebben geholpen!

Ik maakte een grapje door het blog over Manon Schotmans verdediging gisteren van haar masterscriptie de titel mee te geven: "Kromowidjojo van Nederlands Spinozisme gaat voor goud." In dat blog publiceerde ik haar scriptie en wat kanttekeningen die ik haar daarover had doen toekomen. Haar zelfbewuste antwoorden deden mij die vergelijking met Kromowidjojo maken.

Vandaag liet ze weten:

Dag Stan,
Het ging heel goed gelukkig. Het was fijn om al een beetje geoefend te hebben tegen jou, want van Eric Schliesser kreeg ik inderdaad precies dezelfde vraag over de ondeelbaarheid van God:). Wel goede vragen gehad, vooral van Eric.
Groetjes,
Manon


Links prof. dr. Eric Schliesser (UGent), op rug dr. Jacques Bos (UvA), prof. dr. Rudi te Velde (UvA) en drs. Manon Schotman

Gefeliciteerd, Manon.
Hopelijk gaan we nog eens iets over Spinoza van je horen.

Lezing Sonja Lavaert: de politieke betekenis van Spinoza

Gezien bij "Spinoza in Vlaanderen" dat, op uitnodiging van de A.L. Spinoza Oostende, dr. Sonja Lavaert een lezing zal geven op 10 oktober 2012 om 19 uur te Oostkamp in Vlaanderen over: de politieke betekenis van Spinoza. [Zie PDF van daar] 

God & Natuur of toch God, oftewel de Natuur? [3]

Zoals ik in het vorige blog over het boek van Wim Lintsen, God & Natuur. Avontuurlijke dialogen op het grensvlak van wetenschap en religie [2010] schreef, komt in het “Woord tot slot” de auteur als het ware uit de kast als (min of meer toch) Spinozist. Na een passage over wetenschappelijke ‘waarheid’ die door elke geïnteresseerde zoeker naar zin getransformeerd kan worden in religieuze ‘waarde’, gaat hij aldus verder:

“Analoog hieraan speelt de kwestie van de Rede versus het Geloof. Zolang het oude begrip 'waarheid' opspeelt, blijven rede en geloof inderdaad tegenover elkaar staan. Zodra we echter gaan werken met 'waarheid' en 'waarde', kan er een wederzijds begrip ontstaan tussen wetenschap en religie. Rede en geloof verwijzen naar centrale praktijken en toepassingen van intellectuele en emotionele vaardigheden. Enerzijds het redelijke, logische, wiskundige denken en anderzijds het christelijke, theologische, spirituele voelen. Zelf word ik in mijn denken geïnspireerd door Spinoza's filosofie. Deze filosoof uit de zeventiende eeuw maakte zich sterk voor de Rede, maar betoonde tevens zijn respect voor een universele religie waarin mensen naastenliefde en rechtvaardigheid beoefenden in gehoorzaamheid aan een religieuze God.

Lees verder...

God & Natuur of toch God, oftewel de Natuur? [2]

Het vorige blog over het boek van Wim Lintsen, God & Natuur. Avontuurlijke dialogen op het grensvlak van wetenschap en religie [2010] eindigde met: “Ik ben nu op de helft van het boek beland en moet mijn leeservaring sterker gaan inkorten. Het boek wordt vanaf hier overigens almaar interessanter.” En dat wordt het. Ik sta perplex over de grote hoeveelheid boeken die Lintsen de voorbije jaren moet hebben verwerkt – voor zichzelf en in dit boek.

In hoofdstuk 6 staan auteurs over de evolutie centraal (en komt uiteraard het lawaai van het creationisme en Intelligent Design aan de orde). Hij behandelt Sjoerd Bonting (Anglicaans priester die in Schepping en Evolutie de wetenschappelijke uitgangspunten onweersproken als uitgangspunt neemt voor het theologische verhaal over de schepping) en uitgebreid Willem Drees (wetenschapper, filosoof en theoloog) van wie hij meerdere boeken behandelt. Ik moet eerlijk bekennen dat ik die tekst heb overgeslagen. Verder komen aan de orde Francis Collins en zijn “theïstische evolutie” in zijn De taal van God, en de gelovige celbiologe Ursula Goodenough en haar The secred depth of nature. In de beschrijving van haar “religieus naturalisme” lijkt veel van de auteur zelf naar boven te komen. En ook ikzelf herkende me wel in het ‘mysterieachtige’ gevoel dat je overkomt bij het overdenken van de feitelijkheden van het leven: sexualiteit en reproductieproces – het besef dat jij aan de voortzettende kant zit van een ononderbroken levensketen teruggaand tot het eerste begin van het leven miljoenen jaren geleden; een haast oneindig lang natuurlijk streven… De verwonderende en bewonderende belevingskant daarvan zelf ook weer als een natuurproces beseffen, bracht Lintsen me hier via Goodenough bij en dat past geheel in de Spinozistische denklijn.

Lees verder...

Kromowidjojo van Nederlands Spinozisme gaat voor goud

Vanmiddag om 16:00 bij Wijsbegeerte op de Oude Turfmarkt 147 te Amsterdam, zal Manon Schotman haar masterscriptie verdedigen. De scriptie draagt de titel: Spinoza’s fundering van kennis. Ik had aanvankelijk het plan die bijeenkomst bij te wonen, maar dat lukte me niet. Uit enige e-mails die we met elkaar wisselden maak ik dit blog. Ze is ermee akkoord (“leuk”) dat ik haar scriptie die ik met genoegen heb gelezen, voor de geïnteresseerden op benedictusdespinoza.nl aanbied.

In mijn ogen had ze juist gezien dat in het samen één-ding-zijn van de modi der attributen en het zijn in God van alles, Spinoza onze kennis fundeert. Ze beschrijft uitgebreid eerst Descartes kennisfundering en daarna Spinoza’s kritiek daarop. Ik had wel tijdens het lezen af en toe het gevoel: wat jammer toch dat Manon er niet op wijst dat volgens Spinoza Descartes aan de verkeerde kant (bij zichzelf) begon en dat je bij God moet beginnen. Hoe verheugd was ik om precies dat (uit E2p10schol) in het conclusiehoofdstuk (8) toch te lezen.  

Lees verder...

God & Natuur of toch God, oftewel de Natuur? [1]

Ingenieur en filosoof Wim Lintsen geeft (HOVO-)cursussen over o.a. Spinoza. Ik heb in het verleden – voordat de VHS een cursusagenda oppakte – er vaak op gewezen. Eénmaal heb ik hem gesproken in de pauze tijdens een Spinozadag in Paradiso, ik meen twee jaar geleden. Een aantal dagen geleden bood hij aan mij zijn boek toe te zenden God & Natuur. Avontuurlijke dialogen op het grensvlak van wetenschap en religie dat hij in 2010 in eigen beheer uitgaf [ik vermelde dat in dit blog]. Hij wilde mij het boek toesturen naar aanleiding van mijn blog van 1 juli 2012: “Niemand weet wat het Universum vermag.” Een aardig gebaar. Maar wat was het precies waarom hij tot dat besluit kwam? Ik was benieuwd of dit boek het antwoord op die vraag bevatte. Dinsdag ontving ik het. Het ziet er goed verzorgd uit: ingenaaid gelijmd met een stevige omslag.

Ik waarschuw de lezer van dit blog alvast: ik volg hier mijn leeservaring als het ware op de voet en die begon enigszins afwijzend, maar werd ‘lezenderweg’ almaar positiever.

Lees verder...

Gesignaleerd: "Jewish Responses to Spinoza" op komst

In het verlengde van mijn (overigens nog niet afgesloten serie over Spinoza in de joodse historiografie) signaleer ik dat de Brandeis University Press (die al gigantisch veel boeken uitgeeft en vele series kent, o.a. Jewish Thought & Philosophy) onlangs i.s.m. het Tauber Institute for the Study of European Jewry een nieuwe serie opzette: “The Brandeis Library of Modern Jewish Thought”, onder redactie van Eugene R. Sheppard & Samuel Moyn.

Daarin zal te zijner tijd, zo wordt al aangekondigd, ook een boek verschijnen Jewish Responses to Spinoza* dat onder redactie zal staan van Daniel B. Schwartz over wiens grandioze boek The First Modern Jew - Spinoza and the History of an Image ik drie blogs schreef. [Zie hier de laatste]

In de reeks verschenen al:

Michah Gottlieb (Ed.), Moses Mendelssohn: Writings on Judaism, Christianity, and the Bible

Mitchell B. Hart (Ed.), Jews and Race: Writings on Identity and Difference, 1880-1940

Er komen verder boeken van/over Hermann Cohen, Solomon Maimon en anderen. En dus - na dit jaar - ook Spinoza.

General imageZie hier méér over The Brandeis Library of Modern Jewish Thought -

en hier meer achtergrond

Lees verder...

Clarice Lispector (1920 - 1977) hád iets met Spinoza

“There is no right to punish. There is only the power to punish. A man is punished for his crime because the State is stronger than he; the great crime of War is not punished because beyond the individual there is mankind, and beyond mankind there is nothing at all.” [Clarice Lispector in het korte essay "Observations on the Right to Punisch" in A Época, een blad van rechtenstudenten, in aug. 1941 cf]

            Clarice Lispector


Van deze Braziliaanse schrijfster en journaliste had ik tot heden niet gehoord. Ik heb dus ook niets van haar gelezen. Maar gisteren las ik het stuk waarin Sarah Gerard “continues her investigation of the work of Clarice Lispector, tracing the Brazilian writer’s thinking about concepts of eternity,” en ontdekte dat zij op een of andere manier blijkbaar veel van Spinoza’s filosofie in haar werk verwerkte. Dan moet daarover hier uiteraard een blog verschijnen.
En verder googlend lees je ook dit: “The most important Jewish writer since Kafka may have also been a part-time beauty columnist with a penchant for Chanel suits. Benjamin Moser describes his fascination with Clarice Lispector ...[hier]” En als je dan de laudaties leest in The New York Times n.a.v. de biografie over haar…”  kortom ik moet me misschien schamen…

De joodse Clarice Lispector werd in Oekraïne in het shtetl van Chechelnik geboren en ontving de naam Chaya (leven). Haar ouders emigreerden toen ze nog maar twee maanden oud was, wegens pogroms die haar grootvader het leven hadden gekost en waarbij haar moeder was verkracht, naar Brazilië. Haar moeder verloor ze toen ze negen jaar oud was. Met haar ouders sprak ze jiddisch; ze was de eerste van haar familie die Portugees leerde. Ze groeide op in Recife maar verhuisde in 1934 met haar familie naar Rio de Janeiro waar ze haar school afmaakte en afstudeerde in rechten. Daarna werkte ze als lerares en als journaliste bij twee tijdschriften.

Lees verder...

Pierre Macherey’s "Hegel or Spinoza" besproken

In een blog van 7 november 2011 bracht ik de aankondiging van de Engelse vertaling van Pierre Macherey’s Hegel ou Spinoza. Een blog van 14 mei 2012 berichtte dat Hegel or Spinoza, vertaald door Suszan M. Ruddick was verschenen. Daarbij gaf ik nog wat informatie.

Dr Caroline WilliamsHeden kan ik melden dat een interessante bespreking op NDPR van dit boek verscheen van de hand van dr. Caroline Williams (Queen Mary, University of London). Uit haar publicatielijst, haar website en vooral aan 't review zelf is te merken dat de redactie van de NDPR erin geslaagd is in haar een zeer kundige reviewer aan te trekken.

Het eerste deel van de bespreking bevat informatie die de indruk versterkt dat lezing van het boek achterwege kan blijven (de verwijzing naar de preoccupaties van de groep 60-iger-jaren-marxisten rondom Louis Althusser  - en eigenlijk ook de verwijzing naar continentale filosofen als Alain Badiou, Slavoj Žižek, Gilles Deleuze, Antonio Negri).

Lees verder...

Wijziging boektitels

Toch handig zo’n overzichtje van aangekondigde uitgaven over Spinoza die ons de komende tijd te wachten staan [blog van 30 juli 2012]

Wim Klever liet weten dat zijn werktitel van Door de bril van Spinoza gewijzigd was in Spinoza in de praktijk, maar ook dat hij niet zag het nog af te krijgen. [Hoe somber om aan al aan ‘postume uitgave’ te denken]

Maar door deze wijziging kan er in ieder geval geen verwarring ontstaan met het komende boek van Tinneke Beeckman dat aanvankelijk de titel Spinoza vandaag zou krijgen, maar waarvan, zo heeft zij mij laten weten, de titel gaat worden: Door Spinoza's Lens. Perspectief op macht, meditatie, manifestatie, evolutie en seksualiteit [Uitgeverij Klement, Kampen i.s.m. uitg. Pelckmans]. Zie verder dit blog.

Verwarring daarvan met de beeldbiografie of graphic novel over Spinoza door Jaron Beekes, De Lens van Spinoza, zie ik niet zo gauw ontstaan.

Het ei van Spinoza – kende u dat?

Het recentste nummer van Tijdschrift Filosofie, Jrg. 22 nr. 3 mei/juni 2012, is een themanummer over Gilles Deleuze (het juli/augustusnummer is nog in aantocht) Over Gilles Deleuze heb ik al enige blogs geschreven (zie aan het eind). Ik houd afstand tot deze fantastische filosoof, maar wordt toch ook door zijn Spinoza-fascinatie gefascineerd. Naar mijn indruk heeft Deleuze het diepst en vergaandst het immanente karakter van Spinoza’s filosofie gepeild – en proberen na te volgen. Aan de hand van enige artikelen van dit themanummer probeer ik weer iets méér in Deleuze te komen. In het openingsartikel schrijft dr. Rico Sneller:

“Maar het is vooral Spinoza die Deleuze als geen ander bewondert. Wat de persoon van Jezus was voor het christendom, aldus Deleuze, dat was Spinoza voor de filosofie: geen filosoof heeft zo radicaal en consequent de totale immanentie gepredikt, en zozeer afgerekend met de voorstelling van een transcendente werkelijkheid waaraan het aardse hier en nu zou zijn opgehangen. Eén van de aspecten die Deleuze in Spinoza naar voren haalt, is zijn lichaamsfilosofie. De bijdrage van Dolphijn gaat hier uitvoeriger op in. Dolphijn brengt Spinoza's Godsvoorstelling in verband met de lastige aanduiding corps sans organes, 'lichaam zonder organen': het chaotische domein van de fundamentele onbepaaldheid waarop alle bepalingen eerst plaats kunnen vinden. Waar Spinoza tot dan toe vooral als rationalist was opgevat, wijst Deleuze op de fundamentele betekenis van de conatus (het verlangen van een zijnde om in het eigen bestaan te volharden).”

Lees verder...

Spinoza en pornografie (in komkommertijd)

Hoe is het toch mogelijk: "Le chaste philosophe sans besoin", zoals Antonin Artaud dichtte, "de kuise filosoof zonder behoefte", in verband gebracht met pornografie! [zie dit blog]

Vorig jaar stond op het programma van de VHS zomerweek in Barchem o.a.: Inger Leemans: Spinozisme en/in erotische lectuur in de 17e eeuw.

Toen maakte ik, in tegenstelling tot dit jaar, nog een heel verslag van die week en noteerde in het blog van 31 juli 2012:

“’s Avonds vermaakte Inger Leemans ons met de erotische, zeg maar pornografische lectuur in de 17e eeuw. We leerden dat de vader der pornografie Pietro Aretino (1492 – 1556) is, wiens naam model stond voor het Aretijnse genre. Het meeste werk dat langs kwam was vooral grappig en satirisch van opzet. En ja, gezag, zowel wereldlijk maar vooral kerkelijk gezag, werd zwaar op de hak genomen, zodat pornografie wel als een vehikel voor politieke kritiek werd. De opkomst van dit genre is ook precies de tijd van de radicale Verlichting. “Livres philosophiques” is ook wel een andere term voor pornografie. We lazen tenslotte enige delen uit Thérèse philosophe (1747) waarschijnlijk van Jean-Baptiste Boyer d'Argens, dat passages heeft waarin een zekere Spinozistische invloed te onderkennen is. Maar al met al is er weinig relatie tussen Spinoza’s filosofie en de vrijzinnigheid van de pornografie te ontwaren.”

Lees verder...