Amsterdams Thorbeckebeeld van sokkel gelicht, Haags Spinozabeeld volgt

Op 30 oktober 2008 had ik een blog over het plan van kunstenaar Hans van Houwelingen om de beelden van Spinoza in Den Haag en Thorbecke in Amsterdam te ruilen. Dat was een maand voor het nieuwe Spinoza-beeld van Nicolas Dings in Amsterdam onthuld zou worden.

Ik plaatste bij het bericht hierover op Trouws website de volgende reactie, die ik ook als reactie op mijn blog opnam: “Die verplaatsing van monumenten zal uiteraard nooit gebeuren. Zo'n ingreep, waarmee in het verleden gemaakte 'fouten' door ons zouden worden gecorrigeerd, zal niet werkelijk kunnen plaats hebben. Ieder is immers intussen aan deze stand van zaken gewend - en sommigen zijn eraan gehecht geraakt ("Blijf van mijn monument af"). Nee, wij moeten in deze tijd onze eigen fouten maken. Maar een schitterend idee is het wel om met zo'n fraai gedachte-experiment te komen. Prima conceptuele kunst! Thorbecke en Spinoza waardig. Chapeau, Hans van Houwelingen!”

Ik krijg gedeeltelijk ongelijk. Want wie schetst mijn verbazing te stuiten op een bericht van RTV Noord-Holland dat vanmorgen opnamen maakte van het van zijn sokkel lichtten van het standbeeld van Thorbecke op het Amsterdamse Thorbeckeplein. Het beeld wordt verplaatst naar Den Haag. Daar zal het samen met het beeld van Spinoza te zien zijn op een tentoonstelling van kunstenaar Hans van Houwelingen over “hoe monumenten zich verhouden tot de samenleving”. 

       

Lees verder...

Spinoza en zijn thymos

Peter Venmans (Oostende, 1963), hispanist en filosoof, is woonachtig te Leuven waar hij werkt als taaldocent Spaans in het volwassenenonderwijs. Hij was redacteur van het literaire tijdschrift "Yang" (1987-1992) en schreef jarenlang recensies over Spaanse en Latijns-Amerikaanse literatuur voor De Morgen en de Volkskrant. Sinds enkele jaren legt hij zich toe op het schrijven van langere filosofische essays. Tot zover Wikipedia.

Van hem verscheen in 2005 een heel mooi boek over Hannah Arendt, De ontdekking van de wereld, dat ik met plezier gelezen heb. In 2008 kwam Over de zin van nut uit - ik las het niet. En onlangs zijn Het derde deel van de ziel. Over thymos [Atlas, 2011]. Ik las het in één ruk. Venmans kan goed schrijven; het is een plezier om hem te lezen – uiteraard op de eerste plaats vanwege de inhoud van wat hij te vertellen heeft, maar niet minder om zijn stijl. Hij is een liberaal, maar duidelijk een voor wie niet alleen de economie en het rationele calculeren telt. Hij bekent zich tot het vredelievende, tolerante pragmatisme van Richard Rorty die het vermijden van wreedheid als richtsnoer heeft.

Behalve het ervoor zorgen dat we in leven kunnen blijven, in ons bestaan volharden, is er zoveel meer dat het leven de moeite waard maakt. En waarvoor het belangrijk is er moeite voor te doen. Om dat te behandelen haalt Venmans het thymos-begrip zoals Plato het verzon uit de mottenballen. En dat blijkt een interessante kapstok waaraan hij zijn betoog kan ophangen. Het is het belangrijk derde deel van de ziel dat ons motiveert en tot grote dingen kan aanzetten – of in het verderf kan storten: de felle gedrevenheid, de woede, de aandrang, de kracht die ons drijft tot het betere – maar die ook tot onze vernietiging kan leiden. Twee tegengestelde krachten in ons, die Plato beeldend beschrijft in de metafoor van het paardenspan, waarvan het ene paard de ene kant en het andere een tegenkant op wil en die beide gemend moeten worden door de op de bok zittende rede.

Lees verder...

Jonathan Israel 'Democratic Enlightenment' promotietoer

"Een ondubbelzinnige apologie voor de ongebroken betekenis van de vooruitstrevende filosofie vanaf 1650 en van het emanciperend vermogen van sociale en politieke ideeën," oordeelde Carel Peeters vorige week in Vrij Nederland over Jonathan Israels verlichtingstrilogie.

Vandaag geeft dagblad Trouw een signalement van de verschijning van Jonathan Israel's derde deel: Democratic Enlightenment [zie in dit blog mijn signalement]. Sebastien Valkenberg biedt geen bespreking, maar zegt heel globaal iets over het project van Jonathan Israel. Hij legt het accent  op: "In de Verlichting werd voor het eerst betoogd dat iedereen de vrijheid moest hebben om te denken wat hij wilde." "En te zeggen wat hij denkt", hoort daar dan bij, terwijl Spinoza grenzen aangaf: oproer kraaien hoort daar niet bij.

In een kadertje: “Het Britse weekblad The Economist voorspelt dat de trilogie de komende decennia maatgevend zal zijn. Israel is meer dan enkel een beschouwend historicus. Zo ook in zijn nieuwste boek. Vooral in de epiloog wordt duidelijk dat de verlichtingswaarden hem ook persoonlijk aan het hart gaan. Het project van de Verlichting, betoogt Israel, speelt ook nu nog een grote rol. [..] De Amsterdammer Spinoza staat aan de wieg van de radicale (en volgens Israel de enige echte) Verlichting – en niet Voltaire of John Locke zoals vaak wordt aangenomen.”

Zie hier het artikel.

Lees verder...

Spinoza et la question de la puissance

Na het blog van gisteren over “Ius potentia definitur” [recht wordt door macht bepaald], en de daarop gevoerde discussie, geef ik hier het signalement van een boek voor geïnteresseerden die Frans lezen.

Het betreft het vorig jaar uitgekomen boek van Faten Karoui-Bouchoucha: Spinoza et la question de la puissance. Paris, l’Harmattan, 2010.
[17-1-2014 toegevoegd books.google 

Ik geef hier een vertaling van het uitgeversabstract: Weinig onderzoek is er gedaan naar de rol die Spinoza het begrip macht geeft in de realisatie van zijn ethische en politieke project. Dit boek wijst op de positie die macht inneemt in de bevrijdende strategie van Spinoza, waaruit blijkt dat de bevrijding van de mens van alle vormen van knechtschap een kwestie is van macht en niet van wil.

faten-karoui-bouchouchaFaten Karoui-Bouchoucha (1961) is professor in de filosofie en onderzoeker aan de Universiteit van Tunesië. Zij studeerde in 1998 af in filosofie op een studie Raison et aliénation chez Spinoza. In 2007 behaalde zij haar doctoraat. Wellicht is dit boek daarvan een uitvloeisel. [Van hier]

Op Amazon is een indruk van het boek te krijgen, maar enige bladzijden van de inleiding worden daar achtergehouden. Op deze website (van misschien een familielid) verscheen de complete inleiding, waarin te lezen is dat zij het nieuwe en de centrale betekenis van het machtsbegrip bij Spinoza behandelt, dat ze een duidelijke relatie legt tussen het machtsbegrip in Spinoza’s “ethische én politieke project” en dat ze zich liet inspireren door Gueroult, Deuleuze, Haddad (geen idee wie dat is), Macherey, Matheron, en Misrahi, maar haar studie toch vooral vanuit Spinoza’s teksten zelf opzet. Lees verder...

Nieuw Nederlands boek over de Ethica te signaleren

Bij Garant Uitgevers nv verscheen van Herman Berger De Ethica van Spinoza

ISBN: 9789044127423 – 192 pagina’s - € 21,90

De uitgever over het boek:

Het werk van de Nederlandse filosoof Spinoza staat weer volop in de belangstelling. Niet alleen zijn politieke geschriften, maar ook zijn levenswerk, Ethica, drijft mee op de golf aan hernieuwde belangstelling. Dat is niet verwonderlijk. Het werk vormt immers de grondslag voor een goed begrip van Spinoza’s ander werk. Ethica zelf begrijpen is echter geen sinecure. In die wetenschap schreef de auteur met dit boek een commentaar op Spinoza’s hoofdwerk, die de lezer een houvast biedt om Spinoza’s ethische denken te begrijpen.

Naast een commentaar biedt het boek onvermijdelijk ook een interpretatie. De auteur houdt daarbij rekening met het onderzoek van De Dijn en Bartuschat en gaat met hen en met Spinoza uitgebreid in discussie. Hier de PDF met inhoudsopgave.

Lees verder...

Goce Smilevski won met zijn stuk 'Spinoza' prijs voor beste toneeltekst

In het blog dat ik op 18 nov. 2010 bracht over Macedonische schrijver Goce Smilevski, schreef ik: “Hij schijnt ook nog een toneelstuk "Spinoza" te hebben geschreven.”

Vandaag pas ontdekte ik, maar wil er toch nog graag aandacht aan geven, dat bij het van 10 tot 16 juni 2011 gehouden 46e 'Vojdan Cernodrinski' Theater Festival in Prilep in Macedonië, waarbij 11 toneelopvoeringen meestreden om de diverse festivalprijzen, het Bitola Small Drama Theater onder regie van Zoja Buzalkova het stuk van Goce Smilevski bracht, waarvan de verkorte titel luidde Spinose - in Engelse vertaling verruimd tot 'Conversation with Spinoza', zoals ook de titel van zijn boek over Spinoza luidt. [bv hier]

Op de website van het Theaterfestival is te lezen (maar ik vond het bericht eerst op de website van Goce Smilevski):

De 10e Award voor de beste tekst ging naar GOCE SMILEVSKI voor zijn stuk "SPINOSE" (Small Drama Theatre – Bitola).

Lees verder...

Ius potentia definitur

Wat er zoal kan volgen op een ingezonden brief...

woensdag 20 juli 2011 verscheen in NRC Handelsblad deze ingezonden brief van Wim Klever:

Ius potentia definitur
Internationaal strafrechtadvocaat Geert-Jan Knoops karakteriseert de Amerikaanse politiek als toepassing van het recht van de sterkste, met als ondertoon dat dit een aanfluiting is van het internationaal recht (Opinie, 19 juli). Daarmee positioneert hij zichzelf buiten de wrede werkelijkheid, waar elk ander recht dan dat van de sterkste een fictie of een idealisatie is, geheel in het spoor overigens van het klassieke natuurrecht zoals dat van Grotius. Pal daartegenover staat de diagnose en drievoudig bewezen definitie van Spinoza - 'recht wordt door macht bepaald' (ius potentia definitur). Dit is weliswaar een rauwe vaststelling, maar de enige juiste. Hierover hoeven we niet besmuikt te doen. Ook hoeven we er niet idealistisch of socialistisch op af te geven. Willen we realistisch zijn in onze wereldbeschouwing, dan wordt het tijd dat we het recht nuchter desacraliseren. Dit geldt niet alleen het internationale recht. Ook nationaal is recht een product van machtsverhoudingen.

Wim Klever
Capelle aan den IJssel 

Lees verder...

Wat had Spinoza te maken met het hylozoïsme?

Sinds het gesprek dat ik met Jan Knol had speelt door mijn hoofd dat ik nog eens een blog erover moet schrijven dat Spinoza niet als panpsychist dient te worden gezien. In een lang deel van dat gesprek hadden we een discussie over Spinoza’s gebruik van het begrip ‘idee’ en ‘geest’ en over het ‘oneindige intellect’. Dat gesprek heb ik opgenomen, en van het deel over de Korte Verhandeling heb ik een blog met een Youtube-filmpje gemaakt, maar dit deel kan ik niet zo weergeven daar er teveel schetsjes bij werden gemaakt. Als Jan zei: “elke steen heeft een idee”, corrigeerde ik dat met “van elke steen bestaat een idee, of adequate kennis in het oneindige intellect”. Ik vond dat Jan de niet-menselijke materie teveel (zelf) denken toedichtte. En Jan herinnerde mij er toen aan dat Wim Klever mij in een reactie eens had gevraagd of ik soms niet het panpsychisme bij Spinoza zag – of woorden van gelijke strekking. Sindsdien spookt die term regelmatig door m’n hoofd en heb ik vaker gezocht waar die reactie staat, maar ik kan hem niet meer vinden.

Als je dan op Spinoza zo nodig een etiket wilt plakken is hylozoïsme misschien een betere typering, zo speelt dan soms door mijn hoofd, maar ik blijf het riskant vinden, want bij elk etiket waarmee Spinoza getypeerd wordt, komen meteen een heleboel onbegrip en bijbetekenissen mee die niet op hem kunnen slaan.  

Wat de term hylozoïsme betreft is wel aardig om te weten, dat Spinoza indirect aanleiding zou hebben gegeven voor het munten van die term door Ralph Cudworth (1617—1688), de belangrijkste van de ‘Cambridge Platonists’. Hij heeft dat woord in elkaar gezet.

Lees verder...

Jakob Stern (1843 – 1911) vertaler en toelichter van Spinoza

Oorspronkelijk heette hij Isaak Stern. Hij was een Duitse Rabbijn, journalist en socialistische auteur. Van orthodoxe jood veranderde hij zich in een vrijdenkende sociaal-democraat en Spinozist of zelfs een ‘socialdemokratische Spinozist’, zoals Ursula Goldenbaum hem typeerde.
Van 1858 tot 1863 bezocht hij de Talmud-Hochschule in Pressburg. In 1863 deed hij zijn ‚Maturitätsprüfung‘ in een Stuttgarts Gymnasium en studeerde daarop in Pressburg en Tübingen het jodendom waarop hij in 1866 promoveerde.

Van 1873 tot 1874 werkte hij als aankomend rabbijn in Mühringen en daarna tot 1880 als rabbijn in Buttenhausen. In die periode begon hij aan de vertaling van Spinoza’s Ethica. Al tijdens zijn studententijd keerde hij zich af van het orthodoxe jodendom en wendde hij zich naar het hervormde jodendom. Wegens vrijdenkende uitingen en zijn beschuldigingen van woeker van joden in Buttenhausen, kwam het tot een groot conflict. Hij werd in 1880 geschorst en in 1882 uit het ambt van rabbijn gezet. Daarna vestigde hij zich in Stuttgart waar hij een heel nieuw leven opbouwde als journalist en schrijver én als woordvoerder en ideoloog van de Württemberger sociaaldemocraten. Voor de socialistische Schwäbische Tagwacht, schreef hij opiniërende en educatieve artikelen. Hij kandideerde zich in 1887 voor de Rijksdag en in 1889 voor de Württemberger Landtag voor de soziaaldemocraten. Hij zou volgens Clara Zetkin die een In Memoriam schreef, de „Liebling und Wortführer der Stuttgarter Arbeiterschaft“ geweest zijn. In mei 1886 hield hij op het Stuttgarter Freidenkerkongress een rede, “Halbes und ganzes Freidenkertum”, waarin hij betoogde dat een vrijdenker ook een socialist diende te zijn.

Tussen 1886 en 1906 vertaalde hij alle werken en brieven van Spinoza voor Reclam Verlag, in welke uitgaven aanvankelijk zijn naam niet vermeld werd - inmiddels wel.

Lees verder...

Ethica Sexualis. Spinoza et l'amour

Komaan. Toch maar gesignaleerd. Voor de liefhebber. Net uit dit boek van Bernard Pautrat: Ethica Sexualis. Spinoza et l'amour. Manuels payot, 24 août 2011

Dit boek schijnt het al zo vaak vertelde 'liefdesverhaal' over Spinoza te herhalen en te suggereren dat, als het waar zou zijn, we het meesterwerk van het denken, de Ethica, te danken hebben aan een mislukte liefdesrelatie in de jaren 1650, in Amsterdam, tussen een Baruch Spinoza en een Maria Clara van den Enden.

  

 

Le Monde had gisteren een korte recensie onder de titel: Spinoza Kama-sutra ["Une minutieuse étude du philosophe Bernard Pautrat permet de cerner comment l'auteur de l'"Ethique" pense le sexe"]

Waar Spinoza de notie 'adequatus' vandaan haalde (2)

Dit blog is een vervolg op het blog Waar heeft Spinoza zijn 'adequaatheid' vandaan? Ik stelde daar dat hij het ontleende aan de eeuwenoude waarheidsdefinitie, waar hij zowel gebruik van maakte als waarbij hij, zoals we van hem gewend zijn, sterk andere accenten legde.

Er is voor de scholastici altijd een duidelijk verschil geweest tussen overeenstemming van een zaak met het intellect of van het intellect met een zaak. Het ging dan, zoals ik in mijn vorige blog al schreef, om verschillende intellecten: dat van God of dat van de mens. De waarheidsdefinitie kende dan ook twee vormen: Veritas est adequatio intellectus et rei    &    Veritas est adequatio rei et intellectus.

Deze twee benaderingen worden fraai uitgelegd door Pietro Pomponazzi (1462 - 1525) een Italiaans filosoof die werkzaam was te Padua, waar hij aanvankelijk onder invloed stond van het averroïsme. Hij probeerde terug te gaan naar Aristoteles en kreeg het aan de stok met Thomisten en Averroïsten. Pomponazzi is zoals het een ware filosoof betaamt, flink van ketterij beschuldigd en vervolgd. [Op Stanford meer over Pomponazzi].

Ik zeg niet dat Spinoza deze (tekst van) Pomponazzi gekend heeft, maar die staat voor mij nu even model voor een manier van redeneren die min of meer gemeengoed was en die Spinoza zeker gekend moet hebben. Het volgende is een tamelijk schoolse tekst waarin duidelijk wordt uitgelegd hoe er a.h.w. “twee soorten waarheid” zijn, afhankelijk van je perspectief: het overeenkomen (de correspondentie) van de dingen met de ideeën in de goddelijke geest, en het overeenkomen van onze gedachten met de dingen. In de eerste betekenis is denken de maatstaf en de realiteit van het ding het gemetene, in de tweede betekenis is de realiteit de maatstaf waaraan de gedachte dus mee in overeenstemming moet worden gebracht om als waar te gelden. Vergeet intussen niet dat volgens deze filosofieën de dingen ontstaan zoals en doordat God ze denkt. Geen wonder dat ze dan dus overeenkomen met het gedachte.  

Lees verder...

Jonathan Israel "Democratic Enlightenment" verschenen

  

Vindt Spinoza dat het menselijk verstand slechts het woord met het goddelijk verstand gemeen heeft zoals de blaffende hond met de Hondsster? NEEN!

Neen. Dat fraaie beeld acht hij alleen maar van toepassing voor degenen die aan Gods wezen verstand toeschrijven. Maar dat is niet zijn eigen opvatting. Hij veegt met dat beeld de vloer aan met degenen die God zelf verstand toedichten.

Als je er zó tegenaan kijkt, als je vindt dat verstand en wil tot Gods wezen behoren, dan moeten ze wel hemelsbreed van het onze verschillen: "Zij komen daarmee in geen enkel opzicht behalve in naam overeen, zoals bijvoorbeeld het sterrenbeeld Hond met het blaffende dier." Maar vindt Spinoza dat zelf? Nee. Ik kom hier nog op.

 

Een fraai voorbeeld van hoe vanuit gelovige "voorkennis”  (=vooroordeel) Spinoza niet goed gelezen wordt, geeft de schrijver van het Nachwort van de Reclam-uitgave Die Ethik, welke ik gisteren vermeldde, de Thomist Bernhard Lakebrink. Ik ga die inleiding niet behandelen, maar volsta met op één ding te wijzen: Lakebrink draait de verhouding tussen ‘goddelijk intellect’ en de attributen denken en uitgebreidheid om; de laatsten laat hij uit het eerste voortkomen (zo kan hij het als Thomist vatten). Hij ziet niet dat Spinoza de relatie omdraaide.

En zo is het vermakelijk hoe hij het kritische in de woorden die Spinoza spreekt in het scholium bij 1/17, waaruit Lakebrink uitvoerig citeert, niet oppikt. Hij citeert instemmend en schrijft de daar geuite gedachten aan Spinoza toe, alsof die zelf zo denkt. Hij heeft dus niet gezien dat in het hele scholium Spinoza kritiek uit – een schets geeft van hoe de relatie tussen ons en het oneindig of goddelijk verstand dus niet is.

                           sirius (1).jpg
De Hondsdagen (20 juli - 20 augustus) zouden voorbij zijn - je zou het niet zeggen. Deze periode is genoemd naar de heldere ster Sirius van het sterrenbeeld De Grote Hond en staat bekend om mogelijk extreem weer. Sirius, de helderste ster van het sterrenbeeld, wordt ook de Hondsster genoemd. Als Sirius niet te zien is aan de hemel zijn er de hondsdagen 20 juli - 20 augustus. [info van hier]
Lees verder...

Programma Spinozadag ASK is bekend

De Amsterdamse Spinoza Kring heeft nadere mededelingen gedaan over het programma van de jaarlijkse Spinozadag die dit jaar op zondag 20 november 2011 van 12.30 tot 16.30 uur zal worden gehouden, wederom in Paradiso te Amsterdam. Het thema is:

Spinoza en het ontbreken van de vrije wil

Met name zal worden onderzocht welke implicaties deze stelling heeft voor het recht en de rechtspraktijk. Traditiegetrouw opent Carolien Gehrels de dag.
De hoofdsprekers zijn Jan Knol en Eugène Sutorius.
Als columnist zal Boris van der Ham zijn visie op het thema ten beste geven. Een belangrijk onderdeel van het evenement is het debat met het publiek, dat geleid wordt door Carien de Jonge. De dag wordt muzikale luister bijgezet door Roman Ensemble.
Antiquariaat Spinoza is present met een boekenstal.
Striptekenaar Jaron Beekes zal zijn 'graphic novel' over leven en werk van Spinoza presenteren en signeren.

Uitgebreide informatie over de dag en de kaartverkoop volgt binnenkort op onze website. [Zie hier bij de ASK]

Home

Handzame tweetalige (Latijns-Duitse) Ethica-uitgave van Reclam

Mij was dit Reclam-boekje dat al vanaf 1977 bestaat en in 2007 ergänzt werd onbekend. Maar in het gesprek dat ik, op weg naar de Spinozacursus in Barchem, in Deventer met Jan Knol had (zie dit blog), vertelde hij mij dat hij net weer een nieuw exemplaar van deze Reclam-uitgave van "Die Ethik" had aangeschaft. Een eerder exemplaar had hij compleet versleten. Hij vond het een erg handig boekje. Laat ik de volgende dagen nu net naast een medecursist zitten die dit boekje bij zich had. Die cursus zou niet over de Ethica gaan, maar over Spinoza en de literatuur. Maar als het over Spinoza gaat, komt uiteraard telkens weer zijn Ethica voorbij. Handig om dan z’n klein boekje bij je te hebben om even wat op te zoeken.

Kortom, ik wist dat ik het ging aanschaffen. Gisteren ontving ik het.

De Duitse vertaling is die van Jakob Stern uit 1888, herzien door Irmgard-Rauthe Welsch.

Lees verder...

Wat te doen met het manifest van Anders Breivik?

Negeren, zou ik zeggen. Maar verbieden?

Ik heb nog geen behoefte gevoeld om achter het manifest van de Noorse killer Anders Breivik aan te gaan. Dagblad Trouw is er nogal mee bezig. Redacteur Eildert Mulder is met een artikelenserie bezig waarin hij dat manifest analyseert. Deel twee: "Het is allemaal de schuld van de Frankfurter Schule." [Hier]

In de Trouw-serie waarin telkens twee theologen of filosofen ("filosofisch resp. theologisch elftal") aan het woord zijn over een kwestie, is het vandaag de beurt aan de theologen Matthias Smalbrugge en Manuela Kalsky. Het onderwerp is de vraag of het 1500 pagina’s tellende manifest van Anders Breivik van internet geweerd moet worden. De kop van het artikel luidt: 'Woorden zijn niet onschuldig'. [Zie hier]

Beide theologen worstelen met de vraag, maar komen uiteindelijk op: verspreiding tegenhouden. Matthias Smalbrugge zegt: “Ik maak me zorgen over het afnemende vermogen om teksten anders te lezen dan alleen letterlijk.” En: “Je wilt niet dat zo’n tekst zonder commentaar zomaar beschikbaar is.”

Lees verder...

TV-gesprek met Leen Spruit over de ontdekking van manuscript Spinoza

Vandaag werd op de website van katholieknederland.nl een RKK-uitzending geplaatst over het onlangs in de Vaticaanse bibliotheek ontdekte manuscript van de Ethica. De opmerkelijke vondst werd, zoals bekend, gedaan door de Nederlandse filosoof Leen Spruit, docent-onderzoeker aan de ‘La Sapienza’ Universiteit in Rome. Het manuscript van Spinoza kwam in handen van de Inquisitie dankzij de zalige* Niels Stensen (1638-1686). Deze tot het katholicisme bekeerde geleerde uit Denemarken zou het manuscript hebben ontfutseld aan de Duitse edelman Tschirnhaus. Aangezien de inhoud ervan haaks stond op de christelijke godsleer, wilde Stensen dat de Inquisitie het werk op de officiële lijst van verboden boeken (Index) plaatste.

dr. Leendert SpruitLidy Peters sprak met dr. Leendert Spruit op een terras vlakbij het kantoor van de Congregatie voor de Geloofsleer, de voormalige Inquisitie.

Ook wordt gesproken met dr. Paolo Vian, hoofd van de afdeling manuscripten van de Vaticaanse bibliotheek, die zegt blij te zijn met de ontdekking. Hij hoopt dat wetenschappers hiermee een beter begrip van Spinoza’s beroemde boek krijgen. “Als dat gebeurt is dat een bijzonder feest voor ons.” Hij zegt ook: “Voor ons bestaan er geen verboden boeken. Ons interesseert alles wat echt belangrijk is voor de geschiedschrijving van de mensheid zonder confessionele of ideologische vooroordelen.”
De Index werd in 1965 door paus Paulus VI afgeschaft.

Ik word niet in staat gesteld deze video te embedden, zodat ik er alleen naar kan verwijzen met deze link. Gaat dat zien... gaat dat zien.

 

Het boek over deze vondst dat Leen Spruit and Pina Totaro samenstelden en dat al zeker ruim een week of al langer bij Brill uitgekomen moet zijn, The Vatican Manuscript of Spinoza’s Ethica, staat bij Brill nog steeds aangemerkt als ´Forthcoming Title´.

* de informatie komt, zoveel is duidelijk, van een katholieke site: vandaar de vermelding ervan dat hij zalig verklaard is.

Anton L. Koster (1859 – 1937) schilderde het Rijnsburgse Spinozahuis bij bloeiende tulpenvelden

Antonie Lodewijk KosterAntonie Lodewijk Koster (Terneuzen 8 augustus 1859 – Haarlem 28 mei 1937) was beeldend kunstenaar & vormgever; landschapschilder vooral van bloembollenvelden. In 1880 vestigde hij zich voor langere tijd in Den Haag, waar hij een schildersopleiding volgde aan de academie. Aansluitend maakte hij een twee jaar durende studiereis naar de Pyreneeën. Het gevoel voor warme, sprekende kleuren dat hij daar opdeed bracht hij vooral in praktijk na 1902, toen hij zich definitief in Haarlem en daarna in Heemstede vestigde en zich toelegde op het schilderen van bloembollenvelden.

De Hollandse bloembollenvelden aan de binnenduinrand bij Lisse, Hillegom, Rijnsburg en Oegstgeest werden in de 19e eeuw ‘ontdekt’ door toeristen en Duitse, Franse, Belgische en Amerikaanse schilders. De impressionist Claude Monet raakte bij zijn bezoeken aan Holland diep onder de indruk van de fel gekleurde velden met tulpen, hyacinthen en narcissen. Het onderwerp leende zich bij uitstek voor zijn impressionistische experimenten en leidde onder Claude Monet: Bollenvelden en windmolens bij Rijnsburg 1886meer tot het beroemde schilderij Bloembollenvelden bij Rijnsburg (1886) dat zich bevindt in de collectie van het Van Gogh Museum in Amsterdam. Hierna raakten ook Nederlandse schilders door het onderwerp geboeid. Een van de meest begaafde vertegenwoordigers van het genre is Anton L. Koster. Hij wordt wel de 'Rembrandt' onder de Hollandse bloembollenschilders genoemd. In diverse musea is hij vertegenwoordiger van dit genre, zoals het Haags Gemeentemuseum, het Teylers Museum en Frans Halsmuseum in Haarlem en het Rijksmuseum Kröller-Müller in Otterlo.

Anton Koster schilderde het Spinozahuis in Rijnsburg:


Het huis van Benedictus de Spinoza te Rijnsburg temidden van bloeiende tulpenvelden, olie op doek 75,1 x 100,4 cm., gesigneerd linksonder. In part. bezit in Groot-Brittannië. Het is niet gedateerd, maar moet ergens tussen 1902 en 1937 geschilderd zijn.  [Cf. verkocht door Simonis & Buunk]

Lees verder...

Pak dit BBC-gesprek met Susan James over Spinoza’s passies en politiek

Van maandag 11 t/m vrijdag 15 januari 2010 zond BBC Radio 3 in de reeks 'Enlightenment Voices' vijf programma’s van telkens ca 15 minuten uit: gesprekken met deskundigen over het werk van de filosoof Baruch Spinoza.

Op 4 juli 2010 gaf ik in dit blog de zeven video’s door die iemand hiervan op Youtube had gezet. Maar die zijn inmiddels niet meer te beluisteren - werden n.a.v. protest van rechthebbenden gewist. Het zijn nu zeven zwarte gaten...

Nu heeft gisteren iemand het beste van de vijf gesprekken, namelijk dat met Susan James, weer op Youtube gezet. Ik geef dat hier maar weer door.

De kans is echter groot dat ook deze opname weer verdwijnt. Degenen die dit, net als ik een goed gesprek vinden over Spinoza’s leer over passies en politiek, kunnen voor zichzelf een geluidsopname maken. Wim Klever schreef enthousiast: “haar reconstructie van Spinoza's 'democratisme' is uitdagend en nodigt uit tot debat.” Debat dat hier zoals meestal overigens uitbleef - net als elders trouwens. 

 

Waar heeft Spinoza zijn 'adequaatheid' vandaan?

Wat ik in dit blog ga brengen, heb ik nog nooit ergens gevonden. Belangrijke noties bij Spinoza zijn “adequate ideeën” en “niet adequate ideeën”. De eerste horen bij het intellect, de tweede bij de verbeelding, de imaginatio. Hoezo gebruikt Spinoza het bijvoeglijk naamwoord ‘adequaat’? Wat kan hij daarmee bedoelen? En, waar heeft hij het vandaan?

Noch Filip Buyse die in The Continuum Compendium to Spinoza over de lemmata ‘Adaequatus’ en ‘Veritas’ schreef, noch Theo Verbeek van wiens hand het lemma ‘Idea’ is, verwijzen ernaar dat deze term hoogstwaarschijnlijk refereert aan de beroemde waarheids-definitie van de Scholastiek, die teruggaat tot Aristoteles. Zelfs Harry Wolfson, die een mooi hoofdstuk ‘Truth’ heeft, waarin hij uiteraard ook adequaatheid van ideeën behandelt, legt niet dit verband.

Ik geef de Scholastieke waarheidsdefinitie hier in de vorm waarin hij het dominantst voorkomt, namelijk bij Thomas van Aquino: “Veritas est adequatio intellectus et rei.” Adequatio wordt dan meestal vertaald als ‘overeenstemming’ of ‘het overeenkomen’ of ‘corresponderen’: waarheid is de overeenstemming (correspondentie) van verstand en zaak. Iets is adequaat als het ‘precies passend’ is. Zeg maar wat bekend staat als “het goudlokjeprincipe”: iets (de pap) is niet te warm of te veel, niet te koud of te weinig, maar precies goed - adequaat. Waarheid is de ‘precies goede manier’ waarop een idee in het verstand en een object of zaak bij elkaar horen. Nu smokkelde ik hier al ‘een idee’ het verstand binnen, daarover zodadelijk. Thomas van Aquino werkte zijn waarheidsbegrip nog nader uit in de criteria correspondentia (overeenkomen van de zaak met het verstand), conformitas (gelijkvormigheid), adaequatio (aangepastheid) en rectitudo (juistheid), dat geloof ik hier verder wel.

Lees verder...

Het voor mij altijd al mooiste orgelstuk van J.S. Bach

Een keer iets geheel anders. 

Daar we in de Spinozistische kerk geen orgels hebben, moeten we ze maar lenen. Spinoza werd immers ook in de Nieuwe Kerk te Den Haag begraven. Wellicht heeft bij zijn begrafenis ook orgelspel geklonken. [Later toegevoegd: zal wel niet, want het eerste orgel werd gebouwd door Johannes Duyschot in 1702 volgens wiki]. 

De harmonie of symmetrie (liever dan parallellie) tussen extensie en denken, van lichaam en geest, van organist en orgel wordt schitterend voelbaar in deze video, waarin Hans-Andre Stamm op het orgel van de Stadtkirche in Waltershausen van Johann Sebastian Bach de Passacaglia en Fuga in c mineur BWV 582 speelt. Werd op 27 sept. 2010 op Youtube gebracht.

[Zie hier wiki over het orgel]  

Lees verder...

Dick Swaab is een neuromaniac en een neurosoof, geen filosoof en zeker geen Spinozist

Wij zijn ons breinTot nu toe was ik van plan om het boek van Dick Swaab, Wij zijn ons brein [2011], volkomen te negeren. Ik had op dit weblog al zoveel werk gemaakt van het boek van Victor Lamme De vrije wil bestaat niet, – kan toch niet aan alles tijd besteden.

Tot gisteren een lid van de Maastrichtse Spinoza Kring i.o. die van de week voor z’n jaarlijks etentje bijeen was, waarbij behalve over Spinoza en de schitterende film A Separetion die onlangs in Nederland in première ging, ook het boek van Swaab ter sprake kwam. Eén van de leden die het boek met smaak gelezen zei te hebben, wist dat daarin één keer naar Spinoza verwezen werd. Vandaag e-mailde hij dat op blz. 393 aan het eind van het hoofdstuk over het niet bestaan van de vrije wil het volgende staat:

"Kunnen we ons er beter niet bij neerleggen dat een volledig "Vrije Wil" een illusie is? Dat is geen nieuw idee, want Benedictus de Spinoza zei het al in de Ethica (1677, Stelling XL VIII): er bestaat in de geest geen onvoorwaardelijke of vrije wil."

Lees verder...

"Het grote filosofieboek". Gisteren verschenen – vandaag hier al afgekraakt

Het grote filosofieboek. Veen Magazines, Diemen, 2011 [Oorspr. Stuart Clark (Ed.). The philosophy book, Dorling Kindersley ltd]

“Het filosofie boek valt in eerste instantie op door haar bijzondere vormgeving. Innovatieve illustraties en een creatief gebruik van typografie maken moeilijk te vatten concepten overzichtelijk. Het filosofie boek beschrijft de meer dan 100 belangrijkste ideeën van de grootste denkers die door de eeuwen heen een stempel hebben gedrukt op de wereldfilosofie. In elk hoofdstuk worden die ideeën ' en de filosofen die er als eerste mee kwamen ' in chronologische volgorde behandeld en verhelderd met 'mind maps' en kaders met biografieën en kaders om de ideeën in hun historische context te zetten. Voor iedereen met een algemene interesse in hoe onze filosofische, politieke en ethische ideeën worden gevormd.”
Aldus ronkt de uitgever.

Als een criterium is wat er van de filosofie van Spinoza wordt gebakken, dan is het advies van dit weblog: niet aanschaffen, dit boek à €49,95! Of wachten tot het ooit bij de Slegte komt.

Als voorbeeld een slogan als: “Geest en lichaam zijn één”. Aan dat onbegrip of misverstand wat de leer van Spinoza betreft heb ik in dit weblog al vaker en uitvoerig aandacht gewijd. Hier laat ik het bij.

Lees verder...

Robert Menasse's 'Die Vertreibung aus der Hölle' heeft één pagina over Spinoza

Die Vertreibung aus der Hölle

Robert Menasse: Die Vertreibung aus der Hölle. Suhrkamp, oorspr 2001, in deze cover 2008. 

O ja, het is een prachtig boek. Maar het is mij tegengevallen, daar het mij anders was voorgesteld. Het boek zou, behalve over Menasseh ben Israel immers ook over Spinoza gaan. Toch? Al jaren geleden was ik op mijn speurtochten naar sporen van Spinoza ook dit boek van Robert Menasse tegengekomen en had het opgeslagen in mijn lijstje van ‘ooit nog te doene zaken’. 

Tijdens de Spinozadag van vrijdag 27 juni 2008, de eerste die ik meemaakte, begon Piet Steenbakkers met een scene uit dit boek. Het was één van die aansporingen om het op dat lijstje te zetten.

En tijdens de Spinoza zomerweek over Spinoza en de literatuur in Barchem dit jaar werd het door Piet Steenbakkers genoemd in een lijstje boeken die het leven van Spinoza tot onderwerp hadden: La vie et l'esprit de Mr Benoit de Spinosa van Jean Maximilien Lucas (1719); Berthold Auerbach, Spinoza (1837); Erwin Guido Kolbenheyer, Amor Dei (1908); en ook dus Robert Menasse, Die Vertreibung aus der Hölle (2001).  

Dat laatste gebeurde ten onrechte, zo is mij inmiddels gebleken.

Lees verder...

David Ives's New Jerusalem met filosofisch festival "Theater and the Age of Reason"

Al vaker (zie hier) heb ik erop gewezen dat het stuk van David Ives New Jerusalem, The Interrogation of Baruch de Spinoza at Talmud Torah Congregation: Amsterdam, July 27, 1656, goed is aangeslagen en een blijvertje is op de Amerikaanse bühne. Ik ben benieuwd welk gezelschap in Nederland het een keer zal oppakken.

                 

Het komende seizoen heeft de Lantern Theater Company het van 6 tot 30 oktober 2011 op het programma. Deze keer zal de uitvoering zelfs worden begeleid met een Fall Philosophy Festival: Theater and the Age of Reason, dat op 10 en van 21-23 oktober zal plaats hebben. Tijdens dit ‘filosofiefestival’ zal de joodse ervaring in Europa en Spinoza’s blijvende invloed op kunst, literatuur en filosofie aan de orde komen in bijzondere uitvoeringen, lezingen, paneldiscussies met theaterartiesten en geleerden etc.

[Confirmed participants include Anne Oravetz Albert of the University of Pennsylvania's Department of History; Vince Regan, Assistant Chief at the Philadelphia DA's Office; New Jerusalem director Charles McMahon; and New Jerusalem assistant director and Lantern teaching artist M. Craig Getting. Van hier]

Bernard Nieuwentijt (1654 - 1718) criticus van Spinoza zelf aan het woord

Bernhard NieuwentijtIn het vorige blog over Bernhard Nieuwentijt gaf ik al aan dat ik mij liet inspireren in het brengen van enige teksten door het lemma dat Wiep van Bunge schreef over Nieuwentijt in het deel “Early critics” van The Continuum Companion to Spinoza. Te weten de paragrafen 10 t/m 12 van Het regt gebruik der werelt beschouwingen ter overtuiginge van ongodisten en ongelovigen – daar in Engelse vertaling, hier in het origineel.

In §. 10 geeft Nieuwentijt ‘n inleiding op de volgende paragraaf waarin hij Spinoza zal neersabelen. Hier wijst hij op de ‘hoogmoed’, een ‘verkeerde opgeblasentheit’, van degenen die op alleen het verstand vertrouwen en zich niet aan de Goddelijke openbaring onderwerpen. Hij vindt het deugdzame leven van zo iemand maar een valkuil, waar onnadenkenden intrappen. Hij tuint daar niet in.

In §. 11 neemt hij dan Spinoza rechtstreeks te grazen. Of toch eigenlijk meer de volgers die weinig kennis hebben van ‘wiskonstige betogingen’ en te snel menen dat hetgeen betoogd wordt uit ‘regte wiskundige redeneringen volgt’. Hij gaat aantonen dat dat niet zo is. Z’n kern is: wiskundigen redeneren of alleen op basis van hun denkbeelden, of anders over dingen die buiten hun denkbeelden werkelijk bestaan. Welnu Spinoza gaat anders te werk, namelijk zo “dat hy alleen syne denkbeelden en verstand ten grond van alles stelt,” en er zich niet om bekommert of wat hij bij elkaar fantaseert ook in de werkelijkheid bestaat. Zijn conclusies betreffen dus “alleen de eigenschappen van die verbeeldingen en begrippen, welke desen ongelukkigen Autheur in sigh selfs geformeert heeft.”

In §. 12 geeft hij als remedie om degenen die teveel op hun verstand vertrouwen mee het laboratorium in te nemen war zij via ‘ondervindelyke Natuurkunde’ kunnen zien dat de uitkomsten van proeven anders zijn dan zij denken. Als ze onbevooroordeeld naar de natuur willen kijken zal toch bij ze opkomen “of de magt en wysheit des Makers en Bestierders daar in soo onbetwistelyk niet te bemerken is, als het verstant en konst van eenig konstenaar in het werk, dat hy gemaakt heeft.”

Lees verder...

Bernard Nieuwentijt (1654 - 1718) criticus van Spinoza schreef Europese bestseller

Bernard Nieuwentijt, door D. Valkenburg/P. v. GunstDe naam van Bernard Nieuwentijt, die in de eerste helft van de 18e eeuw als groot criticus en bestrijder van Spinoza gold, is op dit weblog wel vaker gevallen (zie hier), maar een apart blog was hem nog niet gegund. Terecht vroeg Herman Terhorst om dat eindelijk eens te doen. In het deel “Early critics” van The Continuum Companion to Spinoza schreef Wiep van Bunge het lemma over deze Nieuwentijt, waardoor ik mij laat inspireren wat betreft enige tekstkeuzen.  

Bernards vader was Emanuel Nieuwentijt, predikant te Westgraftdijk, zijn moeder Sarah d'Imbleville. In november 1684 trouwde hij met Eva Moens, op 29 maart 1699 voor de tweede maal met Elisabeth Lams. Beide huwelijken bleven kinderloos.

Nieuwentijt studeerde geneeskunde in Leiden, waar hij van de universiteit werd verwijderd, en Utrecht. Hij stond sterk onder de invloed van de natuurkundige ideeën van Descartes en zou zich ook bij aanhangers van Spinoza thuis hebben gevoeld. Later nam hij afstand van dit radicalisme. Na zijn studie oefende hij enige tijd de medische praktijk uit in zijn geboortedorp Westgraftdijk. In 1682 werd hij benoemd tot stadsarts van Purmerend en werd er burgemeester.

Lees verder...

Het Spinoza-portret van Nick Oudshoorn

De Koninklijke Bibliotheek heeft een zgn. 'webexpositie' waarin achttien portretten van Hollandse helden en erflaters te zien zijn, gemaakt door Nick Oudshoorn. Deze Leidse kunstenaar begon al geruime tijd geleden schilderijen en zeefdrukken te maken van sleutelfiguren uit de vaderlandse geschiedenis. Om de historische figuren dichterbij te brengen, werden uit de collectie van de Koninklijke Bibliotheek voorbeelden van hun handschrift bijeen gezocht. Die werden uitvergroot en door middel van zeefdruk overgebracht op het schilderij. Hij had tentoonstellingen in diverse musea, b.v. in het Wesfries Museum. Het Marine Museum in Den Helder kocht in 2008 de serie zeehelden. Eind vorig jaar organiseerde de KB een overzichtstentoonstelling van zijn werk, waarvan de webexpositie een uitvloeisel is. Onder de achttien portretten (zie ze hier) is ook dat van Spinoza, dat overigens voor de website van Nick Oudshoorn zelf niet is geselecteerd.

Nog eens over The Continuum Compendium to Spinoza

Na inmiddels al aardig wat lemma’s van het hoofddeel van The Continuum Compendium to Spinoza gelezen te hebben, vind ik het tijd worden om mijn indrukken door te geven. [Zie in dit blog meer over het boek].

Ondanks mijn teleurstelling over de bindvorm waarover ik in dit blog klaagde, heb ik er geen spijt van het boek aangeschaft te hebben. Het gáát tenslotte om de inhoud. Het is best handig en nuttig over vele onderwerpen uit Spinoza’s filosofie een klein gecomprimeerd college te krijgen, waarin – zo lijkt het soms – de state of the art van het Spinoza-onderzoek wordt samengevat.

Heel waardevol vind ik de toelichtingen door Henri Krop van door Spinoza gebruikte termen die hun herkomst uit de laat-Scholastiek hadden. Heel nuttig deze toelichting vanuit laat-Scholastieke hand- en woordenboeken, zoals de gebruikers van zijn Ethica-vertaling al veel nut konden hebben van zijn toelichtende eindnoten. Krop nam als redacteur van het Glossarium een flink aantal lemma’s voor zijn rekening. [Zie de index die ik ervan maakte in dit blog].

Lees verder...

Jan Knol over zijn hertaling van de Korte Verhandeling

In april 2011 verscheen bij de Wereldbibliotheek de hertaling die Jan Knol maakte van Spinoza's "Korte verhandeling over God, de mens en zijn geluk."  Ik was in dit weblog zeer enthousiast over dit fraai uitgegeven boek met zijn voortreffelijke inhoud. [Zie hier mijn bespreking en hier een blog over de presentatie van het boek]

Op zondag 24 juli 2011 had ik een gesprek met Jan Knol over allerlei zaken die Spinoza betreffen. Dat gesprek vond plaats in het bijna twintig jaar oude eetcafé De Brave Broeder aan het Grote Kerkhof 25/26 te Deventer. Tien dagen na dit gesprek hielden de uitbaters van De Brave Broeder het plotseling voor gezien. Stan Verdult en Jan Knol kunnen dus gerekend worden onder de laatste gasten.

Deze video op Youtube bevat het gedeelte van dat gesprek dat over Jan Knols hertaling van Spinoza's Korte Verhandeling ging.
Op de achtergrond zijn geluiden van het eetcafé te horen.

Spinoza was het voorbeeld voor vele joden op weg naar emancipatie

OmslagfotoMichael Goldfarb’s De weg uit het getto. Drie eeuwen emancipatie van de Joden in Europa [Meulenhoff, 2011, oorspr. 2009] biedt precies wat je ervan verwacht: een goed leesbaar en heel informatief overzicht van de lotgevallen der joden op weg naar emancipatie en hun volwaardige integratie in de westerse maatschappijen. [Zie hier mijn eerdere aankondiging en Trouw-recensie]

Goldfarb doet dat als betrokken (onderzoeks-)journalist: zijn eigen familie emigreerde vanuit Oost-Europa naar de Verenigde Staten, waar hun nakomelingen in een paar generaties hun goede posities wisten te veroveren. Zonder dat hij er telkens in de tekst naar verwijst (er zijn eindnoten) is duidelijk dat hij het grote joodse lotgevallenverhaal dat hij te vertellen heeft, destilleert uit vele deelstudies, biografieën, monografieën en brede overzichtsgeschiedenissen van specialisten. In eerste instantie lijkt hij het boek geschreven te hebben voor zijn eigen ‘volksstam’ (“om weer te begrijpen wie wij zijn”), maar wij anderen mogen meelezen, want strijd voor gelijkwaardigheid van de een gaat niet zonder (en vaak tégen) die anderen.

Uit die geschiedenissen koos hij een reeks sprekende voorbeelden die elk staan voor een deel van die geleidelijke opmars. De tegenstelling tussen de vele arme voddenkooplui en andere sloeberaars en de rijke (hof-)joden komt goed uit de verf. Ook het parvenuleven beschrijft hij zonder de sterke verontwaardiging die Hannah Arendt in haar beschrijvingen kon leggen. Goldfarb blijft nuchterder.

Lees verder...

Filosofische én theologische herwaardering van Spinoza's God

Deze video is 4 juli 2011 op Youtube gezet, maar was me eerder ontgaan. Graag neem ik hem op in dit blog. De volgende tekst hoort erbij:

Spinoza (1632-1677) is now remembered mainly as a philosopher. But he was also deeply concerned with religious and theological questions.
In this video, professor Tom O'Loughlin
of Historical Theology [Department of Theology and Religious Studies, University of Notthingham] talks with professor Agata Bielik-Robson of Jewish Studies. She argues that Spinoza has to be seen as presenting a particular view of the divine and as representative of a distinctive spirituality.

 

http://www.nottingham.ac.uk/theology/ Lees verder...

Homenaje a Spinoza: el filosofo de la 'alegria' - de filosoof van de 'vreugde'

Ene Jesus uit Spanje bracht drie jaar geleden op zijn YouTube-account die hij de naam meegaf Spinozatube, twee weinig voorstellende video’s, Conatus 1 en Conatus 2. Daarna enige jaren niets. Tot een week geleden, toen bracht hij een hommage aan “Spinoza, quizás el filosofo más admirado en la modernidad” [misschien wel de meest bewonderde filosoof in de moderniteit].

Hij schreef erbij: “Spinoza es uno de los pensadores mas admirados por los otros grandes pensadores de occidente. Desde su coetáneo Leibniz hasta el afamado neurólogo Antonio Damasio,, pasando por el genio de Einstein Goethe Schopenhauer, NIeztche o Freud, muchos ha sido los que han proclamado no solo la clarividencia de su pensamiento sino e afecto que despierta.”
[Spinoza is een van de meest door andere grote denkers van het Westen bewonderde denkers. Van zijn tijdgenoot Leibniz tot de beroemde neuroloog Antonio Damasio, via het genie van Einstein, Goethe, Schopenhauer, Freud, Nietzsche, velen verklaarden dat niet alleen uit de vooruitziendheid van zijn denken, maar ook vanwege de genegenheid die hij in hen opriep.]

 

   Lees verder...

Ongelijke uitkomst van studies over de - volgens Spinoza - ongelijkheid van de vrouw

Niet alleen hebben we als mens een ‘natuur’, en hebben vrouwen en mannen als zodanig hun natuur, we hebben - voor een nominalist als Spinoza - zelfs allemaal individueel (als singulier/particulier ding) onze eigen natuur - zo kunnen we o.a. uit Ethica 4/19 afleiden. Wanneer mensen onderhevig zijn aan passieve hartstochten kunnen ze elkaars tegendeel zijn, zo lezen we in 4/34  – en, zo voeg ik eraan toe, kunnen ze in hun filosofie tegengestelde resultaten bereiken. Ik noem tenslotte nog Spinoza’s stelling dat we, zodra wij ons van een reactie die een passie is, een helder en onderscheiden idee vormen, deze niet langer ondergaan (5/3), waarvoor dus ook het omgekeerde geldt: naarmate ons idee inadequaat is, blijven we onze reactie die een passie is, ondergaan. (Ik gebruik eens Klevers verwijzingsvoorstellen; vóór de schuine streep het Ethica-deel, erachter het cijfer van de stelling).

Voor ik overga tot het onderwerp dat ik voor dit blog op het oog heb, grijp ik even terug op een ervaring tijdens de voorbije zomerweek, waarbij Fokke Akkerman over de dichter Leopold kwam spreken. Ineens, zonder duidelijk aanleiding, na zijn stelling “het hele werk van Spinoza is uit op verbetering”, begon hij over de laatste bladzijde van de Tractatus Politicus - over de redenen die Spinoza daar gaf waarom vrouwen geen kiesrecht moeten hebben en stelde hij met enige felheid en stemverheffing: “het ligt in de natuur dat de vrouwen geen kiesrecht moeten hebben; dat komt namelijk door de affectieve huishouding van de man!” “Sed de his satis“ luiden Spinoza’s laatste woorden: “maar hiervan nu genoeg.” Opvallend, die felheid die nog moet stammen van dertig jaar geleden toen hij in een stelling in zijn proefschrift hierover in discussie ging met Herman De Dijn. Emoties blijven lang spelen.

Lees verder...

Leen Spruit op Tros Nieuwsshow ondervraagd over de Ethica-vondst

Afgelopen zaterdagmorgen 6 augustus had Tros Nieuwsshow (radio 1) een gesprekje van een kwartier met Leen Spruit over zijn ontdekking in het Vaticaan van het Ethica-manuscript. Het gesprekje werd gehouden daar deze week bij Brill het boek over deze vondst zal verschijnen.

Ik kreeg deze informatie van de Vlaming Toon Desmarets, die ik hierbij van harte dank zeg. Graag geef ik dit vandaag door mét hier de link naar waar het programma nog te beluisteren is.

Elke snipper en seconde aandacht is voor Spinozisten interessant!
Bijkomend interessant is om de vragen en interrupties te horen van de presentatoren van het programma, Peter de Bie en Mieke van der Weij, die op basis van een volstrekt van niets weten enige interesse proberen te suggereren.

Beluister deze Tros Nieuwsshow (radio 1) van 6/08/2011 van 01:39:30 tot 01:54:30 (kun je naar doorschuiven).

Rahel Varnhagen (1771–1833) Zag deze beroemde joodse romantische salonière zich als een vrouwelijke Spinoza?

Over de geestelijke die haar zou dopen schreef ze aan haar a.s. echtgenoot Varnhagen: “Hij ontving me, alsof Spinoza zelf gedoopt wilde worden, zo verpletterd was hij door die eer.

Rahel Varnhagen, geboren Levin Markus, neemt een unieke plaats in in de Duitse intellectuele geschiedenis. Ze werd vooral beroemd door de salon die ze in Berlijn had. Als één van de emancipatiemiddelen van de in hun rechten beperkte joden gold in het Berlijn van eind achttiende, begin negentiende eeuw de joodse salon. Er waren er diverse. De beroemdste ervan was die welke Rahel Levin op de bovenverdieping van de juwelierszaak van haar vader in de Jägerstrasse hield.

Het was niet haar uiterlijke schoonheid (vond ze ook zelf). Haar charismatische persoonlijkheid was het die haar een grote aantrekkingskracht gaf. Blijkbaar had ze het talent van een dirigent om de conversatie te orchestreren, zoals Michael Golfdfarb het fraai typeert in zijn “De weg uit het getto”. Ze deed het waarschijnlijk niet zozeer door sprekend het middelpunt te zijn: “niemand kon zo intens naar anderen luisteren" - en dan precies de juiste vraag stellen. Haar salon telde onder de bezoekers grote namen: Friedrich von Schlegel, Wilhelm von Humbold, Friedrich Schleiermacher, ook madame de Staël kwam langs; en uiteraard vrienden als Alexander von der Marwitz en Karl August Varnhagen met wie ze uiteindelijk in 1814 trouwde; zij was toen al 43 jaar, Varnhagen 14 jaar jonger.

Lees verder...

Spinoza op de preuvenemint-lap

Van 25 t/m 28 augustus 2011 zal alweer het 30e Preuvenemint in Maastricht worden gehouden. Het betaalmiddel van dit jaarlijkse culinaire festijn op het Vrijthof is de zgn preuvenemintlap. Op het biljet van één hele preuvenelap staat een trompettende Spinoza afgebeeld. In het blog van 15 april 2011 is te lezen over de kunstenaressen die deze winnende 'lap' ontwierpen.

Kees Fens over Spinoza: "Puritein van de geest"

Kees FensZover ik weet heeft de literatuurcriticus Kees Fens (1929 – 2008) niet veel over Spinoza geschreven. Hij deed dat in ieder geval één keer. Gisteren kwam ik de fraaie recensie tegen van Fens in de Volkskrant van 12 maart 1999 over de merkwaardige Spinoza-biografie van Margaret Gullan-Whur. Hij recenseerde de Engelse uitgave. Anderhalf jaar later werd in het Spinoza Lyceum in Amsterdam de Nederlandse vertaling gepresenteerd bij gelegenheid waarvan Siebe Thissen een toespraak hield en o.a. zei:  “Margaret Gullan-Whur heeft een vlotte pen, waarmee ze soms bijna achteloos de meest ingewikkelde wijsgerige denkbeelden helder weet te presenteren, zonder daarbij karaktertrekken van Spinoza en de historische setting te veronachtzamen.” […] “Gullan-Whur is geen engineer, maar een imagineer, een datadandy: een schrijver die stapelt, verknoopt, verbanden legt en doorkruist, zonder de essentie - het leven en werk van Spinoza - uit het oog te verliezen. Wetenschappelijke data, verdoemde data en virtuele data vinden alle hun plek.” Bijna-kritische woorden van Thissen die overigens nogal positief was.

Nee, dan de typering van Fens: “Ik heb, geloof ik, niet eerder een biografie gelezen die zich bijna volledig als een schitterend bedenksel laat lezen.”

Mij viel als het meest merkwaardige op dat Margaret Gullan-Whur, die zich zo’n tien jaar met onderzoek naar Spinoza zou hebben bezig gehouden, als het er op aan kwam een nogal negatieve houding toont en helemaal niets van haar onderwerp moest hebben. Dat zij een Spinoza-hater (geworden) was droop er op vele bladzijden vanaf (zie mijn recensie van 27 augustus 2007). Ik overweeg de komende tijd het boek weer eens ter hand te nemen om er de goede dingen die het zeker ook bevat, uit te putten.

Hieronder plaats ik die mooie recensie van Kees Fens.

Lees verder...

Index op het Glossarium van de Continuum Compendium to Spinoza

In mijn blog van 20 juli, “Ook weglaten kan 'iets zeggen'”, waarin ik tevreden vaststelde welke lemma’s niet in The Continuum Compendium to Spinoza behandeld werden, schreef ik: “Een index op de wel in de Glossary behandelde begrippen zou wel handig geweest zijn, dan kon je in één oogopslag een beeld krijgen van het behandelde.”

Welnu, ik heb voor m’n eigen gemak die index opgesteld en aan het boek toegevoegd. Nu ik dit overzicht toch heb, kan ik het net zo goed aan de bezoekers van dit weblog aanreiken. Degenen die het boek nog niet bezitten kunnen een idee krijgen van de termen die in het glossarium behandeld worden. En zij die het boek al wel hebben, kunnen deze inhoudsopgave eraan toevoegen.
[Tip: de index kopiëren en in de Word of ander tekstverwerkings-programma plakken, tekst selecteren en de letter naar 14-punts vergroten, opslaan als PDF-bestand en vervolgens printen in het boek-formaat als de printer dat heeft]

Een service van Spinoza’s blogger!

Lees verder...

... in 't onontkoombaar web gevangen van een ijslijk groote spin...

P.A. de GenestetIk weet wel dat onderstaand gedichtje "Monisme" niet direct op Spinoza slaat, maar ik vind het nu eenmaal te leuk om er Spinoza als de grote spin bij te denken - en indirect verwijst het toch ook naar hem.

P.A. de Genestet schreef dit "Leekedichtje, nr. XXIV" na lezing van het boek De vrije wil van J.H. Scholten (Leiden, 1859) over wie ik gisteren een blog schreef. Net als Spinoza zag ook Scholten geen vrije wil. De Genestet reageerde met 

 

 

 

XXIV. Monisme

Driemaal heb ik 't Boek verslonden,
Veertien dagen lang geloofd;
't Groote Raadsel is gevonden,
Schoon 't mij duizelde in het hoofd.
Toen - liet ik mijn vleuglen hangen,
Als een vliegje voelde ik me in
't Onontkoombaar web gevangen
Van een ijslijk groote spin;
'k Voelde levend mij verslinden
Door dien machtigen Monist...
En zoo 'k hier mijn heil moest vinden
Waar 'k nog liever Dualist!

 

Lees verder...

Spinoza's biografische feiten secuur en handig op een rij gezet

Nadat ik in een blog van 16 juli mijn ongenoegen over de bindvorm had geuit (die is blijvend), en ik 20 juli iets positiefs schreef over wat er zoal NIET in stond, ga ik het in dit blog hebben over het eerste deel van The Continuum Companion to Spinoza, “Life” getiteld, dat van de hand is van Jeroen van de Ven - een gedocumenteerde chronologie van Spinoza’s leven.

Maar eerst, wie is deze Jeroen van der Ven? In de lijst van bijdragers aan het boek staat bij alle schrijvers aan welke faculteit en in welke functie (professor, assistent professor, lecturer e.d.) ze werkzaam zijn. Bij Jeroen van de Ven staat zoiets niet – is slechts te lezen “Boxtel, The Netherlands.”

Lees verder...

Eduard Colinet (1840/44 - 1890) vervaardigde een Spinoza-bustemedaillon

Ed. C. E. Colinet ofwel voluit Emmanuel Constant Edouard Colinet was een Belgisch beeldhouwer. In 1877 kwam hij naar Nederland waar hij onder Pierre Cuypers meewerkte aan de bouw van het Rijksmuseum. Samen met Cuypers stichtte hij op de Vondelstraat 9 in Amsterdam de Kunst-Nijverheid-Teekenschool "Quellinus" - naar Artus Quellinus, de beeldhouwer die verantwoordelijk was voor het merendeel van de beeldhouwwerken van het stadhuis van Amsterdam. De opleiding werd nodig gevonden om tijdens de bouw van het Rijksmuseum het beeldhouwonderwijs in Nederland te stimuleren. Tot die tijd was, onder invloed van de reformatie, deze kunst in deze omgeving aan het wegkwijnen. Men was voor beeldhouwwerk erg afhankelijk van Duitse en Vlaamse kunstenaars. Colinet werd de eerste directeur van "Quellinus".

Eduard Colinet maakte een bustemedaillon van Spinoza dat in 1883 werd aangeboden door zijn leerlingen aan J.H. Scholten (1811 – 1885) bij zijn 40-jarig jubileum als hoogleraar theologie in Leiden. Met name zijn stimulering van de Spinozastudie werd in dat geschenk gewaardeerd. Over Scholten maakte ik zojuist een blog.

Ik zou graag een afbeelding van dit Spinoza-bustemedaillon van Eduard Colinet zien. Hierbij doe ik een oproepje aan de bezoekers van dit weblog. Weet iemand iets van de lotgevallen van dit beeld?

Zou het iets weg hebben van het bustemedaillon van P.C. Hooft (1581 – 1647) waarvan Ons Amsterdam’ in maart 1881 n.a.v. de viering van het 300e geboortejaar van Hooft schreef: Aan het huis waar Hooft van omstreeks 1630 tot zijn dood in 1647 had gewoond, werd nu ‘het keurige werk van de meesterhand van onze talentvolle Colinet’ onthuld. [Van hier met correctie van het jaar van uitgave van Ons Amsterdam]
Misschien waren die leerlingen van Scholten hierdoor wel op een idee gebracht?

Lees verder...

Johannes Henricus Scholten (1811 – 1885) gefascineerd door Spinoza maar geen Spinozist

Deze Nederlands hervormde theoloog, hoogleraar te Franeker en te Leiden, was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het vroege modernisme in Nederland, leermeester van Kuyper, Bavinck en Meijer. Hij introduceerde de ‘moderne theologie’ en – volgens Huib Hubbeling – een “Calvinistisch Spinozisme’ in Nederland. Over of dat laatste wat betekent moeten we het zo dadelijk maar eens hebben.

Over J.H. Scholtens belangstelling voor Spinoza wilde ik al langere tijd eens een blog maken. Zijn naam in verband met Spinoza was ik wel vaker tegengekomen, bijvoorbeeld in de boeiende biografie die Olf Praamstra schreef over Busken Huet [Een biografie, 2007]. Busken Huet studeerde bij Scholten [cf dit blog].

Aanleiding is de “Nabeschouwing” die J.D. Bierens de Haan meegaf aan het boekje “God – Wereld – Leven” dat in 1934 werd uitgegeven door de Societas Spinozana en dat ik in de bibliotheek in Barchem aantrof; J.H. Carp schreef erin een werkelijk belachelijke introductie op het Spinozisme. Ik had al een blog over de ets van Spinoza door Heinrich Gottselig die dit boekje sierde.

Lees verder...

Leo Baeck (1873 - 1956) promoveerde op en gaf in Theresienstadt een lezing over Spinoza

Uiteraard, zou ik haast zeggen, is er op wikipedia weer niets over te vinden, maar Leo Baeck, de Joods-Pools-Duitse geleerde rabbijn en leider van het reformjodendom, hád iets met Spinoza. “From Moses Hess to Martin Buber and Leo Baeck, Spinoza has great symbolic significance for the articulation of German Jewish identity,” aldus Willi Goetschel in zijn Spinoza's modernity: Mendelssohn, Lessing, and Heine [2004, p. 280]. Baeck schreef ooit: "Wij rekenen Spinoza altijd, met trots, als een van ons."

Baeck werd geboren in Lissa (Leszno) dat toen tot de Duitse provincie Posen hoorde, maar vanouds en tegenwoordig weer tot Polen. Als zoon van rabbijn Samuel Baeck begon hij z’n opleiding aan het Johann Amos Comenius Gymnasium, volgde daarna het Rabbinerseminar in Breslau en deed tegelijkertijd filosofie aan de Universiteit. In 1894 ruilde hij Breslau in voor Berlijn en ging hij naar de liberale Hochschule für die Wissenschaft des Judentums aldaar, waarnaast hij eveneens weer filosofie en nu ook geschiedenis en filosofie van de religie deed aan de Friedrich Wilhelms Universität. Hij promoveerde in mei 1895 bij Wilhelm Dilthey en Friedrich Paulsen met zijn thesis "Spinozas erste Einwirkungen auf Deutschland." [Berlin, Meyer & Müller, 1895]

In dat proefschrift noemde hij Spinoza een “neuer, kuehner Denker” (p. 4) en hij schreef: “Spinoza’s Mystik bestand darin, dass er die Gesetze Gottes in die Herzen der Menschen eingeschrieben sein liess.“ (p. 7) Uiteindelijk kon hij als rabbijn niet helemaal met de hele Spinoza meegaan, maar hij bleef wel altijd in zijn gezelschap.

Lees verder...